Geen Europese defensie zonder NAVO

De defensie van Europa wordt betrokken in de discussie over de Europese eenwording. Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, en anderen hebben de afgelopen weken gezegd dat de Europese Gemeenschap haar eigen defensiebeleid moet voeren. Steeds algemener raakt men ervan overtuigd dat het debat over gemeenschappelijk beleid in de buitenlandse politiek en op veiligheidsgebied zinloos is tenzij het daarin ook om de defensie gaat. Een buitenlandse politiek zonder militair element zou - naar gesteld woirdt - een politiek van loze gebaren zijn.

Voorstanders van een andere Europese defensie moeten antwoord geven op de vraag: 'Waarom niet de NAVO?'. Sinds veertig jaar gaf de NAVO ons de vrede waarin wij Europeanen onze welvaart en politieke eenheid hebben kunnen bouwen. We hebben daarvoor slechts een geringe prijs betaald. Wij Europeanen leverden veel volharding en mankracht. Onze Amerikaanse partners leverden een groot deel van het geld en de nucleaire garantie die Europa's defensie geloofwaardig maakte.

Stabiliteit was en is het geschenk van de NAVO aan Europa: een stabiel klimaat waarin avontuurlijke politieke en zakelijke keuzen konden worden gemaakt. In het Oosten is de voornaamste dreiging thans instabiliteit. Oost zowel als West heeft de NAVO nodig om een beheerste overgang naar een nieuwe politieke situatie mogelijk te maken. De Oosteuropeanen zeggen dat de NAVO nog altijd de basis vormt voor de de stabiliteit op het hele continent.

We mogen ons er niet toe laten verleiden de NAVO achteloos terzijde te schuiven, louter omdat de Oosteuropeanen zich krachtig van het Warschaupact hebben ontdaan. We hebben de NAVO nodig: beproefd als zij is door de Westeuropeanen, vertrouwd door de Amerikanen en gerespecteerd als zij wordt door de Oosteuropeanen.

Maar Europa is ten goede veranderd en de NAVO moet mee veranderen. De NAVO heeft behoefte aan een krachtiger Europese inbreng. De twaalf maken vorderingen op de weg naar de Europese eenwording en Europa streeft door een gemeenschappelijke buitenlandse- en veiligheidspolitiek naar een belangrijker rol in de wereld. De Europeanen beseffen nu dat hun veiligheid behalve door conflicten in Europea zelf, ook wordt beinvloed door problemen buiten Europa, in naburige regionen zoals het Midden-Oosten.

Amerika heeft zijn mondiale strategie gewijzigd nu de Sovjet-Unie zich aan het terugtrekken is, en reduceert zijn in Europa gestationeerde strijdkrachten. De VS en Europa erkennen allebei de blijvende behoefte aan de NAVO. De vraag is hoe een krachtiger Europese inbreng tot stand kan komen en wat de functie daarvan voor de collectieve NAVO-defensie moet zijn.

Dit is het kernpunt van drie onderling samenhangende discussies: de intergouvernementele dialoog van de Europese Gemeenschap, de discussie in de Westeuropese Unie en de strategische heroverweging binnen de NAVO. Hier moeten onderling parallelle vorderingen worden geboekt. De beloning zal een nieuw bestel zijn waarin de Europese Unie en een vernieuwd Atlantisch bondgenootschap samen kunnen komen om zo een hechte politieke samenwerking te garanderen en een even doelmatige collectieve defensie te bewaren als we in het verleden hadden.

Er zijn wel degelijk argumenten voor een geprononceerdere Europese identiteit op defensiegebied. Het is goed dat de Europeanen meer gaan nadenken over hun defensie. En het is tijd dat een volwassener, welvarender Europa niet alleen zijn stem laat horen maar ook een evenredig aandeel levert in het bondgenootschap en de verdediging van het Westen.

Ons standpunt in de intergouvernementele dialoog is als volgt: Laten we ons vooral als Europeanen opstellen, maar laten we niet arrogant of onrealistisch zijn. De NAVO moet een integraal deel van de defensie van Europa blijven uitmaken. Ze vertegenwoordigt een onvervangbaar deel van onze veiligheid, niet tijdelijk maar permanent. We zullen tot in details moeten uitwerken hoe het bondgenootschap, de Europese inbreng daarin en de Europese eenwording moeten worden gekoppeld.

Wederzijdse afhankelijkheid en niet exclusiviteit is daarbij het sleutelbegrip. Een aanpak waarbij te veel nadruk wordt gelegd op de zelfstandigheid van Europa zou onze bestaande veiligheid ernstig verzwakken. Het argument dat Europa eendrachtig en soeverein moet zijn, dat er structuren moeten worden gecreeerd om dat te bewerkstelligen, is verleidelijk, althans op het eerste gezicht. Maar is een defensief op zichzelf staande Europese Unie werkelijk het einddoel waarnaar we willen of zouden moeten streven?

Op defensie-gebied geldt niet dat bindende procedures met als doel het afdwingen van een gemeenschappelijk beleid automatisch tot een effectiever reactievermogen leiden. Wat was er van de Europese militaire bijdrage aan het oplossen van de Golfcrisis terechtgekomen als er een formele stemprocedure aan vooraf had moeten gaan?

Defensie heeft te maken met kwesties van eminent nationaal belang die zich niet lenen voor de risico's van de democratische stemmenweging; nationale handelingsvrijheid is nog altijd van belang. De Gemeenschap heeft al een neutraal lid en zal er in de toekomst wellicht meer bij krijgen. De NAVO is er geslaagd te voorzien in de Westerse defensie.

De Verenigde Staten zijn van essentieel belang geweest voor het succes van de NAVO; de EG zal nooit een zo sterke koppeling kunnen handhaven.

Al die beperkingen aan de rol van de Gemeenschap gelden nog altijd. Bovendien is de soevereiniteit van de twaalf op defensiegebied niet absoluut: de transatlantische gemeenschap zal voor ons van belang blijven, of we het willen of niet. De Gemeenschap van de Twaalf zou niet haar eigen veiligheid kunnen garanderen op een continent waarop zich een militaire supermogendheid bevindt in de vorm van de Sovjet-Unie. De kosten van een onafhankelijke Europese defensie zouden astronomisch zijn. We zouden de benodigde satellieten, zware transportvliegtuigen en overige benodigde hoogtechnologische uitrusting niet binnen korte tijd kunnen verwerven.

Ondanks de kracht van al deze argumenten beweren sommigen dat het nodig is een eigen Europese defensie-identiteit te creeren omdat de VS zich wellicht zullen terugtrekken. Ik ontwaar niets wat erop wijst dat de VS zich van Europa willen losmaken. Maar de zekerste manier om dat te bewerkstelligen zou zijn dat de Europeanen de NAVO zouden behandelen als hun laatste toevlucht, terwijl ze hun inspanningen naar elders verleggen.

Haalbaarheid en beginsel zullen uiteindelijk met elkaar moeten worden verzoend. De Britse voorstellen geven aan hoe.

Wij zijn het ermee eens dat de opbouw van een geintegreerd Europa tevens de veiligheid en defensie van Europa moet omvatten. Maar zo'n defensie is zinloos zonder de Verenigde Staten. Het gemeenschappelijke beleid in de buitenlandse politiek en op veiligheidsgebied dient een aantal algemene veiligheidskwesties te omvatten (bijvoorbeeld de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, de wapenbeheersing en de non-proliferatie van kernwapens) maar het mag niet rivaliseren met de militaire taken van de NAVO.

Van essentieel belang hierbij is een mechanisme dat de coordinatie tussen het gemeenschappelijke buitenlandse- en veiligheidsbeleid enerzijds en de NAVO anderzijds regelt. De Westeuropese Unie is in onze ogen het meest voor de hand liggende antwoord op een Europese coordinatie binnen het bondgenootschap en als de defensie-tak van de Unie. Deze versterkte WEU zou operationeel moeten kunnen optreden; ze zou complementair naast de NAVO moeten staan. Ze zou Europa tegelijk meer invloed binnen de NAVO geven alsmede de mogelijkheid om samen met de VS op internationale gebeurtenissen te reageren.

De WEU heeft de Europese strijdkrachten in de Golfoorlog helpen coordineren. Nu is ze betrokken bij de verzending van hulpgoederen aan de Koerdische vluchtelingen. Bij het nadenken over de vraag hoe de militaire rol van Europa verder zou kunnen worden ontwikkeld, zouden we kunnen voortbouwen op de ervaring die de WEU in de Golfoorlog heeft opgedaan. Een Europees 'snel interventieleger' om buiten het NAVO-gebied in te zetten zou logisch zijn en niet in strijd met de verantwoordelijkheid van de NAVO voor de verdediging van NAVO-verdragsgebied. In de praktijk zullen de WEU-strijdkrachten en -staven onvermijdelijk worden onttrokken aan eenheden en manschappen die tevens een rol binnen de NAVO vervullen. Ze zouden dan onder bevel van ofwel de NAVO ofwel de WEU staan, afhankelijk van het doel waarvoor ze worden ingezet.

Ook de organisatie van de NAVO, haar strijdkrachten en commandostructuur zullen moeten worden aangepast in overeenstemming met de belangrijker rol en inbreng van Europa. Nu het totaal aan middelen afneemt, zijn de argumenten voor integratie sterker dan ooit.

In het nieuwe Europa, waarin de NAVO via de WEU aan de defensie van de Unie is gekoppeld, zie ik geen reden om niet alle bondgenoten volledig en op voet van gelijkheid bij de herstructurering te betrekken. Ik zou het toejuichen als onze Franse en Spaanse vrienden meewerkten aan de vernieuwing van de organisatie en de commandostructuur van het bondgenootschap.

Vernieuwing van het bondgenootschap en de besluitvorming over de versterking van de Europese defensie zijn twee van onze belangrijkste taken in 1991 - het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Groot-Brittannie heeft tal van ideeen naar voren gebracht die zowel contructief als realistisch zijn. Het is van cruciaal belang voor een betrouwbare toekomstige defensie van ons continent dat we de juiste beslissingen nemen.

Financial Times- NRC Handelsblad