Vorkloze motorfiets

Bij het lezen van het artikel over 'vorkloze' motorfietsen gingen mijn gedachten terug naar 1925-26. Toen bezat ik nl. een motorfiets met precies zo'n constructie. Het ding heette 'Neracar' en was - als ik het goed heb - van Amerikaanse oorsprong. We zouden het nu een scooter noemen.

Er waren 2 uitvoeringen, een met een tweetaktmotor en een met een 'Blackburn' viertakt. Die laatste was uitgerust met een normale versnellingsbak en koppeling. Maar het tweetaktmodel was zeer afwijkend en min of meer een voorloper van het DAF-idee.

In grote lijnen was de opbouw als volgt: Een 'chassis' van 2 U-balken, dat aan de voorzijde sterk was uitgebogen, zodat het voorwiel ongehinderd erin kon zwenken. De uiteinden van de chassisbalken waren onderling verbonden en in het midden zat een fusee-pen waarom de grote naaf van het voorwiel kon draaien. Een spoorstang verbond die naaf met de (verticale) stuurstang (gelagerd in een zeer breed spatbord). In grote lijnen dus zoals door u beschreven.

In 1925 had de constructeur het echter wel makkelijker dan nu, want voorwielvering was zeldzaam en een telescoopvering nog onbekend.

De aandrijving van het 2-taktmodel was ook al revolutionair. De motor stond dwars in het chassis, dus met de motor-as in de lengterichting.

Het vliegwiel was bekleed met een messing plaat. Direct achter de motor liep een dwars-as met spiebaan, waarlangs een frictiewiel schoof. Dat werd d.m.v. een hendel bediend, zodat het vanuit het hart van het vliegwiel naar de omtrek kon worden bewogen, waardoor een continu variabele overbrenging werd verkregen. De nodige druk tussen vliegwiel en frictie-wiel werd verkregen door aan een stuurhandvat te draaien. Een ketting verbond spie-as en achterwiel.

Alles was keurig weggewerkt met een plaatijzeren deksel. Er stak alleen de cilinder bovenuit. Een ronde benzine-tank diende als steun voor het zadel. Ik heb er heel wat ritjes Den Haag-Eindhoven op gemaakt en het geheel was zeer betrouwbaar en comfortabel (maar niet snel!) De besturing was uitermate rustig en door de lage bouw was het ding niet ondersteboven te krijgen. En ging je een keer goed onderuit, dan bleef dat beperkt tot de glijpartij waarbij de treeplanken als begrenzing van de val fungeerden. Er waren destijds in Den Haag meerdere van deze motorfietsen in omloop. Maar ik heb er nooit een kunnen ontdekken in een museum. Jammer, want de vooras-constructie en kracht-overbrenging waren uniek!