De weg van enclaves naar toevluchtsoorden

“Uiteindelijk waren het de televisiebeelden die het hem hebben gedaan. Het was de publiciteit over het lijden van de vluchtelingen”, zo legde een Amerikaanse regeringsfunctionaris de ommezwaai van president Bush uit. Die had zojuist, in strijd met zijn herhaalde belofte geen Amerikaanse militairen in een Vietnam-achtig moeras te laten wegzinken, aangekondigd dat Amerikaanse militairen alsnog Irak zouden binnengaan om Koerdische vluchtelingen te beschermen tegen het Iraakse leger. De 'veiligheidszone' dan wel het 'toevluchtsoord' voor de Koerden - zij het niet de 'enclave' -, zou na eindeloos heen en weer gepraat dan toch worden verwezenlijkt.

De Amerikanen zeggen nu dat de hele zaak een Amerikaans idee is. “Dit was een Amerikaans voorstel”, zei Bush' woordvoerder gisteren, “waarvoor we de steun van de andere landen hebben gevraagd, die zeer bereidwillig waren”. “President Bush heeft het de coalitiepartners in de afgelopen dagen voorgelegd.”

Dit is vermoedelijk een onverwachte wending voor de Britten, die zeggen dat premier John Major al sinds 2 april bezig was met een plan om de stervende Koerdische vluchtelingen in het Turkse grensgebied met Irak uitkomst te bieden. Dat wil zeggen nog voordat zijn voorgangster Margaret Thatcher op 3 april op haar stoep in Belgravia de camera's inkeek en verklaarde dat het nu de tijd niet was voor 'wettelijke aardigheidjes' als het de Koerden betrof, maar voor 'praktische actie'. En voordat de Turkse president Turgut Ozal op zondag 7 april opriep tot de instelling van een 'VN-protectoraat' voor Koerdische vluchtelingen in het noorden van Irak en de Amerikaanse minister van defensie Cheney desgevraagd wel wat zag in een 'bufferzone'.

Dat melden de Britse kranten nu althans. Toen Major zijn plan maandag 8 april op een bijeenkomst van EG-regeringsleiders lanceerde en de VS het vervolgens uiterst kil ontvingen, reageerden diezelfde kranten aanzienlijk onvriendelijker. Toen wezen ze erop dat minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd buitenslands was geweest, toen Major het voorafgaande weekeinde wanhopig had gezocht naar een plan, geeft niet wat, ten bate van de Koerden die in steeds ellendiger toestand op de Europese beeldschermen verschenen. En impliceerden ze dat de premier, zonder Hurds wijze raad, een ondoordacht voorstel had gelanceerd.

ENCLAVES

Major stelde in Luxemburg de instelling van 'enclaves' in Irak voor, die zich tot de steden zouden kunnen uitstrekken, waar de vluchtelingen in afwachting van betere tijden zouden kunnen worden gehuisvest en die desnoods met geweld konden worden doorgedreven. De EG-regeringsleiders namen het plan onmiddellijk over, maar de Amerikanen huiverden. Zij zagen de politieke implicaties van het woord 'enclave', de ondermijning van de Iraakse soevereiniteit die zij altijd hadden afgewezen. Het eerste begin immers van een Koerdische staat, waarvoor behalve de Amerikanen de hele regio eendrachtig huivert: Arabieren, Turken, Iraniers mogen over vele zaken twisten, in hun verzet tegen een Koerdische staat staan ze vereend. Maar bovendien een concept waarmee andere onderdrukte minder- of meerderheden aan het werk kunnen: de Palestijnen tegen Israel, de Tibetanen tegen China, en zo voorts.

Washington liet dan ook weten dat het voorstel onnodig was. De Britten op hun beurt vervingen het woord enclave door het ongevaarlijker 'toevluchtsoord', en onderstreepten slechts nog het humanitaire karakter van hun voorstel. Geconfronteerd met een aanhoudende stroom beelden van en sombere berichten over de Koerdische vluchtelingencrisis, bleef Londen echter proberen Majors afgezwakte voorstel aan de man te brengen.

Dat leidde woensdag 10 april tot een openlijk verschil van mening tussen Washington en Londen, nadat Major in een langdurig telefoongesprek met Bush zijn ideeen opnieuw had uiteengezet. Na afloop verzekerden Britse functionarissen dat de twee het volledig eens waren. Maar Bush' woordvoerder liet weten dat men het dan wel eens was over de ernst van het vluchtelingenprobleem, maar niet over ideeen die de soevereiniteit van Irak zouden kunnen bedreigen of “onze jongens” zouden kunnen betrekken “bij een burgeroorlog die al tijden duurt”.

Maar intussen hadden ook de VS zich genoodzaakt gezien hun inspanningen ten bate van de Koerden stap voor stap uit te breiden, waarbij ze de indruk wekten steeds weer door de feiten op sleeptouw te worden genomen. Zo werkten ze uiteindelijk mee aan het aanvankelijk weinig enthousiast ontvangen Franse voorstel de Veiligheidsraad te bewegen tot een veroordeling van de onderdrukking van de Iraakse burgerbevolking: resolutie 688, die nu als basis wordt gebruikt voor het geallieerde optreden in Noord-Irak.

Resolutie 688 werd vrijdag 5 april aanvaard; eerder op de dag had Bush opdracht gegeven tot de instelling van een hulp-luchtbrug naar de Koerden, die naar Turkije (en Iran) bleven stromen. De volgende dag waarschuwde Washington Bagdad de hulpoperatie niet in gevaar te brengen. Geen militaire actie ten noorden van de 36ste breedtegraad, luidde de opdracht.

DE FACTO ZONE

Deze stap werd pas de woensdag daarop in de publiciteit gebracht, toen duidelijk werd dat de geallieerde voedseldroppings voornamelijk symbolisch waren en de druk op de regering toenam om verdere actie te ondernemen. Regeringsfunctionarissen spraken zelfs van een 'de facto veiligheidszone', zoiets als de gedemilitariseerde zone aan de Iraaks-Koeweitse grens. Maar de Koerdische rebellen werden vervolgens weer van de beschermende maatregelen uitgesloten.

Nog altijd zwoer Bush echter geen Amerikaanse troepen naar Irak te sturen, ook niet toen hij op 12 april “de grootste militaire hulpoperatie in de geschiedenis” aankondigde - Operatie Provide Comfort. De duizenden Amerikaanse militairen die hiervoor naar Turkije werden gestuurd, zouden in principe Irak niet betreden, zei minister Cheney. Bush zelf sloot de volgende dag opnieuw elke Amerikaanse militaire interventie in Irak uit.

De Europeanen bleven lobbyen voor hun 'toevluchtsoorden' of 'veiligheidszones', er kwam eindelijk enige zichtbare hulp op gang - maar de Koerden bleven komen en sterven. En zo kondigde Bush vier dagen na het lanceren van Operatie Provide Comfort aan dat Groot-Britannie, Frankrijk en de VS in totaal zo'n 12.000 militairen naar Noord-Irak zouden sturen om daar voor hulp bereikbare vluchtelingenkampen op te zetten en die bescherming te bieden tegen het Iraakse leger. De Verenigde Naties, zo hoopten alle betrokken geallieerden vurig, zouden op korte termijn die beschermende taak van hen overnemen.

Maar de VN, die tot dusverre op alle voorstellen tot toevluchtszones uiterst lauw hadden gereageerd, zagen ook de merites van dit plan niet helder voor ogen.

Secretaris-generaal Perez de Cuellar had er “vanuit humanitair oogpunt” geen problemen mee, maar zag wel “wettelijke moeilijkheden”. En een VN-rol, voegde hij eraan toe, zou door de Veiligheidsraad moeten worden goedgekeurd. Hij sneed daarmee een problematische kwestie aan, gezien de afwijzende reacties van Moskou en Peking die met het oog op de eigen minderheden grote bezwaren koesteren tegen inbreuken op de soevereiniteit.

Bovendien bleken de VN net bezig te zijn een eigen overeenkomst met Irak te sluiten voor de opvang van de vluchtelingen, in “humanitaire centra”. De VN-afgevaardigden, prins Sadruddin Aga Khan en de Belg Erik Suy, reageerden tamelijk zuur op de Amerikaans-Frans-Britse maatregelen.

En zo gaan nu duizenden geallieerde militairen en nog een onbekend aantal civiele VN-functionarissen in parallelle operaties Koerden helpen. De Iraakse houding is, hoewel afwijzend, relatief mild. Irak zal voorlopig zeker meewerken: anders krijgt het geen toestemming van de Veiligheidsraad om voor een miljard dollar olie te verkopen. En wilde premier Saadoun Hammadi geen nieuwe bladzij opslaan in de relaties met de buitenwereld?

IRAN

Franse artsen die zojuist een bezoek hebben gebracht aan Iran, vroegen zich intussen af waar de hulp blijft voor de circa een miljoen Iraakse vluchtelingen die daar zijn binnengestroomd. “Elke dag horen we praten over massale humanitaire hulp. Maar waar blijft die?” vroeg Michelle Barzach, een vroegere minister van volksgezondheid.

“We willen daar helpen, maar we moeten realistisch zijn”, antwoordde president Bush op afstand. “Ik bedoel dat de Iraniers nog gespannen relaties hebben met de Verenigde Staten.”

Bush bedoelde dat de oude kwestie van de Westerse gijzelaars in pro-Iraanse handen in Libanon een grootscheepse hulpinspanning in de weg staat. De Britse minister voor overzeese ontwikkelingshulp, Lynda Chalker, gaat vanavond met zo'n “zeer speciale boodschap” naar Iran.

Die boodschap luidt, zo zei ze gisteren: “We gaan u helpen met de problemen die u heeft. Help ons dan altublieft die gijzelaars thuis te brengen die nooit hadden mogen worden ontvoerd en zolang vastgehouden.”

Linksboven de inmiddels gesloopte 'oude' Willemsbrug, linksonder de Koninginnebrug.