Kritiek Rode Kruis op Turkije

Het Internationale Rode Kruis heeft ernstige kritiek op de Turkse distributie van hulpgoederen aan uit Irak gevluchte Koerden. In het grootste vluchtelingenkamp aan de Turkse grens met Irak, nabij Isikveren, leven 175.000 Koerden in mensonwaardige, beestachtige omstandigheden, bedreigd door acuut gevaar voor epidemien, zo concluderen medewerkers van de Liga van 147 Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen na een bezoek. De Liga opereert samen met het Internationale Comite van het Rode Kruis (ICRC) vanuit gescheiden hoofdkwartieren in Geneve.

“Aan de Turkse kant van de grens met Irak is de hulpverlening een logistieke nachtmerrie”, zegt woordvoerder Raymond Hall. De Turkse Halve Maan, waarmee de Liga nauw samenwerkt kampt met politieke tegenwerking. “Ze zijn overweldigd door de omvang van het probleem.

Hulpverlening gebeurt lukraak door voedselpakketten uit helikopters te droppen of van vrachtwagens in de menigte te gooien. De distributie is ongecontroleerd en rampzalig. Uitsluitend de sterksten overleven.''

De liga verwelkomt weliswaar pogingen van Ankara om 20.000 van de meest kwetsbare Koerden, vrouwen, bejaarden en kinderen, naar een lager gelegen kamp te verhuizen, maar die maatregel schiet tekort.

“We blijven diep bezorgd en we dringen erop aan dat directe actie wordt ondernomen om voor alle vluchtelingen toegang tot levensreddende bijstand te verzekeren”, aldus Hall.

Het terughoudende Turkse vluchtelingenbeleid verhindert dat hulp de Koerden bereikt. Volgens sommige schattingen sterven in dit gebied duizend Koerden per dag als gevolg van uitputting, ondervoeding en kou.

In VN-kringen wordt Ankara openlijk gekritiseerd. De problemen met Turkije dateren al van 1988, toen Koerden eveneens massaal naar Turkije vluchtten na Iraakse bombardementen met strijdgassen op Halabja, waarbij 5.000 doden vielen. Sindsdien verblijven nog steeds 60.000 van hen in povere omstandigheden in drie vervuilde kampen aan de grens. Pogingen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR om de Koerden meer landinwaarts naar betere oorden te verplaatsen, stuit op voortdurend verzet van Turkije.

Een oud-medewerker van UNHCR die was betrokken bij de onderhandelingen met Ankara over de Koerden spreekt van “een slepend, bitter conflict”. “Het is veel gemakkelijker voor de VN om met Iran samen te werken, een land dat op humanitair gebied een veel slechtere reputatie heeft”, zegt hij.

Het neutrale Zwitserse ICRC is enkele dagen geleden begonnen vanuit Irak de Koerden aan de grens te helpen. “De situatie verslechtert snel. Droppings per parachute blijken veel minder effectief dan was gepland. De grensstreek is bezaaid met mijnen”, zegt woordvoerster Fran(c,)oise Derron.

Een eerste konvooi met tenten, dekens en 2,5 ton medicijnen en voedsel heeft de Koerden aan de Iraakse kant van de grens gisteren bereikt.

Meer hulp is onderweg. In Dohuk heeft een klein team van ICRC-gedelegeerden een hulppost opgezet. De hulpverlening aan de Turkse grens steekt echter pover af bij die aan de Koerden langs de Iraanse grens waar het ICRC per dag 130 ton aan medicijnen en voedsel distribueert.