Voorzitter Ser laakt beleid op Onderwijs

ROTTERDAM, 18 april - Minister Ritzen (onderwijs) en zijn staatssecretaris Wallage hebben geen duidelijke visie op het onderwijs. Ze houden zich bezig met het beheer van hun begroting, maar maken geen beleid. De voorzitter van de SER, ir.Th. Quene, uit deze kritiek in een interview in het blad De Werkgever dat vandaag verschijnt.

Quene noemt het een treurige zaak. “De nadruk ligt op versterking van het maatschappelijke middenveld en de rol van het bedrijfsleven in het onderwijs. Als je in de begroting zoekt naar wat de bewindslieden zelf op het onderwijsterrein gaan doen, dan kom je nauwelijks iets tegen.”

Volgens Quene is een maatschappelijke discussie over belangrijke terreinen in het onderwijs dringend nodig. Hij noemt als voorbeelden de volwasseneneducatie, het onderwijs aan ethnische minderheden en de dualisering van het onderwijs.

“Ik vind het niet terecht dat er op tal van terreinen geen beleid wordt gemaakt. Beleid is niet alleen het beheersen van kosten, maar vooral het maken van keuzen”, aldus Quene. Hij meent dat daar binnnen de begroting van Onderwijs voldoende ruimte voor is. Het verweer dat de salarispost op die begroting groot en weinig flexibel is, snijdt volgens hem geen hout: “De toenmalige minister Van Kemenade heeft in de jaren zeventig toch ook een onderwijsdebat van jewelste losgemaakt.

Nu kun je voor of tegen de middenschool zijn, hij heeft een maatschappelijk debat op gang gekregen.''

De SER-voorzitter hekelt indirect ook het benoemingsbeleid van Ritzen en Wallage op hun departement. Het lijkt erop dat topambtenaren steeds vaker in de eerste plaats worden gekozen om als manager op te treden, aldus Quene. “Het probleem is dat topambtenaren dan niet meer in staat zijn op de materie in te gaan. Dat is een slechte zaak. Ik vind dat je minimaal van de top van een departement kunt eisen dat hij het beleidsveld fundamenteel beheerst en daarnaast het departement goed leidt.”