CDA blijft bij beperking aftrek premie van lijfrente

DEN HAAG, 18 APRIL. De CDA-fractie in de Tweede Kamer houdt vast aan beperking van de fiscale aftrek van lijfrentepremies tot 5.000 gulden voor alleenstaanden en 10.000 gulden voor gehuwden. Dat bleek gisteravond na het fractieberaad van het CDA.

“Met deze bedragen kun je een prima aanvullend pensioen opbouwen”, zegt CDA-fractiespecialist Vreugdenhil. De fractie geeft daarmee niet toe aan de druk van staatssecretaris Van Amelsvoort (financien) en trekt een lijn met coalitiepartner PvdA. Van Amelsvoort (CDA) wil de fiscale aftrek beperken tot maximaal 10.000 gulden per persoon. Nu geldt nog een maximum van ruim 17.000 gulden.

Lijfrente-contracten zijn bedoeld voor mensen die geen of weinig pensioen opbouwen, zoals huisartsen en andere zelfstandigen. Maar ook voor anderen kunnen lijfrentepremies aantrekkelijk zijn, omdat ze een belastingvoordeel opleveren. De regeringspartijen CDA en PvdA en het kabinet willen het gebruik van lijfrentes als fiscale 'uitweg'

beperken. CDA en PvdA zullen naar alle waarschijnlijkheid een amendement indienen wanneer het wetsvoorstel 'Brede Herwaardering', waarvan de lijfrentepremies onderdeel uitmaken, in de Tweede Kamer wordt besproken. In de eerste week van mei wordt dit nieuwe fiscaal regime voor verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen in de Kamer behandeld.

Van Amelsvoort stelde in oktober vorig jaar voor de fiscale aftrekbaarheid met ingang van 1 januari te beperken tot 10.000 gulden per jaar. Die datum is niet gehaald en het kabinet streeft nu naar invoering op 1 juli.

Wanneer het wetsvoorstel in de Tweede Kamer in de eerste week van mei wordt behandeld, blijven er zeven weken voor de senatoren over om zich erover te buigen. “Dat is wel wat krap”, meent dr. J.H. Christiaanse (CDA). Tot en met 10 juni is hij voorzitter van de Kamercommissie Financien en volgens Christiaanse is het “uitgesloten” dat de Brede Herwaarding dan al is behandeld. “Dat wordt waarschijnlijk de eerste klus van de nieuwe Kamer, die op 11 juni wordt geinstalleerd.”

Voor contracten die tussen 16 oktober 1990 en de ingangsdatum van de nieuwe wet zijn afgesloten geldt een overgangsregime, waarbij voor een jaar een maximumaftrek geldt van 17.459 gulden. Meerjarige contracten die voor 16 oktober zijn afgesloten vallen onder het oude fiscale regime, waarbij een fiscale aftrek van ruim 17.000 gulden blijft bestaan.