De heilige galeriehouder

The World's 200 Best Contemporary Art Galeries. Uitg. Ed. M.M. Editions, Duresnes, 296 blz. Prijs (+-)(f) 125,-.

Over de invloed van galeries voor hedendaagse kunst in de internationale kunstwereld, is veel gepubliceerd. Steeds meer is de nadruk komen te liggen op jong en actueel en de galerie heeft in dat opzicht de vinger beter aan de pols dan het moderne museum. Sterker nog, het galeriewezen heeft waarschijnlijk in hoge mate bijgedragen aan die druk van steeds weer nieuwe namen en trends.

De 'drempel' die een geinteresseerde leek vroeger voelde als hij deze deftige, typisch twintigste-eeuwse expositieruimtes wilde bezoeken, is nu voor grote groepen mensen verleden tijd. Galeriewijzers, -routes en -weekends bewijzen dat ook in ons land. Tijdschriften zoals Art in America geven daarom aan het begin van elk nieuw seizoen een galeriegids uit en Kunstbeeld heeft dat voorbeeld voor ons land nagevolgd. Maar juist in een branche waarvan het aanbod elke maand wisselt en ook de galeries zelf in rap tempo komen en gaan, is het voor de niet-professional moeilijk het kaf van het koren te scheiden, vooral in het onbekendere buitenland.

Daarom heeft een zich Media Marketing Editions noemend Frans bedrijfje een kwalitatieve selectie gemaakt van galeries over de hele wereld.

Tweehonderd uitverkorenen zijn nu bijeen gebracht in een flink boek op A4-formaat - te groot dus om mee op reis te nemen. De opzet is eenvoudig: critici en museummensen werden benaderd om die galeries aan te wijzen die met nog levende kunstenaars werken, tenminste drie jaar bestaan en een zekere erkenning genieten. Dat de nadruk in de gids is komen te liggen op de gerenommeerde galeriehouders, verbaast daarom niet.

GODFATHER

Het interview dat bij wijze van inleiding is afgedrukt, zet de toon.

Ondervraagd wordt de Newyorker Leo Castelli die op dit moment een van de oudste galeries in de kunstmetropool heeft: hij opende zijn ruimte in 1958. De onafhankelijke tentoonstellingsmakers Collins & Milazzo hebben een dweperig vraaggesprek met hem gevoerd. Castelli zou 'in zijn eentje' verantwoordelijk zijn voor 'het verlenen van een zekere waardigheid aan de handeling in hedendaagse kunst sinds de Tweede Wereldoorlog'. Dit is natuurlijk onzin. Zonder een netwerk met andere galeries te vormen waaraan kunstenaars worden 'doorgegeven', kan geen enkele galeriehouder functioneren. Door de nadruk op Castelli's kwaliteiten krijgt het interview een oubollig toontje: 'opa vertelt'

over zijn goede contacten met de verschillende directeuren van het Museum of Modern Art, over zijn kennismaking met Warhol en Rauschenberg, enzovoort. In het zeven jaar geleden verschenen The Art Dealers van Laura de Coppet en Alan Jones werd Castelli veel diepgaander aan het woord gelaten over zijn leven en werk in een informatief boek dat de drijfveren van zo'n dertig Newyorkse art dealers blootlegde.

Maar wat vooral stoort, is de afschildering van deze godfather als een heilige, terwijl hij al meer dan dertig jaar een commerciele galerie drijft. Handel blijft trouwens volledig buiten beschouwing in dit lijvige boek, alsof er een taboe op rust. Galeriehouders worden gepresenteerd als pioniers terwijl ze wel degelijk een bankier in zich moeten bergen wil hun inspannning op den duur rendabel zijn. Dat brengt me op de vraag voor wie dit boek eigenlijk is bedoeld. Afgaande op het soort informatie dat wordt verstrekt, moet men de goed geinformeerde leek en de professionale kunstkenner op het oog hebben gehad. De hoofdmoot bestaat uit een alfabetische indeling naar land met daarbinnen de presentatie van een galerie per pagina, maar de galeries zijn, onhandig genoeg, niet alfabetisch opgevoerd. Op die bladzijde staat al dan niet een foto van de eigenaar met een citaat van hem of haar. Dit zijn vaak loze kreten, zoals 'Give art a chance'

uit de mond van Dr. Andre Willocx van galerie De Lege Ruimte in Brugge. Daaronder volgt een kort overzicht van de programmering vanaf de start, een lijstje met de vaste kunstenaars met wie gewerkt wordt en tenslotte de beurzen waaraan dit jaar wordt deelgenomen. Dat laatste is aardig als het gaat om onbekende expositieruimtes, zoals die van de Argentijnse Ruth Benzacar.

De overige gegevens zijn vaak erg beknopt en daarom alleen begrijpelijk voor de goede verstaander. Een namenlijstje van de 'stal'

van een galerist is pas bruikbaar als je weet wat die kunstenaars voor werk maken. Anderzijds mist een verzamelaar hier de vermelding van prijzen. Wel zijn hier en daar paginagrote afbeeldingen van kunstwerken opgenomen, blijkbaar alleen als de galerie daar extra voor betaalde, als een soort advertentie. Er zijn vier Nederlandse galeries opgenomen: Paul Andriesse, Art & Project, Barbara Farber en Swart. Als het om ancienniteit gaat, had Espace daar nog wel aan toegevoegd kunnen worden en ook The Living Room werd blijkbaar te licht bevonden.

Daartegenover staan maar liefst 47 Amerikaanse galeries, bijna een kwart van het hele aanbod, op grote afstand gevolgd door 23 Duitse en een gedeelde derde plaats voor Frankrijk en Italie. Rusland, Korea en Griekenland zijn elk vertegenwoordigd met slechts een galerie. Volgen nog een lijstje van internationale kunstbeurzen, een index naar land en naar kunstenaars.

Het moet gezegd: de selectie ziet er gedegen uit. Het resultaat is een keurige lijst van galeries die al jaren goed bekend staan. Een klein beetje meer avontuur, zodat nu en dan de weg wordt gewezen naar een verrassend initiatief, had het geheel wat minder deftig gemaakt. Maar dat soort informatie krijg je meestal van horen zeggen en is te actueel voor een boek. Wat mijzelf betreft; als ik eens naar Japan of Australie afreis, zal ik zeker niet nalaten The Worlds Best Galeries te raadplegen.