Waarom nog naar school als mijn familie misschien dood is?'

Ongeveer twaalfduizend in Nederland wonende Koerden hebben een Turks paspoort. Zevenhonderd Koerden zijn gevlucht uit Irak en vierhonderd zijn afkomstig uit Iran. Hoe beleven zij de gebeurtenissen in het grensgebied van Irak? Vandaag het vierde deel in een reeks Koerdische portretten: Shirien Saib uit Irak.

MAARSSENBROEK, 18 april - Het lukt de achttienjarige Shirien Saib niet zich te concentreren op haar eindexamen VWO. Vanaf het ogenblik dat de Koerdische opstandelingen in Irak gingen verliezen, stopte ze met haar school. “Het lijkt allemaal zo zinloos, dat leven hier in Nederland.

Ik zou bij mijn familie willen zijn, alles met hen meemaken en niet van hieruit toekijken.''

Shirien zat dagenlang thuis te huilen, volgde het nieuws op radio en televisie, sprak veel met Koerden in Nederland, deed mee aan een demonstratie. Een goede vriendin heeft haar streng toegesproken en doen inzien dat ze, ook als ze niet genoeg aandacht voor studie kan opbrengen, toch kan proberen van haar examen het beste te maken.

Eind 1979 kwam Shirien met haar moeder en zusje vanuit de niet ver van de Iraanse grens gelegen Iraakse stad Sulaimanya naar Nederland. Haar vader was actief in het verzet tegen het bewind in Bagdad. Hij vond het beter dat zijn vrouw en kinderen het land verlieten nadat enkele vrienden waren gearresteerd en opgehangen. Hijzelf bleef nog drie jaar in Irak en volgde daarna zijn gezin.

Shiriens moeder kwam naar Nederland omdat ze Koerden kende die hier eerder naar toe waren gekomen. Het gezin vond eerst onderdak in de Achterhoek, daarna in Medemblik en Arnhem en ten slotte in de uitgestrekte laagbouw van Maarssenbroek.

Shirien heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit, maar echt Nederlandse kan ze nooit zijn. “Je blijft vasthouden aan je wortels.

Ik ben in Nederland in een Koerdische sfeer opgegegroeid. Ieder mens is wel een beetje nationalistisch. Ik denk anders over de positie van de vrouw dan de meeste Koerden. Ik ben onder Westerse invloed ook individualistischer geworden. Maar ik ben Koerdisch.''

Het leven in Irak kent Shirien alleen van horen zeggen. Haar meeste familieleden heeft ze nog nooit gezien. Maar dat betekent niets voor de betrokkenheid die ze voelt. “Ik ben hier altijd naar school gegaan met de gedachte: misschien kan ik met een goede opleiding iets voor mijn volk betekenen. Toen de Koerden op de vlucht sloegen voor het Iraakse leger realiseerde ik mij dat mijn familie misschien was omgekomen. Waarvoor zou ik dan nog langer naar school gaan?”

Toen de Koerdische opstand tegen Saddam Hussein begon, was ze vol optimisme. Maar haar moeder waarschuwde:“Over een maand wil ik zien of je nog lacht. Ik heb al zo vaak meegemaakt dat wij Koerden bedrogen uitkwamen.”

Over de toestand van haar familie weet Shirien weinig. Een oom heeft telefonisch laten weten met een neef in Iran aangekomen te zijn. Wat er van neven is geworden die als dienstplichtigen in het Iraakse leger zaten, is onbekend.

Als Shirien de kans kreeg om als tolk voor een hulporganisatie naar Iran de gaan, keerde ze morgen de school de rug toe. “Als ik zak, huil ik niet. Ik ben met mijn gedachten bij de Koerden.”

Ze erkent dat een overstap naar Irak niet eenvoudig is voor een VWO-leerlinge uit Maarssenbroek. “Als ik aan terugkeer naar Irak denk, gaat dat niet zonder angst”, zegt ze. “Maar ik wil het zelf gezien hebben en daarna zelf kunnen kiezen waar ik woon.” Vervolgens wordt ze zeer zelfverzekerd: “Ik kan me goed aanpassen. Mijn moeder was dertig toen ze met mij en mijn zusje hier in Nederland kwam, en zij heeft zich ook aangepast.”

Shirien voelt zich als Koerdische bedrogen door een cynische wereld. “Iedereen handelt uit eigenbelang. Het is allemaal cynisch. De Turken die Koerden op berghellingen laten zitten handelen cynisch en logisch, ze hebben hun reden om kwaad op de Koerden te zijn.” Ze is bang dat de Koerden voortaan altijd als vluchtelingen moeten leven. “Zolang Saddam Hussein aan de macht is, zijn Koerden in elk geval niet veilig.”

Shirien gaat zonder belangstelling voor de resultaten verder met de afsluiting van het VWO. Haar aandacht gaat uit naar het Koerdische nieuws dat haar vader via een internationaal telefooncircuit van vluchtelingen dikwijls eerder bereikt dan via de pers.

***