Hans Dorrestijn: Alle verhalen. Uitg. Bert ...

Hans Dorrestijn: Alle verhalen. Uitg. Bert Bakker, 356 blz. Prijs (f) 39,90.

Rudolf Geel: Trage schaduwen. Uitg. Meulenhoff, 135 blz. Prijs (f) 24,50.

Hans Tentije: De innerlijke bioscoop. Uitg. De Harmonie, 97 blz. Prijs (f) 27,50.

Rascha Peper: Oesters. Uitg. Veen, 130 blz. Prijs (f) 22,90.

Leo Geerts: Sapfo's lief. Uitg. De Bezige Bij, 125 blz. Prijs (f) 24,50.

Ischa Meijer: De Dikke Man. Uitg. Prometheus, 163 blz. Prijs (f) 19,90.

Het is niet raadzaam om Alle verhalen van Hans Dorrestijn ook alle 31 achter elkaar te lezen. Veel verstandiger is het om ze in kleine porties te consumeren en bij voorkeur in een niet al te zwaarmoedige stemming. Er is in deze verhalen, waarin steevast van alles misgaat, veel tandengeknars te horen. De verhaalfiguren hoeven eigenlijk nooit te twijfelen aan de treurigheid van hun lot. Steeds weer treffen zij akelige ooms, sadistische hopmannen en opdringerige fotografen op hun pad, maar het allerergst zijn de mooie, maar onwillige vrouwen.

“Vergeleken bij mij moet Quasimodo, de gebochelde klokkenluider van de Notre Dame een Don Juan geweest zijn, een Casanova. De stakker kan moeilijk zoveel blauwtjes gelopen hebben als ik.”

Anders dan bij de meeste melancholici is de grondtoon van zijn verhalen niet alleen treurig, maar ook nogal agressief. Soms valt hij plompverloren met de deur in huis. “Natuurlijk wonen er ook fatsoenlijke lieden, maar niet genoeg om het Twentse stadje Almelo bestaansrechten te verlenen”, zo begint het verhaal 'Almelo', waar Dorrestijn ooit een van zijn voordrachten hield. Het zal niemand verbazen dat er van het stadje en zijn bewoners vervolgens niets heel blijft.

Het verlangen van de romanticus Dorrestijn richt zich niet op onbestaande verten, maar op aards welbehagen dat hem zo deerlijk en onrechtvaardig onthouden blijft. Het moet wel deze woede zijn die aan zijn verhalen een eigenaardige charme verleent.

Hans Dorrestijn: Alle verhalen. Uitg. Bert Bakker, 356 blz. Prijs (f) 39,90.

Melancholiek is ook de nieuwe verhalenbundel van Rudolf Geel, Trage schaduwen, maar hij geeft zich niet zoals Dorrestijn onbekommerd over aan overdrijving, laat staan aan zijn boosheid over de gang van zaken in het leven. Zijn personages overdenken in kalme berusting hun leven.

Zij herinneren zich “gelukkige dagen die zich in samenspel met spijt en teleurstelling ophopen als dorre bladeren, totdat de noordenwind ze meevoert in de koude nacht van het vergeten.” Het hier en nu speelt nauwelijks een rol in de verhalen van Geel. Onophoudelijk wordt er teruggekeken en gehoopt op zingeving achteraf van gebeurtenissen die op het moment zelf hun betekenis niet wilden prijsgeven.

Dat deze bundel zo weinig indruk maakt moet wel te maken hebben met zijn fletse stijl, maar meer nog met het kunstmatige en daardoor weinig levendige karakter van de verhalen. Een rechtstreekse blik op de wereld is de verhaalfiguren niet vergund. Zij kunnen alleen maar iets zien en beleven via de omweg van het theater, de film, de fotografie of de opera.

Rudolf Geel: Trage schaduwen. Uitg. Meulenhoff, 135 blz. Prijs (f) 24,50.

Voordat het laatste communistische bolwerkje definitief in al zijn voegen begon te kraken, nam Hans Tentije er al eens een kijkje. Maar wie benieuwd is naar hoe het nu precies toegaat in Albanie, wordt van het lezen van De innerlijke bioscoop niet veel wijzer. Wat Tentije ons in korte impressies over zijn jeugd en over zijn Oosteuropese ervaringen voortovert, is strikt individueel. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat zijn waarnemingen niet te volgen zouden zijn. Zijn observaties zijn bij uitstek dichterlijk en niet werkelijkheidsgetrouw. De taal speelt hierbij soms een dubbelrol, als middel en als inspiratiebron voor de verbeelding. “Alleen de zee, de nabijheid van de zee, verleent aan het woord bries die door het licht gezouten, onvervreemdbaar weemoedige klank.”

Alles wat hij ziet gaat door zijn 'innerlijke bioscoop' om er als een heel ander soort film weer uit te komen. Het gaat hem niet om wat hij ziet, maar om de beelden die het waargenomene bij hem oproept. Of, zoals hij het uitdrukt in het titelverhaal, waarin hij verslag doet van een bezoek aan een Oostenrijkse Kino: “Op het eigenlijke, het wezenlijke dat door het verhaal schemert of dat zich in een flits zou kunnen openbaren, ook nu is daarop het wachten.”

Hans Tentije: De innerlijke bioscoop. Uitg. De Harmonie, 97 blz. Prijs (f) 27,50.

Vorig jaar debuteerde Rascha Peper met de bundel De waterdame. Verhalen waarop weinig meer af te dingen viel dan dat ze niet erg spectaculair waren. Van haar eerste roman, Oesters, spatten de vonken ook niet meteen af, maar hij heeft in elk geval zijn lengte en zijn grotere diepgang voor op de verhalen.

Het thema - meisje raakt verliefd op veel oudere man, maar kiest na vijf jaar toch maar voor een huwelijk met een jonge diplomaat - is gewaagd omdat het zoveel ruimte biedt voor cliches. Maar Peper heeft het verhaal behoorlijk zuiver weten te houden. Het is een onderhoudende geschiedenis waarin, door het per hoofdstuk wisselende perspectief en de strakke fragmentarische manier van vertellen, mooie suggestieve stiltes vallen.

De oude man is door de schrijfster met meer sympathie geportretteerd dan de jonge, maar de meeste aandacht gaat naar de oesterachtig gesloten vrouw. Zij heeft er vijftien jaren, een enge ziekte en een psychiatrische behandeling voor nodig om over haar liefde voor de oude man heen te komen.

Rascha Peper: Oesters. Uitg. Veen, 130 blz. Prijs (f) 22,90.

Leo Geerts laat zich graag inspireren door anderen. Onder het pseudoniem Marcel van der Linden schreef hij De mentor (1988), een persiflage op De pupil van Harry Mulisch. Deze Marcel van der Linden is nu omgewerkt tot personage in zijn nieuwe roman Sapfo's lief, die geent zou zijn op de Ilias en de Odyssee. Hij is de mentor van twee scholieren die samen met Sapfo, de dochter van zekere Aristoteles Kenausis en met Geiltje, een dertienjarige schandknaap, een avontuurlijke reis maken. Deze avonturen die zich achtereenvolgens in Egypte, Libanon en Griekenland afspelen, vergen door hun mythologische gehalte en door Geerts' wispelturige manier van vertellen, nogal wat van de lezer. Een paar keer wordt die lezer rechtstreeks toegesproken.

“En natuurlijk vraagt u zich af, wat dit alles nog met onze avonturen te maken heeft. Terecht. Misschien bent u er ook wat dufhoofdig van geworden.”

Vervelen hoeft men zich niet met deze roman, die van veel gevoel voor humor getuigt en blaakt van levenslust, ook al zijn de gebeurtenissen weinig opwekkend. Het einde is zonder meer wreed. De hoofdfiguur, van huis uit homoseksueel, belandt na veel avonturen met Sapfo op Lesbos waar hij zich als hermafrodiet ontpopt. Maar hij krijgt er bezoek van wraakgodinnen en eindigt als ontmande in Manhattan.

Leo Geerts: Sapfo's lief. Uitg. De Bezige Bij, 125 blz. Prijs (f) 24,50.

In De Dikke Man beschrijft Ischa Meijer een dag uit het leven van een man die vijftien kilo te zwaar is. Niet alleen dit overgewicht drukt op hem, maar zijn hele bestaan, dat aan verloedering ten prooi is. Hij eet, drinkt en rookt te veel en vergooit bovendien zijn eigen talent door mee te werken aan De Televisieshow van de beroemde Klaas.

Klaas is de enige naam die voorkomt in het verhaal. Voor het overige worden de mensen die de eveneens naamloze Dikke Man tegenkomt aangeduid met een lichaamskenmerk, karaktertrek of met hun functie.

Het wemelt in De Dikke Man van de hoofdletters: van Puisterige Jongemannen, Ironische Ontwerpers en Melancholische Psychologen. Al die hoofdletters willen, denk ik, duidelijk maken dat De Dikke Man in een opgeblazen en onpersoonlijke wereld leeft. Het is de holle, ons-kent-ons-wereld van de media waarin hij zich weliswaar tobbend, maar toch ook met enige gretigheid voortbeweegt. De Dikke Man is een dubbelzinnig boek. Want hoe leeg de wereld van de media ook mag zijn, het is altijd leuk om het erover te hebben, over De Diklippige Columnist, De Intellectuele Televisie-Interviewer, De Lawaai-Journalist of over De Volledig Blonde Presentator. Ook voert De Dikke Man graag dit soort conversaties: “'En dan, in welke periodiek zou ik vandaag de dag nog willen publiceren? In De Scheveningse Klok, soms?' - 'Je verzorgde toch ooit een niet onaardige rubriek in het eerlang linksprogressieve weekblad Hup Holland!' zei De Koele maar Geenszins Onaangename Dame!” De Dikke Man constateert in de voze wereld om hem heen geen wezenlijke behoeften, maar een onstelpbare behoefte aan behoeften. Het is precies deze behoefte die ook door Ischa Meijer met overgave wordt gevoed.

Ischa Meijer: De Dikke Man. Uitg. Prometheus, 163 blz. Prijs (f) 19,90.

    • Janet Luis