Goede zaak

MET DE UNANIEME steun van de Tweede Kamer gisteren voor een militaire bijdrage aan de inrichting van 'enclaves' voor Koerdische vluchtelingen in het noorden van Irak corrigeert nu ook Nederland zijn gebrek aan activiteit tegen een van de grote schandalen van deze eeuw.

Dat de Kamer daarbij de regering en de internationale gemeenschap traagheid verweet, is gerechtvaardigd, maar dat verwijt slaat ook op verreweg de meeste parlementariers zelf terug. Ook zij steunden destijds het besluit van Bush niet naar Bagdad op te rukken, ook zij werden zich pas bewust van de noodzaak tegen deze genocide door Saddam Hussein op te treden nadat de publieke opinie hen tot die conclusie had gedwongen.

EEN REDEN om trots te zijn op het besluit van gisteren of op het soortgelijke besluit daags tevoren door de EG-ministers van buitenlandse zaken is er dus niet. Bovendien moet nog duidelijk worden tot hoe ver Nederland en de zich nu vormende coalitie ter bescherming van de Koerden bereid is te gaan. Met de inrichting van 'enclaves' of 'corridors' of 'vluchtstroken', zoals ze gisteren ook werden genoemd, en met het zenden van voedsel en medische hulp is de kwestie niet opgelost. Of de hele zaak over een maand of twee aan de Verenigde Naties kan worden overgedragen is ook zeer twijfelachtig, gezien de aarzelende houding die niet alleen de permanente leden van de Veiligheidsraad China en de Sovjet-Unie innemen, maar evenzeer landen in de regio.

De Kamer accepteerde gisteren dat Nederlandse soldaten straks in een gewapende strijd gewikkeld kunnen raken met Saddams gardisten en dat duidt in elk geval op realisme. Want humanitaire enclaves in een vijandige omgeving kunnen gemakkelijk tot schermutselingen leiden. In zoverre is er tussen 2 augustus vorig jaar en de dag van gisteren overal in de wereld en dus ook in het Nederlandse parlement een nuchtere zelfverzekerdheid gegroeid. De Kamer bespaarde zichzelf en het land nu dan ook een rookgordijn van moties, ontbindende formuleringen en randvoorwaarden.

NATUURLIJK rijzen allerlei vragen over de gevolgen van zo'n optreden voor de internationale orde, over de opschorting van soevereine rechten, over de precedentwerking. Er blijft, zoals D66-woordvoerder Kohnstamm het gisteren in de Tweede Kamer uitdrukte, in dit militaire optreden een spanningsveld tussen het internationale recht, de politieke doeleinden en de alles overheersende noodzaak van humanitaire hulp.

De afgelopen weken hebben echter geleerd dat de formeel-juridische uitleg van het begrip soevereiniteit als een praktische vrijbrief voor Saddam Hussein fungeerde om zijn gang te gaan tegen Koerden, shi'ieten en andere dissidenten in zijn land, die bij duizenden werden en worden vermoord of in de ontbering gedreven. De 'humanitaire interventie' die nu wordt uitgevoerd maakt daar slechts in een klein deel van Irak een einde aan. Maar intussen blijft het probleem dat in Bagdad een wrede dictatuur huist die zichzelf eigenlijk zozeer heeft gediskwalificeerd om als partij in een arrangement te worden betrokken dat deze humanitaire enclaves op weinig anders kunnen uitdraaien dan het einde van dit bewind: de Iraakse machtskliek heeft uiteindelijk de keuze tussen zichzelf of het behoud van Irak.

STEUN VAN DE Amerikanen is op dit moment essentieel, omdat zij alleen in voldoende mate de helikopters en de beschermende jachtvliegtuigen en bommenwerpers beschikbaar hebben voor een verder gaande actie. De Europese landen kunnen George Bush duidelijk maken dat dit geen tweede Vietnam aan het worden is, maar een in de hele Westerse wereld gesteunde actie in het kader van het streven naar een rechtsorde in de wereld. Nederland draagt zijn steentje bij en dat is, alle ongewisheden ten spijt, een goede zaak.