Complete oeuvre van Maya Deren in De Unie

Zaal De Unie, Rotterdam. Za 20, 20.30u: Invocation Maya Deren; Witches Cradle Out-Takes; Meshes of the Afternoon, Study in Choreography for Camera, Out-takes from Study in Choreography for Camera, At Land. Zo 21, 20.30u: Lezing door Mieke Bernink, Meditations on Violence, The Very Eye of Night, Ritual in Transfigured Time, Divine Horsemen: The Living Gods of Haiti. Inl. 010-4333534.

Maya Deren (1917-1961) werd geboren als Elenora Derenkovska in Rusland en emigreerde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten. De invloed van Deren op de ontwikkeling van de avant-garde-film kan moeilijk overschat worden. Wie ooit haar bekendste drie korte films zag (Meshes of the Afternoon, At Land en Ritual in Transfigured Time, alle gemaakt in tussen 1943 en 1946, samen met cameraman Alexander Hammid), vergeet die zwijgende beelden nooit meer: van een arm van een etalagepop die een bloem opraapt van een strandpad, een vrouw op een rots aan zee, van de rituele gebaren van mensen op een feestje. Nooit eerder werd echter het complete oeuvre van Deren in Nederland vertoond; het past gemakkelijk op twee avonden, en dan is er nog ruimte voor een lezing van Skrien-redacteur Mieke Bernink over de functie van tijdsbeleving en rituelen in haar werk, voor de door haar man Teiji Ito postuum voltooide documentaire over de voodoo-godsdienst (Divine Horsemen: The Living Gods of Haiti) en voor een uitstekende Engelse tv-documentaire van Joann Kaplan over Deren. Uit Invocation Maya Deren komt de hoofdpersoon naar voren als een veelzijdige en flamboyante persoonlijkheid, die zich in verschillende perioden van haar leven, mede onder invloed van opeenvolgende minnaars, ontpopte als trotzkistisch activiste, baanbrekend filmmaakster, antropologe, musicologe en organisator van de vertoning in New York van avant-garde-films, in welke laatste rol ze onder meer sleutelfiguren als Stan Brakhage, Jonas Mekas en Amos Vogel inspireerde en de weg wees. Haar stijl is veel precieser en perfectionistischer dan de improvisaties van de experimentelen van de jaren vijftig en zestig; ze is duidelijk verwant aan de surrealisten en aan het werk van Jean Cocteau. Maar de vloeiende beelden, de verleidelijke bewegingen, veelal gestroomlijnd door de beperkingen van dans of ritueel, getuigen vooral van individualisme en van een op dit specifieke gebied nooit geevenaarde filmische persoonlijkheid.