Bonden roepen op tot metaalstaking na mislukken CAO

ZOETERMEER, 19 april - Het overleg over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst voor de 200.000 werknemers in de metaalindustrie is gisteravond mislukt. De vakbonden hebben vanmorgen stakingsacties aangekondigd, te beginnen op woensdag 1 mei.

Werkgevers en werknemers bereikten gisteren in de vierde onderhandelingsronde op geen van de hoofdpunten volledige overeenstemming. De meningsverschillen spitsten zich toe op loonsverhoging, vervroegd uittreden, extra vakantiedagen, aanvulling op de uitkering voor arbeidsongeschikten en aanpak van het ziekteverzuim.

Vanmorgen zijn de eerste stakingsparolen uitgegaan. Vakbondsleden bij Pannevis in Utrecht (110 werknemers) en United Plastics in Gilzen (150 werknemers) besloten op 1 mei het werk neer te leggen, zo liet een woordvoerder van de Industriebond FNV weten.

De werkgevers (in de metaal- en elektrotechnische industrie, verenigd in de FME) verhoogden gisteren hun loonbod voor een tweejarig contract van 5,5 procent naar 6,5 procent. Dit werd door de vier vakbonden verworpen, omdat het onvoldoende zou zijn voor koopkrachtbehoud in dit en volgend jaar. Zij hielden vast aan een eenjarig contract met een loonsverhoging van tussen de 3,5 en 4,5 procent.

FME-voorzitter drs. J. Blankert zei na afloop dat de werkgevers voor dit jaar tot een loonsverhoging van 3,75 procent wilden gaan (zoals begin maart in de metaalnijverheid werd overeengekomen) op voorwaarde dat alle overige voorstellen van werkgevers zouden worden geaccepteerd. De bonden gingen hier niet op in.

Werknemers-onderhandelaar H. Peperkamp noemde zowel het verhoogde loonbod als de andere voorstellen van werkgevers “ondermaats”.

Zowel Blankert als Peperkamp toonde zich teleurgesteld dat geen akkoord was bereikt, ondanks concessies van beide kanten. Beide onderhandelaars verklaarden zich bereid het overleg op elk moment te hervatten, maar laten het initiatief daartoe over aan de tegenpartij.

Pag. 18: .

'Eisen van vakbonden onbetaalbaar'

Het CAO-overleg in de metaalindustrie (200.000 werknemers) liep gisteravond vast op alle hoofdpunten: loonsverhoging, vervroegd uittreden. extra vakantiedagen, aanvulling op de uitkering voor arbeidsongeschikten en aanpak van het ziekteverzuim.

Het loonbod van werkgevers (6,5 procent uitgesmeerd over twee jaar) komt volgens de bonden op Jaarbasis neer op een loonsverhoging van ruim 2 procent dit jaar en 1,7 procent in 1992. "Volstrekt onvoldoende. Zelfs minder dan de verwachte inflatie", oordeelde bestuurder M. Hagen van de Industriebond FNV.

De leeftijd voor vervroegd uitreden kan in de metaalindustrie op 60 jaar blijven. De werkgevers (verenigd in de FME) zijn afgestapt van het plan de uitkering te verlagen van 87,5 naar 70 procent van het voormalige salaris. De financiering van de regeling is ook rond. De premie wordt verhoogd van 3,9 naar 5,4 procent, een derde voor rekening van werknemers en tweederde voor de werkgevers. Als verdere premieverhoging nodig is om de VUT-regeling te betalen wordt deze gelijk verdeeld tussen werkgevers en werknemers. Struikelblok vormde uiteindelijk de eis van de bonden ook werknemers met veertig dienstjaren in aanmerking te laten komen voor de VUT. Volgens FME-voorzitter drs. J. Blankert is dat onbetaalbaar en onmogelijk.

"Dan zouden onmiddellijk drie tot vierduizend werknemers extra met de VUT gaan. Ik ken bedrijven die dan in een klap tien pro cent van hun werknemers zouden kwijtraken." De eis van de bonden voor arbeidstijdverkorting voor de werknemers in twee- en drieploegen_ diensten (van 38 naar 36 uur) is voor de werkgevers onbespreekbaar. De bonden zwakten hun eis van drie extra vrije dagen (twee vakantiedagen en vrij op 5 mei) af tot een extra vrije dag, maar de FME verbond daaraan de voorwaarde dat bij ziekte maximaal drie vrije dagen zouden moeten vervallen. Voor werknemers van 57,5 jaar en ouder liggen extra vrije dagen in het verschiet, maar volgens de bonden nog onvoldoende.

De bonden eisen een aanvulling op de uitkering voor arbeidsongeschikte werknemers van 55 jaar en ouder tot 87,5 procent van het salaris. De FME wil niet verder gaan dan een aanvulling tot 80 procent voor arbeidsongeschikte werknemers vanaf 58 jaar. Afspraken over terugdringing van het ziekteverzuim in de metaalindustrie (gemiddeld 9 procent) sprongen af op het voorstel van de bonden alle bedrijven te verplichten een 'plan van aanpak' te maken concrete maatregelen voor preventie, registratie, begeleiding en herplaatsing. De FME wil volstaan met een aanbeveling aan de bedrijven. Blankert suggereerde na afloop dat de bonden op dit moment geen akkoord wilden omdat ze I mei al hebben uitgeroepen tot 'landelijke actiedag'. "Er was een grote mate van consensus over tal van cruciale onderwerpen, totdat ze opeens achttien nieuwe takkebossen op de weg gooiden. Kennelijk mocht er geen akkoord komen." Werknemersonderhandelaar H. Peperkamp van de Industriebond FNV wees dit verontwaardigd van de hand. "We willen een akkoord, maar dan moet het wel een akkoord zijn waar mee mee thuis kunnen komen."