Water en mest

Het is een standaardnummer tijdens de economieles: leidingwater is schaars. Ook al spuit het overvloedig uit de kraan, het is schaars. Water uit een rustig voortkabbelend bergbeekje is niet schaars; water uit de kraan wel. Omdat er mensen en machines nodig zijn om het uit die kraan te laten spuiten. Produktiefactoren die ook gebruikt hadden kunnen worden om er iets anders mee te produceren.

Pompen, zuiveringsinstallaties, een leidingennet, watertorens en mensen zijn dag in dag uit in de weer om een van onze meest noodzakelijke goederen thuis te bezorgen. We staan er nauwelijks bij stil. We douchen ons en wassen onze auto; sproeien het gazon of de planten op het balkon; laten vaatwassers en wasmachines er lustig op los draaien. Een paar keer per dag lozen we vele liters kostelijk drinkwater bij het doorspoelen van het toilet. En niet alleen de huishoudens gebruiken het, ook de industrie lust een flinke slok. In totaal komt het verbruik op 160 liter per inwoner per dag. Het kan niet op.

Intussen begint heel voorzichtig 'Uw waterleidingbedrijf' met een advertentiecampagne duidelijk te maken dat het wel op kan. 'Je staat er nooit zo bij stil; je draait de kraan open en er komt water uit.

Drinkwater. En dat gebruik je gewoon..... Logisch dat je met dat gewone maar toch heel bijzondere drinkwater bewust omgaat.....Gebruik wat je nodig hebt. Niet meer.' Een eerste verzoek tot wat bewuster waterverbruik. Een bescheiden signaal, dat niet los staat van het geharrewar van de ministers Alders (milieu) en Bukman (landbouw) dat een paar dagen later de krant haalde. De heren waren het niet eens over de vraag of nu al uitspraken over de noodzaak tot inkrimping van de veestapel kunnen worden gedaan. Alders lijkt vermindering van het aantal dieren onvermijdelijk. Bukman vindt het 'nog rijkelijk vroeg om dergelijk geschut in stelling te brengen'.

In ons rijk bewaterde Nederland beschikken we per jaar over negentig miljard kubieke meter water; tweederde daarvan is grondwater, eenderde oppervlaktewater dat ons via Rijn en Maas bereikt. Anderhalf procent van de totale waterplas wordt omgevormd tot drinkwater. En die produktie wordt op allerlei manieren bedreigd. De industrie loost chemische stoffen in het oppervlaktewater. Vooral onze stroomopwaartse Europese partners Frankrijk, Zwitserland en Duitsland laten met een cynische onverschilligheid allerlei vuil in de Maas en de Rijn lopen.

Maar ook het grondwater loopt intussen gevaar. Door jarenlange overbemesting van landbouwgronden is het nitraatgehalte in het grondwater te hoog geworden. De gewassen kunnen niet alle stoffen opnemen. Behalve overbemesting vormt ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen een bedreiging. Deze stoffen sijpelen langzaam door de bodemlagen naar het grondwater. De eerste sporen zijn daarin al aangetroffen. De grootste hoeveelheid is nog onderweg. Zou men nu het gebruik van een bepaald middel stopzetten, dan duurt het nog tientallen jaren voordat de verontreiniging van het grondwater haar piek bereikt.

Intussen zit men niet stil: de waterwingebieden worden tegen overbemesting en overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen beschermd.

Op grond van de Wet bodembescherming hebben de provincies in 1989 grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Je zou nu denken dat het agrarische bedrijven zonder meer verboden wordt binnen deze gebieden 'over' te bemesten. Of dat ze een forse heffing per kuub 'over' mest krijgen opgelegd. De vervuiler betaalt, heet dat. Maar nee, hier hebben knappe koppen weer een systeempje ontworpen dat de boel op z'n kop zet. De milieuwetgeving kent er wel meer. Hier ontvangen de agrarische bedrijven een schadevergoeding omdat hen beperkingen worden opgelegd bij het gebruik van de bodem. De drinkwaterbedrijven moeten meebetalen aan de afvoer en opslag van mest en voor het niet gebruiken van bepaalde bestrijdingsmiddelen. Het glaasje water wordt duurder, in plaats van de bal gehakt en de kotelet. De vervuiler krijgt een vergoeding voor minder vervuilen. Waarom geven we BASF, Sandoz en de Franse kaliummijnen geen subsidie als ze wat minder lozen? Waarom krijg ik geen aansporingspremie om niet door rood licht te rijden?

Zou het niet meer voor de hand liggen de totale mestproduktie voortvarender aan te pakken? Uit de tabel blijkt dat er al wel een zekere stabilisering optreedt. Maar onze milieuminister maakt zich terecht zorgen over de geringe vorderingen. Hij denkt dat 'volumebeleid' noodzakelijk is. Hij bedoelt inkrimping van de veestapel.

De grafiek laat zien over welke hoeveelheden vee minister Alders zich zorgen maakt. Zouden we niet eens moeten toegeven dat je op ons beperkte grondgebied, waar we al met teveel mensen en auto' s tobben, niet ook nog eens vijf miljoen koeien, veertien miljoen varkens en 93 miljoen kippen kunt houden?