Genootschap wil specialisten uit isolement halen; 'Er moet een steviger contact met de patient komen'

DEN HAAG, 18 april - Onder het motto 'daar hebben wij geen tijd voor, daarvoor hebben we het veel te druk', zwijgen veel specialisten en laten zij de veranderingen in de maatschappij maar mondjesmaat toe in de eigen beroepswereld. Om vorm te geven aan een grotere maatschappelijke betrokkenheid is het Nederlands Specialisten Genootschap (NSG) opgericht, zo is vandaag bekendgemaakt.

“We hebben het een genootschap genoemd omdat het ons om inhoudelijke kanten van het werk gaat. We willen bepaald geen vakbond zijn”, zegt een van de initiatiefnemers, mevrouw L. van Londen, psychiater in opleiding.

Het NSG is er niet primair op gericht zich af te zetten tegen de Landelijke Specialistenvereniging (LSV) die de afgelopen jaren geregeld van zich heeft laten horen, vooral toen de inkomens van de specialisten in het geding waren. Met de onrust en de acties van de specialisten in de jaren na 1986 is wel het idee ontstaan een genootschap op te richten.

“Er was indertijd veel discussie over de vraag wat er werd gedaan en wat er kon worden gedaan”, zegt Van Londen. “Toen op een zeker ogenblik werd besloten zondagsdiensten te gaan doen ontstond ook onder de specialisten onrust. Hoe ver kon je met acties gaan en wat zou dit betekenen voor de beeldvorming van de specialist? Maar er kwamen ook andere fundamentele vragen aan de orde. Voor het debat daarover blijkt binnen de Landelijke Specialistenvereniging geen ruimte. Vandaar dat we uiteindelijk tot de oprichting van dit genootschap zijn gekomen.

Het moet een aanvulling zijn.” De besprekingen met de overheid over de specialistenzorg over honorering, opleiding en plaatsen wordt gevoerd door juristen, accountants en managers. “Daaruit blijkt”, zegt de Leidse gynaecoloog prof.dr.E.V. van Hall, “dat specialisten eigenlijk principieel niet met de politiek meedoen en daarom vormen artsen meer dan wie ook een politiek blok en een politieke macht.” Het genootschap moet dus voor bezinning over het beroep gaan dienen. “Die wens komt voort uit een andere visie op het specialist-zijn. Naar onze mening moeten we af van dat gesloten bolwerk en moet er een steviger contact komen met de samenleving.”

Door de 'wereldvreemdheid' van de specialist is ook de zorg voor de patient verre van optimaal. “Zo is er de ongelijkheid met de huisarts. Wanneer die verwijst naar een specialist gaat de patient in diens handen over, maar veel contact is er dan niet meer, tot de specialist de patient weer overdraagt aan de huisarts. Door een gebrek aan echte communicatie wordt er te veel verwezen, te veel gemedicaliseerd. Aan de relatie tussen de eerste en de tweede lijn zouden we veel aandacht willen besteden. Ook de verstandhouding met de verpleging zou veel beter moeten”, zegt Van Hall.

Voor zover de LSV zich al niet volledig bezighoudt met de materiele besognes van de specialist heeft die vereniging 'ter rechterzijde' de Nederlandse Specialisten Federatie erbij gekregen, die zich met niets anders dan de inkomsten bezighoudt. “Nu wordt er al gauw gezegd dat wij 'ter linkerzijde' komen te staan”, zegt Van Hall. “Dat is niet waar. We willen ons niet direct met tarieven en honorering bezighouden, voor zover die zaken geen inhoudelijke consequenties hebben voor het werk. Door het huidige verrichtingentarief is het voor de specialist interessant zoveel mogelijk patienten te zien. Maar dat is bepaald niet het beste voor de patient. Een uurtarief voor de dokter zou hem wellicht meer gelegenheid bieden rustig de tijd te nemen, het beste voor de patient te kiezen en per saldo nog te besparen ook. Als de discussie over inkomens op die manier zou worden gevoerd doet het genootschap graag mee.”