Omroepen (2)

Van Tellingen schreef verbijs terd te zijn over een artikel van Wim Noordhoek (NRC Handelsblad, 4 april) waarin deze stelde dat zijn omroep (VPRO) mee de basis kan vormen voor een Nederlandse versie van de BBC World Service.

Van Tellingen zou eens moeten weten hoeveel mensen, in hun behoefte de acualiteiten op de voet te volgen, verlangend uitzien naar een alternatief voor Radio I. De VPRO onderscheidt zich, door dieper in te gaan op zaken, tenminste van de eenheidsworst die de andere omroepen op het gebied van nieuwsvoorziening en achtergronden produceren. Het kan waar zijn dat andere omroepen beschikken over uitgebreider correspondentennetwerken, maar de reportages zijn vaak absurd oppervlakkig.(EP) Iets anders betreft de vorm waarin de actualiteitenprogramma's tot ons komen. Op vrijdag lukt het tenminste een groot gedeelte van de dag naar de radio te luisteren zonder voortdurend de volumeknop te moeten terugdraaien om de ontkomen aan het gebeuk en gebonk van de muzikale omlijsting, in verhouding tot het volume van het gesproken woord altijd overweldigend, om het eufemistisch uit te drukken. De actualiteitenprogramma's op de televisie lijden aan hetzelfde euvel: een overmatige hoeveelheid indringende achtergrondmuziek, vaak dwars door monologen of dialogen heen. Tenminste even irritant als de reclameboodschappen.(EP) Van Tellingen merkt nog op dat het geld ontbreekt om meer actualiteiten te brengen, maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat er veel mensen zitten te wachten op nog meer van hetzelfde (oppervlakkige). Wel op kwaliteit. Voorlopig doen we het dan maar met een goede ochtend- en avondkrant, bij mooi weer te lezen met deuren en ramen gesloten wegens Radio I elders in het blok.(EP)