LOUIS MALLES KNAPPE ALLEGORIE VAN HET FRANKRIJK VAN MEI 1968; Geamuseerd ziet zij haar nageslacht kiften

Milou en Mai. Regie: Louis Malle. Met: Michel Piccoli, Miou Miou, Michel Duchaussoy, Dominique Blanc, Harriet Walter, Bruno Carette. In: Amsterdam, Alfa 2 + Movies 1.

In 1988 besteedden de Franse media uitgebreid aandacht aan de twintigste verjaardag van 'mei '68 ', aan de dagen van 'revolutie'

toen studenten en arbeiders gezamenlijk met furieuze rellen en stakingen Parijs en gaandeweg de rest van Frankrijk even volledig ontregelden. De cineast Louis Malle observeerde indertijd de acties als een soort buitenstaander, want in mei 1968 keerde hij net terug uit India waar hij zes maanden had gewerkt voor een serie documentaire televisieprogramma's. Hij las en luisterde naar de herinneringen van voor de gelegenheid geinterviewde 'oud-strijders', maar in hun theoretische verhalen herkende hij weinig van de sfeer en ideeen die hij zich herinnerde uit die tijd. Hij besloot een film te maken waarin tot uitdrukking zou komen hoe het voelde om te leven in die merkwaardige periode van de nabije Franse geschiedenis. Hij bedacht Milou en mai en schreef daarmee, met hulp van scenarist Jean Claude Carriere, een prachtige, melancholieke film over de laatste reunie van een grote Franse familie op de campagne van zuidwest-Frankrijk. Ver van Parijs vertoeven de uiteengegroeide familieleden. Ze zien nog geen steen gegooid worden. De chaos komt tot hen via opgewonden radioreportages die de een telkens luider zet totdat een ander het volume weer terugbrengt tot nauwelijks hoorbaar geschetter op de achtergrond. Desondanks slaagt Malle erin om, onnadrukkelijk maar glashelder, de verhoudingen, tegenstellingen, preoccupaties, angsten en modes met elkaar in relatie te brengen die doorslaggevend waren voor de sfeer van 'mei '68 '.

Dat deze familieleden terugkeerden naar hun (groot-)ouderlijk huis vond niet zijn oorzaak in nostalgie of verlangen elkaar nog eens in de armen te sluiten, maar in materieel gewin. De stammoeder, moeder van sommigen, oma voor anderen, overleed. Zij moet begraven worden, maar het is de vraag of men alleen daarvoor zo trouw en zo massaal zou zijn komen opdraven. Belangrijker is dat de erfenis geregeld moet worden.

De boedel moet gescheiden en ieder lid van de familie hoopt een zo groot mogelijke portie binnen te slepen. Dus komen ze, samen met hun partners en kinderen, een paar dagen logeren in het schilderachtig begroeide, wat berooide landhuis: de journalist op zijn retour, zijn in Parijs studerende zoon, de inhalige kleindochter in haar Chanelpakje (Miou Miou, schitterend), de verbitterde, kreupele kleindochter die bij oma opgroeide na het verongelukken van haar ouders. Ze worden ontvangen door Milou (een voorbeeldige Michel Piccoli), de oudste zoon die altijd bij zijn moeder is blijven wonen en die, hoewel inmiddels zelf grootvader, in feite een simpele adolescent is gebleven.

Een voor een staan ze aan de zijde van de gestorven oude dame. Niemand beweent haar werkelijk. Haar wangen trillen een beetje want de kleine kinderen lopen met veel stampei krijgertje te spelen rond haar kist.

Of beeft ze omdat er al boven haar lijk gesjacherd wordt over haar bezittingen? Iemand pikt alvast een antieke ring in ('echt, die schonk oma me vorig jaar al!'), en tijdens een hilarisch verlopende (en gefilmde) lunch blijkt tot de ontzetting van menigeen dat de erfenis kaler is dan verwacht. Voorlopig lijkt Milou het grootste slachtoffer te worden. Of hij dat nu leuk vindt of niet, hij zal eindelijk afscheid moeten nemen van zijn jeugd. Huis en grond zullen onder zijn kont weg verkocht worden aan de eerste die zich voordoet. Het servies waar hij altijd van eet wordt geteld en verdeeld, net als de meubels en de rest van de huisraad.

Intussen groeit het gezelschap verder aan, bijvoorbeeld met de notaris die als jongen vree met een van de, inmiddels ongelukkig getrouwde, kleindochters, met de vrachtwagenchauffeur die de student een lift gaf, met de laconieke dienstmeid die als het zo uitkwam bed en lichaam warmde van de grijze Milou. Uiteindelijk zijn ze met zijn twaalven. In subtiel uitgewerkte, soms bijna slapstick-achtige scenes leren we ze allemaal kennen. En ondanks hun overduidelijke karakterzwaktes gaan we ze waarderen, tot ze ons tenslotte allen even sympathiek zijn.

Milou en mai is alleen al door die twaalf geslaagd uitgewerkte hoofdpersonen een razend knappe film. In principe kan hij genoten worden als een ironisch portret van Frans familieleven, maar voor wie dat wil is er meer. Het tijdstip van de begrafenis van de oude dame is aangebroken, iedereen heeft zich in een stemmig kostuum gehesen en een passend gezicht opgezet. Daar komt de dochter van de dorpskraai aanfietsen om te zeggen dat haar vader een of twee dagen later zal komen. Door 'dat gedoe in Parijs' is er geen benzine te krijgen en ligt er van alles stil. Het gezelschap ziet zich veroordeeld tot een korte, gezamenlijke vakantie. Het is prachtig weer, huis en omgeving zijn ideaal, maar alleen Milou is niet te vervreemd van zijn wortels om de juiste toon te treffen. Hij zou het liefst alles bij het oude houden en voor deze korte periode ziet hij zijn kans schoon om zijn ogen te sluiten voor de werkelijkheid.

Het lijk van oma ligt voortdurend in het zicht maar er is steeds minder respect voor haar. Haar testament bevat een verrassing voor haar gulzige kinderen en Malle bracht voldoende magie in zijn film om ons niet verbaasd te doen staan wanneer de oude dame soms wat komt spoken. Uit haar hupse gang blijkt dat het haar niet kan schelen dat ze dood is. Even voor ze stierf, zagen we haar een traan wegwissen.

Van verdriet, dachten we, maar het bleek van het uien-snijden te zijn. De traan was net zo min echt als door traangas geplengde tranen. De oude dame, dat is moeder Frankrijk. Haar tijd is gekomen en geamuseerd ziet ze haar nageslacht kiften.

Zonder zich op te dringen of uitleggerig te worden, analyseert Louis Malle in het klein de tegenstellingen die op dat moment in het groot Frankrijk verscheurden. In elk lid van het gezelschap rond de kist van de dode dame gaat een maatschappelijke groep of klasse schuil en het is duidelijk dat de oude omgangsvormen en verhoudingen niet langer toereikend zijn voor harmonie. Er wordt gekibbeld en met vuil gesmeten, er wordt gelogen en bedrogen. Uiteindelijke vertegenwoordigt iedereen stiekem maar een belang: dat van zichzelf. Zelfs wanneer de gebeurtenissen geescaleerd zijn in een absurde nachtelijke 'vlucht'

voor vermeend oprukkende horden uit Parijs, blijft men zo verblind dat de ware hufters niet worden herkend. Tot op de dag van vandaag kunnen zij ongestoord hun verwoestende gang te gaan. Alleen de 'gewone'

Fransman Milou ziet het, maar hij staat machteloos.