Stemming in chemie blijft nogal bedrukt

BRUSSEL-ROTTERDAM, 18 . Baron Daniel Janssen gelooft niet zo in een recessie. De bestuursvoorzitter van Belgie's grootste chemiebedrijf, Solvay, verhoogt het dividend over 1990 van 470 tot 500 Belgische frank per aandeel. Dat illustreert het vertrouwen, zo deelde hij gisteren mee.

Maar met z'n dividendverhoging is Solvay de enige onder de grote Europese chemiebedrijven. Nagenoeg allemaal registreerden ze vorig jaar een daling van de winst. Voor Solvay bleef de schade relatief beperkt; de winst liep terug van 16,7 naar 15,9 miljard frank (ongeveer 875 miljoen gulden).

Het Franse Rhone-Poulenc gaf eerder uitdrukking aan de wat gedrukte stemming in de chemie door zijn dividend met 26,7 procent te verlagen.

In Nederland kregen aandeelhouders 17,5 procent minder uitgekeerd dan in 1989. DSM hield, net als het Britse ICI, het dividend ondanks een winstdaling constant. De grote Duitse drie (BASF, Bayer en Hoechst) schroefden hun uitkeringen aan de aandeelhouders, ondanks sterke groei op de Duitse markt, terug met 14,3 tot 7,7 procent.

Voor dit jaar zijn de afzonderlijke ondernemingen uiterst terughoudend met het doen van voorspellingen. De sterk wisselende valutakoersen, hogere brandstofprijzen en een tegenvallende ontwikkeling van de wereldhandel - mede onder invloed van recessie in de Verenigde Staten en Groot-Brittannie, en nog versterkt door de Golfcrisis - ondergroeven vorig jaar al de waarde van menigevoorspelling.

De Europese chemiefederatie Cefic voorzag enkele maanden geleden een daling van de produktiegroei van 1,7 procent in 1990 tot 1,5 procent dit jaar. Als voornaamste factor daarvoor noemde zij toen de vertraagde groei van de wereldhandel als gevolg van de Golfcrisis. Het Centraal Planbureau openbaarde onlangs voor de Nederlandse chemie al een optimistischer prognose: een groei van 4 procent in volume, tegenover een toename van 2,5 procent in 1990.

De macro-economische ontwikkelingen voor de Europese chemie lijken op dit moment niet ongunstig, maar van een uitbundige stemming is geen sprake. DSM-voorzitter mr. H. van Liemt wees daarop gisteren nog eens in de algemene vergadering van aandeelhouders in Heerlen. Hij zei wegens de stabilisatie van de olieprijs, de hogere waarde van de dollar en de economische situatie geen reden te zien voor “extra bezorgdheid”.

De belangrijkste bedreiging voor de resultaten van de chemieconcerns is de voorgenomen en al gerealiseerde uitbreiding van de produktiecapaciteit, vooral in plastics als etheen, propeen en polyvinylchloride. De hoge winstmarges die de afgelopen jaren in deze sectoren zijn behaald, hebben veel bedrijven ertoe verleid in extra produktiecapaciteit te investeren. Analisten hebben er een hard hoofd in dat de markt het nieuwe aanbod kan opnemen en voorzien een grote prijsval. De voorraden van deze kunststoffen zijn immers vrij hoog, terwijl belangrijke afnemers als de bouw en de automobielindustrie nog geen duidelijke tekenen van herstel te zien geven.

Veel chemieconcerns hebben zich de afgelopen jaren echter toegelegd op groei in minder conjunctuurgevoelige sectoren (hoogwaardige technische kunststoffen, farmaceutica), waardoor de kans kleiner is geworden dat een prijzenslag in de basischemie net zo'n ruineus verloop zal hebben als tien jaar geleden.

Toch betekent de diversificatie van de afgelopen jaren niet dat de grote chemiebedrijven onkwetsbaar zijn geworden voor een conjuncturele verzwakking, zomin als produktiegroei per definitie gepaard gaat met hogere winsten. De investeringsbank Goldman Sachs ziet 1991 voor de Europese chemie als een jaar van consolidatie waarin verdere winstdaling zeer wel mogelijk is. Op de langere termijn, in de loop van 1992, voorziet ze weer herstel.

Hier komt nooit iets van de grond, zegt hij, omdat de energie en de kracht ontbreken om aansluiting te zoeken bij het buitenland. “Je speelt pas internationaal mee als je met volle overtuiging probeert het werk in huis te krijgen van een goede kunstenaar die bijvoorbeeld bij de Newyorkse galerie Castelli exposeert en als je daar een Nederlandse kunstenaar tegenover zet. Iemand als Teun Hocks, een van mijn exposanten, is al in diverse Amerikaanse collecties opgenomen”.