Bril en Van Weelden lezen over de oorlog; De smaak van de winkelier

Martin Bril en Dirk van Weelden: Terugwerkende kracht. Uitg. de Bezige Bij, 243 blz. Prijs (f) 25,-

Martin Bril en Dirk van Weelden zijn jonge schrijvers die steeds beroemder worden. Samen schreven ze de boeken Arbeidsvitaminen, het ABC van Bril & Van Weelden en Piano & Gitaar, de vooruitgang volgens Bril & Van Weelden. In voorbereiding zijn DEF en Het Grote Bril & Van Weelden Puzzelboek. En onlangs verscheen Terugwerkende kracht, waarin zij 85 fragmenten over de Tweede Wereldoorlog hebben verzameld. De citaten komen uit romans, verhalen, kinderboeken, schoolboeken, ingezonden brieven, artikelen uit kranten en radio- en televisieprogramma's en wat de samenstellers ermee willen is: laten zien wat zij in hun leven als kind, scholier, puber en student over de oorlog hebben gelezen. Het is dus niet zomaar een bloemlezing maar een leesgeschiedenis, wat meteen een stuk aantrekkelijker klinkt. Het is alsof iemand een winkel begint in exotische artikelen en vervolgens in de krant adverteert met de slogan dat het publiek in zijn winkel niet alleen een exotisch artikel koopt, maar ook de smaak van de winkelier.

En dat alleen voor de prijs van dat artikel! Zo wordt men een succesvol winkelier.

Terugwerkende kracht is volgens Martin Bril en Dirk van Weelden bedoeld voor mensen voor wie de oorlog voorbij is. Dat is dus voor iedereen, maar de suggestie is: het boek is bedoeld voor wie de oorlog alleen van horen zeggen kent en zich misschien afvraagt: heeft die oorlog wel echt bestaan? In hun voorwoord schrijven de samenstellers: “De Tweede Wereldoorlog is voorbij, en dat betekent dat de toekomst van die oorlog afhangt van de kwaliteit van de verhalen die erover geschreven worden, en niet van het Verhaal, zoals de nationale overheid, het koningshuis en de wetenschap dat vertellen.” Het is een ingewikkelde zin die er geloof ik op neerkomt dat jongeren de oorlog niet interessant vinden als duffe wetenschappers, slome ambtenaren of geheimzinnige prinsen ermee aan komen zetten, maar alleen als die wordt gepresenteerd door jonge en veelbelovende schrijvers.

Wat is de smaak van de samenstellers? Ik kan niet zo goed beoordelen of de fragmenten representatief zijn voor alles wat er in Nederland over de oorlog is geschreven. In elk geval leggen Bril en Van Weelden een voorkeur voor autobiografisch getinte fragmenten aan de dag. Uit de stukken van L. de Jong en J. Presser bij voorbeeld kan men opmaken dat deze geschiedschrijvers ook zelf onder de oorlog hebben geleden; de belangstelling van Renate Rubinstein voor Weinreb is misschien wel te verklaren uit haar gevoelens tegenover haar vader; en van Armando krijgen we het citaat uit De straat en het struikgewas waarin een jongetje een Duitse soldaat neersteekt, een passage waarvan sommige mensen vermoeden dat die echt is gebeurd, dat Armando dat jongetje is geweest.

De boodschap van Terugwerkende kracht lijkt dat wat wij tegenwoordig over de oorlog te horen krijgen niet de feiten zijn, maar persoonlijke herinneringen aan die feiten. Steeds weer leggen Bril en Van Weelden met hun keuze er de nadruk op dat de oorlogsverhalen niet uit de lucht zijn komen vallen, maar door mensen zijn verteld. Maar wat is hiermee bewezen? Toch niet dat die verhalen waardeloos zijn? Dat geschiedschrijvers belangen hebben gehad om over de oorlog te vertellen, betekent toch niet dat hun verhalen zijn ontmaskerd als verzinsels? Of vinden Martin Bril en Dirk van Weelden dat herinneringen nu eenmaal nooit te vertrouwen zijn?

Aldus mijn vragen. Verder vond ik Terugwerkende kracht een aardige leesgeschiedenis.