Architectuur en goede wil

MET DE EERSTE Nota Architectuurbeleid hebben de ministers d'Ancona (WVC) en Alders (VROM) een offensief ingeluid dat de architectuur in ons land moet verbeteren.

In de nota, die de titel draagt 'Ruimte voor Architectuur' - Architectuur met een hele grote hoofdletter - wordt een pleidooi gehouden voor een samenhangend architectuurbeleid, geschraagd op de juiste overtuiging dat er zonder stedebouw geen architectuur bestaat en dat monumentenzorg als een intrinsiek onderdeel van het architectuurbeleid moet worden beschouwd.

De maatregelen die door de ministers worden voorgesteld om de architectonische kwaliteit in ons land op te stoten in de vaart der volkeren, hebben eerder te maken met het architectuurklimaat dan met de bouwkunst zelf. Opdrachtgevers, gemeentebesturen, projectontwikkelaars en beleggers moeten meer oog en gevoel krijgen voor de kritische drieeenheid waarop de architectonische kwaliteit van de gebouwde omgeving is gefundeerd: de gebruikswaarde, de culturele waarde en de toekomstwaarde. De architectuur-belangstelling van het publiek moet drastisch worden opgevijzeld en de architecten zelf, de ontwerpers van stad en land, moeten zich meer bewust worden van hun immense verantwoordelijkheid. Verhoging van de kwaliteitsnorm van de vormgeving van Nederland is het belangrijkste doel.

De instrumenten die in de nota worden aangegeven om dit doel te bereiken, hebben allemaal een indirect karakter. Het nieuwe Stimuleringsfonds voor de Architectuur - in de komende vier jaar zal het over ongeveer 19 miljoen gulden kunnen beschikken - heeft de taak die in de naam van het fonds is vervat: architectuur stimuleren, met manifestaties, tentoonstellingen, publikaties, films, onderzoek, architectuurwedstrijden en symposia. Een Architectuurplatform VROM-WVC, onder voorzitterschap van de Rijksbouwmeester, zal een adviserende rol vervullen in het architectuurbeleid van de negen departementen die zelf bij bouwopdrachten zijn betrokken.

ZO ZAL, volgens de eerste Architectuurnota van rijkswege, de verbetering van de gebouwde omgeving in Nederland vooral tot stand moeten komen dank zij een bundeling van indirecte krachten, dank zij het vertrouwen dat mentaliteiten zich laten veranderen, enthousiasme is te stimuleren en de menselijke geest bereid is zich, onder vriendelijke druk, te richten op het cultureel hogere. Veel kosten mag het niet. Het is te hopen dat al deze schone woorden op den duur tot daden leiden en Nederland mooier zullen maken. Maar de hele onderneming is wel gebaseerd op het brave geloof dat de mens, in dit geval de mens in de bouwwereld, in de architectuur, in de stedebouw, van goede wil is. Kortom, een aardige nota.