Moraviers: niet veel verschil met Tsjechen

Tsjechoslowakije telt 15,7 miljoen inwoners, van wie 32,4 procent in Slowakije woont. Rond 3,5 miljoen van de 9,8 miljoen inwoners van de Tsjechische landen (Bohemen, Moravie en Silezie) woont in Moravie; Silezie telt minder dan een miljoen inwoners.

Waar de verschillen tussen Tsjechen, Moraviers en Sileziers beginnen en waar ze ophouden is een academisch debat: in tegenstelling tot de Slowaken, die tot 1918 eeuwenlang van Bohemen en Moravie gescheiden bleven en die een eigen taal spreken, delen de Tsjechen, Moraviers en Sileziers dezelfde taal en voor het overgrote deel van de laatste tien eeuwen ook dezelfde geschiedenis. Het belangrijkste verschil ligt in de autonomie die Moravie vanaf de revolutie van 1848 binnen de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie genoot. Toen Tsjechoslowakije in 1918 onafhankelijk werd, werd die autonomie gehandhaafd. In 1927 werden de binnen Tsjechoslowakije gelegen restanten van Oostenrijks-Silezie administratief bij Moravie gevoegd. Aan die situatie kwam een eind na 1948.

Ook cultureel zijn de verschillen tussen Bohemen en Moravie relatief klein. In beide landsdelen wordt Tsjechisch gesproken, al zijn er Moravische en Silezische dialecten. Silezie - waar rond de stad Ostrava een 60.000 zielen tellende Poolse minderheid woont - heeft in het verleden meer dan Moravie blootgestaan aan Duitse invloeden. Het katholicisme, zeer krachtig in Slowakije, telt in Moravie relatief gezien meer aanhangers dan in Bohemen en Silezie.

Het zijn verschillen die volgens velen in Tsjechoslowakije de notie van een “Moravische natie” niet rechtvaardigen - een opvatting die in Brno fel wordt bestreden.