Dollar bleef stabiel

In de afgelopen twee weken (periode 5 tot en met 18 april) bleef de Amerikaanse dollar in het middelpunt van de belangstelling, maar, anders dan in de voorgaande drie maanden, leidde dit niet tot verdere koerswinst. De dollar bewoog wat heen en weer rond de 1,88 gulden.

Gisteren steeg hij met ruim 2 cent tot 1,8990 gulden (informatieve middenkoers) toen de mening in de markt post vatte, dat er geen renteverlaging in de Verenigde Staten zou komen. Achtergrond van dit gebrek aan richting in de afgelopen weken was de blijvende verwachting in de markt van een discontoverhoging door de Fed, die steeds uitbleef. De in de afgelopen periode gepubliceerde economische indicatoren wijzen erop, dat de Amerikaanse economie zich nog steeds in een recessie bevindt. Dit zou de Fed kunnen bewegen om de rente te verlagen, waardoor het herstel zou worden gestimuleerd. De dreiging van een renteverlaging maakt de dollar op zich minder aantrekkelijk, maar daar staat tegenover dat zo'n rentedaling voorlopig wel eens de laatste zou kunnen zijn. En aantrekkende groei is weer positief voor de dollar. Dat een rentedaling tot nu toe is uitgebleven, wordt verklaard uit het verzet dat de regionale Fed-presidenten hiertegen uitoefenen. Zij menen dat die stap tot een hogere inflatie leidt en dat een centrale bank er eigenlijk slechts voor een doel is en dat is inflatiebestrijding. Sturing van de conjunctuur door rentebeleid wordt door hen niet zinvol geacht.

De moeilijke economische situatie door door de hereniging is ontstaan, bleef de Duitse mark ook in de afgelopen weken parten spelen. De ernst van de situatie wordt in feite onderstreept door het gesprek dat Bondskanselier Kohl met oppositieleider Vogel heeft gehad over de wijze waarop de nieuwe deelstaten uit het economisch moeras moeten worden getrokken. Voorts blijft de onzekere situatie in de Sovjet-Unie een negatieve invloed op de mark houden. Op 9 april verhoogde de Bundesbank het tarief op speciale beleningen met 0,1 procentpunt tot 8,6 procent, hetgeen de koers van de mark ten opzichte van de dollar versterkte. Vervolgens werd gespeculeerd op een verhoging van de officiele tarieven door de Duitse centrale bank op 18 april, doch de kans daarop werd in het begin van deze week al steeds kleiner ingeschat. De tarieven bleven gisteren inderdaad ongewijzigd. Het Britse pond blijft het aardig doen binnen het EMS. Een renteverlaging door de Bank of England met 0,5 procentpunt op 12 april deed niets aan de kracht van de Britse munt af, omdat deze verlaging al dagenlang in de koers verwerkt zat. Het pond is momenteel na de Spaanse peseta de sterkste munt in het EMS, waar de afstand tussen de Spaanse munt en de Franse franc onverminderd rond de maximaal toegestane blijft liggen.

De Spaanse centrale bank intervenieert regelmatig, maar slechts een rentedaling in Spanje zou tot vermindering van spanningen kunnen leiden en ruimte scheppen voor de Franse centrale bank om haar rentetarieven te verlagen. Madrid vindt zo'n stap echter ongewenst vanwege de hoge inflatie en de forse groei van de geldhoeveelheid.

De beleidsmatige koppeling van de gulden aan de Duitse mark zorgde er ook in de afgelopen weken voor, dat onze munt een middenpositie in het EMS innam.

Bron: Rabobank Nederland-Directoraat Financiele Markten