Aartsbisschop George Carey; De kerk gaat ten onder aan goede smaak

In de kathedraal van Canterbury is vandaag dr. George Carey ingehuldigd als primaat van de Anglicaanse kerk. Carey (55) presideert in zijn nieuwe functie over de Anglicaanse gemeenschap in 164 landen en is onder andere hoeder van 2,5 miljoen Amerikaanse Episcopalisten. Zoals gebruikelijk was de nieuwe aartsbisschop al voor zijn aantreden omstreden. De aartsbisschop vergeleek zijn kerk met “een oude dame”, noemde tegenstanders van de wijding van vrouwen als priester “ketters” en beleed onverhuld zijn liefde voor getuigenis-religie en swingende muziek in de kerk. Carey volgt dr. Robert Runcie op, die zich nu gaat wijden aan zijn hobby: het fokken en hoeden van een zwart-gevlekt, bijzonder soort varkens.

Zoveel ophef is sinds zijn benoeming gemaakt van Carey's gehechtheid aan de evangelische vleugel binnen de kerk en van zijn voorliefde voor de “charismatische” beweging, dat er in kerkelijke kring gefascineerd is gespeculeerd over de vraag of de Engelse koningin, het formele hoofd van de Anglicaanse kerk, vandaag bij de inwijdingsdienst geconfronteerd zou worden met handopleggingen en tamboerijngerinkel.

Vanmorgen maakte de deken van de kathedraal aan de spanning een einde door te laten weten dat de afwijking van het gebruikelijke patroon van orgelmuziek en gemeentezang beperkt zou blijven tot het inzetten van een saxofoon.

Na de fragiele, academische verschijning van Runcie is de vierkante aanwezigheid van Carey voor sommigen in de Anglicaanse gemeenschap in Engeland een onwennig verschijnsel. Carey zelf heeft al voor zijn inhuldiging leren leven met het feit dat een aartsbisschop op zijn woorden moet passen. Hij is al twee keer genoodzaakt geweest zich te verontschuldigen voor zijn taalgebruik, omdat zijn woordkeuze een - naar de Engelse taal treffend zegt - unholy row (een ongelooflijke ophef) veroorzaakten. Dat hij als voertuig voor zijn opinies bovendien Readers Digest had gekozen, beviel de snobisten al helemaal niet. Aan de inhoud van zijn opmerking deed de verontschuldiging van Carey echter niets af. De Church of England was, zo had hij gezegd, “een oudere dame die met een tandeloos bekje versleten platitudes mompelde”.

Carey pleit voor een levende kerk, die “iets te maken heeft met het leven van alledag”. Volgens hem hongert de potentiele kerkganger “naar iets wat de kerk ze niet geeft”, want “de kerk gaat ten onder aan goede smaak”. Aansprekende muziek en gewone taal brengen jonge mensen naar de kerk terug. “Ik wil niet het soort geloof hebben dat zo ver verwijderd is van het dagelijks bestaan dat je over de armen en thuislozen heenstapt op weg naar de kerk.”