Zweden bekijkt Nederlands asielbeleid

DEN HAAG, 18 april - Het wegvallen van de Europese binnengrenzen hoeft niet te betekenen dat Europa in een ontoegankelijk fort verandert voor vluchtelingen. Dit stelt Maj-Lis Loow, de Zweedse minister van immigratiezaken, die deze week enkele dagen in Nederland was om de opvang van vluchtelingen en asielzoekers te bekijken.

Vluchtelingen- en asielbeleid speelt een belangrijke rol in het Zweedse debat over toetreding tot de Europese Gemeenschap. Velen zijn bang dat Zweden zich zal moeten aanpassen aan landen met een veel beperkter toelatingsbeleid. Maar Loow weigert zich daarbij neer te leggen: “Er zijn meer landen met een progressief vluchtelingenbeleid.

Als die de handen ineenslaan, is het helemaal niet gezegd dat we ons moeten aanpassen aan het meest restrictieve beleid binnen Europa. Dat is een reden waarom dit soort bezoeken nuttig zijn.'' Om haar denkbeelden uit te dragen en zelf nieuwe ideeen op te doen bezocht ze eerder Oostenrijk en Zwitserland.

Ze vond het interessant om te zien dat Nederland de opvang op een volkomen andere manier heeft georganiseerd dan Zweden, maar desalniettemin voor een goede opvang zorgt. “Mensen bij ons zijn wel eens geneigd te denken dat ons systeem het enig goede is.” In Nederland is de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen en asielzoekers verdeeld over de ministeries van justitie, buitenlandse zaken, WVC, sociale zaken en onderwijs en wetenschappen. In Zweden heeft Loow als minister van immigratiezaken - voor zover ze weet de enige in haar soort in Europa - alles in een hand.

Zweden ontvangt veel meer vluchtelingen en asielzoekers dan Nederland. De opvang van asielzoekers verschilt niet zo veel in beide landen, concludeert Loow na bezoeken aan een opvangcentrum in Putten en het speciale opvangcentrum voor minderjarige vluchtelingen in Nunspeet.

“Ondanks de sterk toegenomen instroom - we krijgen de laatste jaren ongeveer dertigduizend asielzoekers per jaar - willen we de wachttijd terugbrengen tot minder dan een jaar. We hopen eigenlijk binnen een half jaar te kunnen beslissen of een asielaanvraag al dan niet wordt toegekend.”

De Zweedse minister heeft zich verbaasd over het voor haar ongewone verschijnsel dat veel asielzoekers die hier geen vluchtelingenstatus krijgen en ook geen tijdelijke verblijfsvergunning, om humanitaire redenen toch niet het land worden uitgezet. “Bij ons is het ja of nee. Het is in Zweden ook veel moeilijker om zwart werk te vinden en een bestaan op te bouwen als illegaal.” Zonder persoonsnummer en identiteitskaart begin je niets in Zweden. Het grootste verschil tussen het Nederlandse en het Zweedse beleid zit echter in de integratie van geaccepteerde vluchtelingen in de samenleving. In Nederland krijgen ze woonruimte, een uitkering en vierhonderd uur taalonderwijs. Het is dan ook niet ongewoon dat een vluchteling na tien jaar nog steeds nauwelijks Nederlands spreekt, nog steeds een uitkering heeft en voornamelijk met werkloze landgenoten omgaat. Loow: “Wij proberen uitkeringen te vermijden. Voor ons is werk de eerste prioriteit. Veel vluchtelingen zijn relatief goed opgeleid. We leren hen zo snel mogelijk Zweeds op een zodanig niveau dat ze hun eigen opleiding in Zweden kunnen gebruiken.

“De gemeenten verzorgen het gehele pakket aan opvang, van huisvesting en onderwijs tot - samen met het arbeidsbureau - arbeidsbemiddeling.

Het succesvolst zijn de programma's waarin vluchtelingen halve dagen Zweeds leren en halve dagen werken. De overheid betaalt het salaris, zodat ze het bedrijf niet meer kosten dan enige begeleiding. Je ziet dat velen daarna een baan krijgen in hetzelfde bedrijf.'' Omdat de gemeenten een vast bedrag per vluchteling krijgen, hebben ze er een financieel belang bij dat een vluchteling snel in zijn eigen onderhoud kan voorzien.

“Het is een voordeel om alles in een hand te hebben, is mijn slotconclusie”, zegt Loow aan het eind van haar bezoek. Toch heeft ze hier ook dingen gezien die ze beter vond dan thuis: de samenwerking tussen overheid, particuliere organisaties en vrijwilligers bijvoorbeeld vindt ze voorbeeldig. In Zweden wordt druk gediscussieerd hoe die samenwerking kan worden verbeterd.