Het beste is: niet schilderen; Volgens de Utrechtse wetenschapswinkel doen natuurverf, waterverf en alkydverf in schadelijkheid weinig voor elkaar onder

Klusjesmannen en -vrouwen die voor hun verfkeuze bij de Milieutelefoon van Milieudefensie te rade gingen, kregen daar nog niet zo lang geleden het advies dat natuurverf op terpentijnbasis en eventueel acrylaat-dispersieverf op waterbasis de voorkeur hadden boven de conventionele alkydverven.

Het rapport 'Doe-het-zelf-verven: milieu en gezondheid' bestellen: 15 gulden overmaken op giro 2054419 van Wetenschapswinkel Biologie RUU, Oudegracht 320, 3511 PL Utrecht. Vermeldt: Bestelling 1990-105.

Maar vorig jaar begon de milieuvereniging zelf te twijfelen. De Wetenschapswinkel Biologie van de Rijksuniversiteit Utrecht werd in de arm genomen en die stuurde vijftien biologiestudenten zeven weken de literatuur in om wijzer te worden over risico's in het gebruik- en afvalstadium van de gangbare hout- en metaalverven. Muurverf, beits en lak mochten ze overslaan. Resultaat: een rapport ('Doe-het-zelf-verven: milieu en gezondheid') en toegenomen verwarring.

De meeste doe-het-zelf en prof-schilders gebruiken nog steeds alkydverven. Het bindmiddel alkyd (een polymeer, meestal van ftaalzuuranhydride met glycerol en vetzuren) zit daar opgelost in het aardoliedestillaat terpentine. Bij het opbrengen verdampt dit koolwaterstofmengsel. Tegelijk reageert het bindmiddel met behulp van siccatieven (droogmiddelen) met zuurstof uit de lucht waarbij een netwerk van dwarsverbindingen en alkyd-ketens ontstaat.

In natuurverven op terpentijnbasis gebeurt iets vergelijkbaars. Daar bestaat het bindmiddel vaak uit colofonium (hars) en lijnolie uit het zaad van de vlasplant. Het oplosmiddel is hier geen terpentine, maar terpentijn, ook een mengsel van koolwaterstoffen. Dat wordt niet uit aardolie, maar tegelijk met colofonium uit het wondvocht van pijnbomen gewonnen. Terpentijn komt ook vrij bij de papierproduktie uit houtpap.

Sommige natuurverffabrikanten zoals Auro, gebruiken in plaats van terpentijn citrusolie (uit sinaasappelschillen).

Of ze nu uit terpentijn of terpentine komen, vluchtige organische verbindingen spelen samen met stikstofoxyden een rol bij ozon- en dus smogvorming. Volgens het overheidsproject Koolwaterstoffen 2000 mag de emissie van vluchtige organische verbindingen over negen jaar nog maar de helft bedragen van die van 1981. De totale uitstoot is momenteel zo'n 240 duizend ton en de schatting is dat daarvan 85 duizend ton afkomstig is uit verf - uit elke liter verdampt een halve liter oplosmiddel. Doe-het-zelvers dragen daaraan zo'n 13 duizend ton bij, ruim 5 procent. Rigoureus overschakelen naar watergedragen acrylaat-dispersieverf zou de totale koolwaterstoffen-uitstoot met ongeveer 30 procent kunnen reduceren. Deze waterverven raken steeds meer geaccepteerd. Sigma Coatings (Uithoorn) begon pas begin 1990 met acrylaat-dispersieverven en laat weten dat het waterverfaandeel in zijn doe-het-zelf-pakket in een jaar tijd opliep tot 10 procent. Eind 1992 zal dat zelfs een kwart zijn, verwacht A.D. Broek van Sigma.

In watergedragen verven zitten acrylaatpolymeren (meestal opgebouwd uit esters van acrylzuur en methacrylzuur) in bolletjes van 0,05 tot vijfduizendste millimeter gelijk verdeeld in water (30 procent tot de helft is water). Bij het opdrogen klonteren de bolletjes samen, maar ze worden niet chemisch aan elkaar gebonden. Om waterverf beter verwerkbaar te maken zitten er 2 tot 7 procent co-solvents in, meestal ethyleen- of propyleenglycolen - alweer koolwaterstoffen, die bovendien dienst doen als anti-vries. Verder zijn er biociden nodig, tegen bederf.

Dat maakt het er niet gemakkelijker op voor aanstaande ouders die de kinderkamer en het ledikant van een fris kleurtje willen voorzien.

Volgens de Wetenschapswinkel doen terpentine en terpentijn niet veel voor elkaar onder in schadelijkheid voor de gezondheid. Het is kiezen: krijgt baby de zware lucht of mag het straks zijn eerste tandjes in de biociden zetten?

Ook voor Milieudefensie blijft het tobben. Zij laten het de milieutelefonerende vragensteller nu zelf uitzoeken: watergedragen acrylaat-dispersieverf of natuurverf op terpentijnbasis. Even slikken voor de Utrechtse biologen, want dat hadden ze niet geadviseerd. Op grond van wat ze over de drie verftypen te weten kwamen, concludeerden zij dat acrylaat-dispersieverf minder milieu- en gezondheidsbezwaren heeft in de gebruiks- en afvalfase.

Het milieuvoordeel is vooral gebaseerd op de koolwaterstoffenuitstoot. ''Wat dat betreft is terpentijn niet anders te benaderen dan terpentine'', wil drs. S.A.A. Morel van de Wetenschapswinkel nog best eens onderstrepen. Milieudefensie wijst er echter op, en daar is Morel het mee eens, dat de produktiefase niet in de vergelijkingen is meegenomen. Afgezien van de korte onderzoekstijd is dat volgens de Wetenschapswinkel ook te danken aan het feit dat daarover nagenoeg niets bekend is. Milieudefensie geeft de natuurverffabrikanten voorlopig het voordeel van de twijfel.

J.P.F. Claesens, vertegenwoordiger van Auro, wil graag nog kwijt dat vruchtensapfabrikanten de citrusolie van de Auroverven uit sinaasappelschillen halen. ''Die koolwaterstoffen waren dus toch in het milieu terechtgekomen.'' Ook daar kan Morel mee instemmen, maar hij wijst tevens op de plaatsafhankelijkheid. ''Het is vergelijkbaar met overbemesting, komt het in gebieden in grote concentraties voor, dan is het een ongewenste stof.''

Dan het gezondheidsoordeel. Van een groot aantal stoffen in verven is zo weinig bekend dat er nauwelijks zinnige uitspraken over kunnen worden gedaan. De tocht door het rapport is geplaveid met grote hoeveelheden ratte-, konijne-, muize-, cavia-, katte- en hondelijken, maar zelfs die hebben niet meer dan de helft van de in verf verwerkte stoffen - ruim geschat - hoeven smaken.

Uit de gegevens die wel beschikbaar zijn concludeert de Wetenschapswinkel dat voor de gezondheid acrylaat-dispersieverf waarschijnlijk het minste risico draagt. Volgens de biologen kunnen de volgende stoffen het best worden vermeden: terpentine (alkydverf); terpentijn en colofonium (natuurverf); op isothiazoline gebaseerde conserveermiddelen en de co-solvents ethyleenglycolen (acrylaatverf).

Ze wijzen erop dat isothiazoline-biociden kunnen worden vervangen door borax dat vermoedelijk veel minder toxisch is. De ethyleenglycolen kunnen worden vervangen door de minder schadelijke propyleenglycolen (dat is in de meeste acrylaatverven inmiddels gebeurd).

Milieu- en gezondheidsvriendelijke verven bestaan er nog steeds niet, Maar dat wil niet zeggen dat bezorgde aanstaande ouders niet uit hun lijden zijn te verlossen. Het allerbeste voor het nieuwe gezinslid is: niet schilderen.

foto: Sommige natuurverffabrikanten zoals Auro, gebruiken de olie uit sinaasappelschillen als basis voor hun verf (foto Auro-NL Naarden)

De Koninginnebrug was een stuk smaller dan de Willemsbrug. Het rijpad op de oorspronkelijke draaibrug (de middelste overspanning) was maar 4,75 meter breed; op de latere noordelijke draaibrug en de zuidelijke vaste brug was dat 6,60 meter. Zo werd de brug een echte flessehals voor de verkeersstroom naar Zuid. Ook de voetpaden waren erg smal, aan elke zijde van de brug slechts 1,5 meter.