Hans & Hil

Het deze week bereikte 'onderhandelingsresultaat' over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de textielindustrie is “zeer ondermaats”. Dit vindt althans de Industrie- en voedingsbond CNV. Maar dit betekent niet dat de bond acties voorbereidt.

“Om zinvol actie te voeren heeft de vakbeweging leden nodig”, schrijft de bond in een openhartig persbericht. Leden heeft de bond in de textielindustrie nauwelijks. “De werkgevers hebben een mager eindbod gepresenteerd, maar door de vele ongeorganiseerden staat de vakbeweging voor de keuze een slecht CAO-resultaat te accepteren of zonder CAO verder te gaan.”

Nee, dan de metaalindustrie. Daar ligt de organisatiegraad aanzienlijk hoger en is de actiedreiging reeel. Daar heette het gisteren “een beslissende dag”.

Officieel is de vergaderzaal op het hoofdkantoor van de werkgevers in Zoetermeer tot 17.00 uur besproken voor de vierde overlegronde. Maar wie zich tegen die tijd bij de uitgang vervoegt krijgt te horen: Wat ben je vroeg. Want de doorgewinterde CAO-watchers weten: Dan begint het pas!

Vanaf kwart over tien 's morgens schurken de onderhandelaars al tegen elkaar. Aan de ene kant zeven mannen namens de werkgevers, onder leiding van Hans Blankert, voorzitter van de FME. Daartegenover, gemiddeld wat jonger en wat goedkoper in de kleren, acht mannen en een vrouw namens vier vakbonden. Hun aanvoerder is Hil Peperkamp van de Industriebond FNV. En aan het hoofd een dame en een heer van een bureautje dat notuelen verzorgt. Tenslotte, in belendende kamertjes, de secondanten: beleidsmedewerkers en voorlichters, die niet mogen vertellen wat ze weten.

Talrijk zijn de schorsingen. Uit lijfsbehoud, natuurlijk, maar toch ook voor beraad met de 'bovenbouw' (CAO-jargon voor de coordinatoren van de grote vakbonden en werkgeversorganisaties), en bovenal om de kast met cliche's (“uiterst moeizaam”, “lijnrecht tegenover elkaar”) wagenwijd open te zetten en een glimp op het besprokene te bieden: “Laat ik het zo zeggen: Er wordt bewogen, maar niet op hoofdpunten”.

Door de langdurige geheimzinnigheid valt het onderhandelingsspoor nauwelijks te reconstrueren. “Voor ons kwam de kentering na het eten, nadat zij contact hadden gehad met Amsterdam, zal ik maar zeggen. Toen bliezen ze opeens allerlei mineure punten op, eerst tot mijn verbazing en vervolgens tot mijn ergernis”, zegt Blankert. Zelfs een tete-a-tete tussen Hans en Hil had niet geholpen.

Om half elf, na meer dan twaalf uur, houden ze ermee op. Het overleg is “afgebroken”, wat iets anders blijkt dan “mislukt”. De slag om de waarheid kan beginnen. Allen beklemtonen “teleurgesteld” te zijn.

Blankert doet een ultieme concessie van de bonden - vier procent loon erbij op 1 mei in plaats van 1 april - af als een futiliteit, en verspreekt zich: “Nog veel te hoog, maar toen lagen we al op ramkoers, eh, ik bedoel dat zij een ramkoers gingen varen”.

De FME-voorzitter rept over “de grote mate van consensus op tal van cruciale onderwerpen”. Dat steekt nog het meest. Waarom dan niet verder onderhandeld op de reserve-datum 2 mei? “Bleek niet mogelijk.

U weet, daar ligt 1 mei tussen en die dag is uitgeroepen tot landelijke actiedag''.

Peperkamp verkleed zich snel voor de rol van actieleider. “We zijn bereid het overleg te heropenen, maar ondertussen gaan we de druk opvoeren en ons voorbereiden op 1 mei, de dag van de arbeidsonrust.”

Hoogovens en de haven zullen allicht op de bagagedrager springen. Zijn tegenspeler hoort het gelaten aan: “Uiteindelijk zul je toch naar een CAO-akkoord moeten.”

Het is voor de vakbondsleden in de textiel, die het met een “ondermaats onderhandelingsresultaat” moeten doen, om jaloers op te worden.