Een schoon spieraam is het mooist; Expositie van Daan van Golden in Arti et Amicitiae

Voor de Nederlandse kunstenaar Daan van Golden bestaat er geen onderscheid tussen kunst en het dagelijks leven. “Alles kan een kunstwerk opleveren, of het nu een vel cadeaupapier is of een lapje stof van een gebloemde zomerjurk.” In Arti et Amicitiae in Amsterdam is nu werk van Van Golden te zien dat op een of andere manier met bloemen heeft te maken.

Tentoonstelling: De kunst is geen wedstrijd, tentoonstelling in Arti et Amicitae ter gelegenheid van de uitreiking aan van Golden van de PC Kunstprijs 1990. Tot 20 mei. Geopend di t-m zo 12-17 uur, ma gesloten. Catalogus (f) 25,-.

De omslag van de catalogus is een tapijt van hemelsblauwe kiezelsteentjes waarover rozerode bloesemblaadjes liggen uitgestrooid.

Binnenin staat niet een afbeelding zonder bloemen: vogeltjes op bloesemtakken, een tere abrikooskleurige roos bij een portet van Brigitte Bardot, een vaas met lelies aan het hoofd van het doodsbed van Malevitsj en witte madelieven rond een klein meisje dat op haar hurken in het gras zit. Bloemen zijn het verbindende thema in de catalogus bij een tentoonstelling van Daan van Golden (Rotterdam, 1936) in Arti et Amicitiae. Het prachtige boekje, door hemzelf vormgegeven, ademt een elegische sfeer van schoonheid, lichtheid en rust. Het illustreert zijn opvatting dat een functie van de kunst 'het bieden van troost' is.

Op deze manier verbond hij zijn werk op een subtiele manier met de opdrachtgever van deze presentatie. Tentoonstelling en catalogus zijn onderdeel van de PC Kunstprijs, een nieuwe tweejaarlijkse prijs die is ingesteld door de Amsterdamse uitvaartvereniging Cooperatie PC. Als eerste ontving Van Golden eind vorig jaar de prijs voor zijn hele oeuvre.

Het bloementhema maakte het Van Golden mogelijk om werken uit verschillende perioden bij elkaar te brengen. Ze zijn ontstaan tussen 1963 en 1991 en varieren van strenge, meer conceptuele schilderijen en collages uit de begintijd tot de kleurrijke, exuberante collages en foto's van later. Ze zijn in de catalogus niet chronologisch geordend, maar associatief en volgens het principe van het beeldrijm. Een foto, getiteld Thailand (1976), toont Van Golden, elegant getooid met een tulband, in een veld met klaprozen. Op de pagina ertegenover (Rotterdam, 1985) kijkt het meisje tussen de madelieven, zijn dochter, lachend en een beetje plagerig naar hem. Flowerpower-prints op kledingstukken (Londen, 1967) corresponderen met een rozencollage. En Van Goldens bekende Sleeping Buddha (1975) vond een tegenhanger in de foto van de opgebaarde Malevitsj, door Van Golden Malevich Sleeping (1989) getiteld.

Ook op talloze andere manieren verwijzen de werken naar elkaar, zodat een hecht weefsel van associaties en betekenissen is ontstaan. En de vroege bloemencollages die begin en eind van het boek markeren suggereren een cyclische vorm.

ONTVANKELIJK

Het is ongebruikelijk om zo lang stil te staan bij een tentoonstellingscatalogus. Maar voor Van Golden bestaat er geen onderscheid tussen het ontwerpen van een catalogus, het inrichten van een tentoonstelling of het maken van een kunstwerk: ze maken allemaal deel uit van het artistieke scheppingsproces. Elk aspect van de presentatie benadert hij op dezelfde intensieve, 'scheppende', manier.

De omlijsting van de werken is medebepalend voor de werking van het beeld. Zo zijn de afbeeldingen uit de catalogus die zijn te zien in Arti gevat in goudkleurige lijstjes die Van Golden onlangs meebracht uit India. Ze worden daar gebruikt voor miniaturen. Het kan ook voorkomen dat hij een lijst achterstevoren gebruikt, zodat de metalen hoekjes waarmee ze bevestigd worden zichtbaar zijn.

Er bestaat, in bredere zin, voor Van Golden eigenlijk ook geen onderscheid tussen de kunst en het dagelijks leven. Zoals hij zei, toen ik hem sprak in zijn atelier in Schiedam: “Het kunstenaarschap is niet alleen schilderijen maken, het is een attitude ten opzichte van het leven. En dat omvat alles. Alles wat je doet. Elke daad moet goed zijn. Dat klinkt moralistisch, maar zo is het toch.”

Het is niet een stijl of een herkenbare vorm die de verbindende factor is in zijn kunst - uiterlijk hebben zijn werken vaak weinig met elkaar te maken - maar deze attitude. De hele dag door kunnen er ontdekkingen worden gedaan die het materiaal zijn voor een volgend werk.

Ontvankelijkheid, het voortdurend openstaan voor indrukken uit de omringende wereld is bij hem, zoals ook Carel Blotkamp stelt in zijn catalogustekst, een sleutelbegrip. Alles kan een kunstwerk opleveren, of het nu een vel cadeaupapier is of een lapje stof van een gebloemde zomerjurk. Zo'n lapje werd in 1972 door Van Golden minutieus nageschilderd. Die ontvankelijkheid houdt ook in dat het toeval een ruime kans krijgt. Een foto die overbelicht is blijkt een bijzondere kracht te bezitten. Of een ingelijst schilderij, waarvan het glas tijdens een transport sneuvelde kan in gereproduceerde vorm met gebroken glas, tape en al een nieuw leven gaan leiden.

Het 'recycleren', het steeds her-gebruiken van beelden die kleine gedaanteveranderingen ondergaan, betekent dat sommige motieven al tientallen jaren figureren in het werk van Van Golden. Dit hergebruik heeft te maken met zijn verlangen 'om alles wat je doet, goed te doen', en dus niets verloren te laten gaan. Een soort zuinigheid zou je kunnen zeggen. Het heeft ook te maken met zijn boeddhistisch getinte levensopvatting en het daarmee samenhangende cyclische tijdsbesef: de dingen zijn, evenals in de natuur, onderdeel van cycli en keren steeds weer in een nieuwe context terug.

ZERO

Het werk van Van Golden was in het begin van de jaren zestig - daarvoor was hij tien jaar lang werkzaam als machinebankwerker en etaleur - vooral een ludieke, door oosterse mystiek en geestverruimende middelen geinspireerde, versie van Zero. Het annexeren van op zichzelf banale materialen als cadeaupapier of foto's uit tijdschriften en het streven naar soberheid en spaarzaamheid zijn zeroistische gegevens. Ook paste hij veelvuldig de bij Zero-kunstenaars geliefde rasterpatronen toe, zij het dat Van Golden zich niet alleen beperkte tot collages van rasters, maar ook zeer gedetailleerd tafelkleedachtige patronen naschilderde. De bekende, goud-omlijste Kompositie met kleurstippen (1964) is ook zo'n rasterschilderij, direct geinspireerd door Yves Klein die samen met Piero Manzoni de belangrijkste vertegenwoordiger van Zero was.

Nog steeds zijn de kleuren van Yves Klein - aquamarijnblauw, rozerood en goud (golden) - voor Van Golden de belangrijkste kleuren. Vooral de mystieke lading van deze 'drieeenheid van kleuren' spreekt hem aan.

Met het rozerood, blauw en goud brengt hij steeds weer een hommage aan Klein, zelfs tot in het verborgene, wanneer hij op de achterkant van zijn werken de drie kleuren terug laat komen in de titel, de signatuur en het goudkleurige haakje.

Aan originaliteit en 'schriftuur' hecht Van Golden niet. Foto's uit tijdschriften, een afbeelding van een platenhoes, fragmenten uit schilderijen van Matisse of Pollock maken evenzeer deel uit van zijn repertoire als 'eigen' composities en foto's.

De gedaanteverandering van het motief dat uit zijn context wordt gelicht fascineert hem. Een stukje uit een 'drip-painting' van Pollock blijkt, nauwkeurig door Van Golden nageschilderd, antropomorf te zijn geworden. De blauwe parkiet uit de knipselcollage van Matisse zweeft over het witte doek. Door de uitgeknipte vormen exact na te schilderen, met haarscherpe randen en zonder een zichtbare penseelstreek hoopt Van Golden iets aan de zo door hem bewonderde 'papercuttings' van Matisse te hebben toegevoegd. Het is een manier van werken waarvoor een onuitputtelijk geduld vereist is. Schilderen in knip-stijl, noemt hij dit.

In zijn atelier staan nog steeds de hoge doeken waarop ooit de volledige collage van Matisse geschilderd zou worden. Het werk bleek te inspannend en tijdrovend. Vaag zijn nu potloodlijnen te ontwaren die de contouren aangeven van een fragment uit een rood schilderij van Yves Klein dat hij na wil schilderen. Maar hij is bang dat het er niet van zal komen. Overigens bevallen de lege doeken Van Golden wel, zo zijn ze het zuiverst. “Een schoon spieraam vind ik eigenlijk het mooist. Maar ja, wat kun je daar mee doen?” Om iets van de zuiverheid te behouden laat hij veel wit open in zijn schilderijen.

Het werk van Van Golden is soms van een bijna onaardse schoonheid. Het is het resultaat van een raadselachtige mengeling van soberheid en exotisme, van aan de ene kant perfectionisme, ordening en de volledige beheersing van het creatieve proces, en aan de andere kant het toelaten van toeval en vluchtigheid. Ik zou willen zeggen dat Daan van Golden een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van ons land is, ware het niet dat hij met de titel van zijn tentoonstelling in Arti - een citaat van A.Roland Holst - er zelf aan herinnert dat de kunst geen wedstrijd is.