Loos gebaar

AL VOOR HET inzetten van hun Golf-offensief waren de Amerikanen begonnen een strafdossier aan te leggen over Saddam Hussein. Officieel is dan wel steeds een onderscheid gemaakt tussen de bevrijding van Koeweit en die van Bagdad, maar Washington wilde de juridische verantwoordelijkheden wel duidelijk markeren.

Daarvoor was toen reeds alle aanleiding en deze is inmiddels alleen maar groter geworden: het nemen van gijzelaars als menselijk schild, het veroorzaken van een milieuramp in Koeweit en nu dan de poging tot volkerenmoord op de Koerden. Ook de overval op Koeweit dient niet te worden uitgevlakt als misdrijf tegen de vrede.

De gedachte dat zelfs in de oorlog niet alles is geoorloofd, is niet een Westerse uitvinding, zoals de verdedigers van de rechten van de mens in de wereld wel wordt tegengeworpen. Ook de islamitische traditie kent normen voor de behandeling van non-combattanten of de verwoesting van landerijen. Formeel is Irak trouwens sinds 1956 gebonden aan de Geneefse conventies over het oorlogsrecht. De cynicus kan zeggen dat deze evenzeer worden gekenmerkt door het feit dat ze worden overtreden als door hun naleving. Een gewapend conflict van enige omvang is nauwelijks denkbaar zonder schending van “de wetten en gebruiken van de oorlog”, zoals de klassieke term luidt. Toch is het van belang daaraan vast te houden, al was het alleen ter onderstreping van de Neurenberg-norm dat individuen ook in tijd van oorlog een verantwoordelijkheid hebben die boven hun nationale verplichtingen uitstijgt. Dat geldt helemaal ten aanzien van misdrijven tegen de menselijkheid, al is hier de marge van de norm nog weer wat groter.

DE EUROPESE Gemeenschap wil op voorstel van Duitsland nu de daad bij het woord voegen en Saddam Hussein voor de rechter brengen. De eerste vraag is al direct: welke rechter? Een internationaal hof met strafrechtelijke bevoegdheid is er niet. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag heeft alleen bevoegdheid tussen staten. Zelfs na de instelling van internationale militaire gerechtshoven na de Tweede Wereldoorlog bleef men primair aangewezen op het optreden van nationale justitiele organen. Het zijn volgens de strafrechtsgeleerde Ruter ook nationale rechters en niet zozeer de tribunalen van Neurenberg en Tokio geweest die het misdrijf tegen de menselijkheid hebben vorm gegeven. Zeker het Genocide-verdrag van 1951 leunt sterk op handhaving door (elk van) de 102 lidstaten.

Als Koeweit zich nu opmaakte tot berechting - noodgedwongen: bij verstek - van Saddam Hussein, dan zou men zich daar nog iets bij kunnen voorstellen. Al is het allemaal rijkelijk theoretisch. Maar de EG? De ministers van buitenlandse zaken pleiten nadrukkelijk voor een tribunaal onder auspicien van de Verenigde Naties. Het voornaamste effect van deze betrekkelijk gratuite verklaring is het voor de voeten lopen van secretaris-generaal Perez de Cuellar, die juist bezig was tot een humanitair vergelijk met Bagdad te komen. Het is moeilijk een afspraak te maken met iemand die men juist wordt geacht in de kraag te grijpen.

De totstandkoming van een internationaal tribunaal veronderstelt verder ten minste een verklaring van geen bezwaar van de supermachten.

Die staan huiverig tegen het afstaan van elke nationale justitiele bevoegdheid, getuige het stuklopen van een initiatief van enkele Caraibische staten om een internationaal tribunaal voor drugssmokkel in het leven te roepen. De VS pakken wel Noriega op om hem voor de Amerikaanse rechter te brengen. Maar in het geval van Saddam Hussein hield de Amerikaanse minister van defensie de boot af.

DAT UITGEREKEND de Bondsrepubliek zich opwerpt als initiatiefnemer van een VN-tribunaal tegen Saddam Hussein is niet vrij van ironie, want men zegt daar nog de grondwet te moeten veranderen om mee te kunnen doen aan VN-vredesoperaties. De behoefte om ook eens wat van zich te laten horen is na de weinig prominente rol van Bonn in het Golfconflict wel erg groot. Waarom de EG-partners zich hebben laten lenen voor zo'n loos gebaar is een raadsel.