De staat moet dienen

Wat gebeurt, is voorspeld. Toen de PvdA de kant op ging van de individualisering, is gewaarschuwd dat veel mensen daar afwijzend op zouden reageren.

Hoe langer hoe meer neemt de PvdA afscheid van de collectieve verantwoordelijkheid voor het welzijn (ruim genomen) van de ingezetenen. Ze wordt daardoor steeds minder herkenbaar, verliest karakteristieken, en wordt dus steeds kleiner. Ik verwacht nog meer teruggang. De mensen hebben het gevoel dat juist de PvdA doende is verworvenheden en zekerheden af te breken, die door diezelfde partij eens zijn opgebouwd.

De volkshuisvesting is een mooi (lelijk) voorbeeld. Decennia lang gold de PvdA in navolging van de SDAP als de kampioen van goede volkswoningbouw, kwalitatief voortreffelijke stedebouw, groenaanleg in steden, eerlijke verdeling van woonruimte, het op peil houden van de voorraad. Thans lijkt het wel of men vijandig tegenover dit alles staat. Men schat het duidelijk gering, de markt wordt alles-overheersend.

Recentelijk is er het geval-Schengen. Het is duidelijk dat in dat verdrag zaken worden geregeld, die Nederlanders, dan wel gemeengoed van Nederlanders (rechtsbescherming bijvoorbeeld), in negatieve zin raken. Zo erg, dat de Raad van State, ongewoon scherp reageert. In koor roepen PvdA-bewindslieden dat heroverwegen wel erg moeilijk zal zijn, zo niet onmogelijk. Niemand die dat precies kan beoordelen, want een volwassen politieke discussie is er niet geweest. Wie denkt dat dit mensen ontgaat, is wel erg wereldvreemd. Juist een partij als de PvdA zou er een eer in moeten stellen de rechtsbescherming van burgers en vreemdelingen uit en terna te verdedigen. Nu wekt ze de indruk alsof ze het debat maar liever ontloopt.

Er zit geen warmte, geen ethos in de PvdA-politiek. Het is alles even kil en onaangedaan wat men te horen krijgt. Bestuurlijke structuren, daar loopt men even warm voor, maar daar heeft niemand iets aan.

Intussen wordt Nederland belerend toegesproken; Nederland is ziek (ook al deed premier Lubbers die uitspraak), Nederland tobt, tolerantiegrenzen zijn bereikt en zo meer. De PvdA wordt met zulke uitspraken geidentificeerd, omdat ze er zich niet tegen verzet, en ook al lang schijnt te zijn vergeten dat de staat er niet is om te heersen of te bevoogden, maar om te dienen, en dat overheden uit de positie van de burger en zijn rechten moeten redeneren, en de burger er niet is ten behoeve van de overheid. Waar is de tijd gebleven dat de PvdA warm liep voor de kwaliteit van het bestaan, ook al waren de marges smal?

    • Han Lammers
    • Oud-Wethouder voor Die Partij in Amsterdam