Eerste Architectuurnota VROM en WVC; Rijk streeft naar hogere kwaliteit architectuur

DEN HAAG, 18 april - Een stimuleringsfonds voor de architectuur moet ertoe bijdragen dat het architectuurklimaat in Nederland verbetert. In het fonds, waar de ministeries van WVC en VROM tot en met 1994 bijna 19 miljoen gulden in stoppen, zullen ook bestaande stimuleringsmaatregelen worden ondergebracht.

De instelling van een dergelijk fonds is een van de maatregelen die worden aangekondigd in de vanmiddag door de ministers d'Ancona (WVC) en Alders (VROM) gepresenteerde nota 'Ruimte voor architectuur'. Het is voor het eerst dat de rijksoverheid een samenhangende visie op het architectuurbeleid ten toon spreidt. Om die reden is het “een gebeurtenis van belang”, aldus de Bond van Nederlandse Architekten (BNA) in een reactie op de nota.

Beide bewindslieden stellen vast dat het tot nu toe niet ontbroken heeft aan algemene intentieverklaringen voor een architectuurbeleid.

Initiatieven om die goede voornemens in beleid om te zetten bleven echter “gefragmenteerd, meestal incidenteel en altijd sectorspecifiek”, aldus Alders en d'Ancona. De twee ministers willen met hun nota “meer samenhang tot stand brengen in het eigen architectuurbeleid en meer aandacht besteden aan het architectonische aspect van de eigen bouwproduktie”. Om het architectuurbeleid van de betrokken ministers op elkaar af te stemmen wordt een “Architectuurplatform VROM-WVC gecreeerd”. Een onafhankelijke adviescommissie wordt ingesteld om beide ministeries te adviseren over 'de ontwikkeling van de kwaliteit van de gebouwde omgeving en het architectuurbeleid'.

Als de overheid belang hecht aan een goede kwaliteit in de architectuur, dan moet die overheid om te beginnen zelf het goede voorbeeld geven, menen d'Ancona en Alders. In de afgelopen decennia is de kwaliteit van het bouwen gemiddeld genomen gestegen, constateren zij. Niettemin is volgens hen een grotere kwaliteit op deelgebieden, bijvoorbeeld energiebesparing, ten koste gegaan van de stedebouwkundige kwaliteit. Zij voorzien dat de onderlinge afstemming van architectuur en stedebouw de komende decennia steeds belangrijker wordt, omdat er steeds minder ruimte voor uitbreiding beschikbaar komt.

De voorbeeldfunctie van het Rijk krijgt onder meer gestalte door de Rijksgebouwendienst voortaan in te schakelen bij alle bouwopdrachten waarbij het Rijk betrokken is. Dat komt neer op advisering door de rijksbouwmeester over de keuze van lokatie en architecten, de architectonische aspecten van de opdracht en de inschakeling van beeldend kunstenaars. In de nota wordt ook aangekondigd dat de Rijksgebouwendienst een 'mens- en milieuvriendelijk' kantoorgebouw als voorbeeldproject zal ontwikkelen. Daarmee reageert de overheid onder meer op het verschijnsel 'Sick Building Syndrome' waar werknemers in kantoorgebouwen veelvuldig over klagen.

Als grote afnemer van nieuwe huurkantoren gaat de Rijksgebouwendienst bij het afsluiten van huurcontracten met projectontwikkelaars vooraf afspraken maken over de architectenkeuze en over de bewaking van de architectuur en stedebouwkundige inpassing van het gebouw en de omgeving.

Het Rijk zal vanaf 1993 waar mogelijk alleen nog architecten inschakelen die zijn ingeschreven in het architectenregister. In dat jaar, op 1 oktober, wordt de titel van architect beschermd. Die titel mag daarna alleen nog worden gevoerd door degenen die als zodanig staan ingeschreven in het architectenregister. (Op 1 februari van dit jaar waren dat er 6.216, waaronder 4.701 architecten, 338 stedebouwers, 279 tuin- en landschapsarchitecten en 98 interieurarchitecten). Opdrachtgevers krijgen daarmee de garantie dat iemand die zich als architect aandient ook aan bepaalde wettelijke vastgelegde criteria voldoet. Voor (bouwkundig) architecten heeft de maatregel als voordeel dat zij straks hun beroep in alle lidstaten van de EG kunnen uitoefenen.

“Bij de groeiende internationale verbondenheid in economisch en politiek opzicht zal de belangstelling voor de eigen culturele identiteit naar verwachting toenemen”, luidt een passage in de nota die in het licht van de Buchmesse-discussie actueel is. Met het oog op de eenwording van Europa is het volgens d'Ancona en Alders van belang dat Nederlandse architecten zich in het buitenland duidelijker profileren als mogelijke 'opdrachtnemers'. VROM en WVC willen daarom de deelname van de Nederlandse architecten(bureaus) aan internationale architectuurwedstrijden en -manifestaties bevorderen. Verder zullen architecten worden aangemoedigd deel te nemen aan exportmissies die voor de bouwsector worden georganiseerd. Tot en met 1994 stellen WVC en VROM voor deze 'internationalisering' 1,5 miljoen gulden beschikbaar.

In het nieuwe architectuurbeleid wordt volgens de nota veel plaats ingeruimd om de belangstelling van het publiek voor de architectuur te vergroten. De term 'omgevingseducatie' doet hier zijn intrede, bijvoorbeeld door middel van excursies, lesprogramma's, manifestaties en tentoonstellingen. Meer architectuur op televisie is ook een van de doelen die WVC en VROM nastreven.

De Bond van Nederlandse Architekten is blij dat het voornemen van het Rijk om een samenhangend architectuurbeleid te voeren met het uitbrengen van 'Ruimte voor architectuur' eindelijk is omgezet in daden, maar constateert tegelijkertijd dat in de nota vaak de departementale verkokering toeslaat. De nota ontbeert volgens de bond een heldere analyse van de eigen uitgangspunten en is “eerder een opsomming van de acties en voornemens van de departementen dan dat deze in relatie tot het eenduidige doel van het architectuurbeleid worden geplaatst”. In het algemeen lijkt de nota niet veel oog te hebben voor een goed functionerende beroepsgroep als een van de voorwaarden om de architectonische kwaliteit tot stand te brengen, aldus de BNA. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het voornemen van WVC en VROM om informatie voor opdrachtgevers over het architectenaanbod aan de markt over te laten.