Wordt er zoveel gebouwd? Daar wist ik niets van

ARIEL, 17 april - Nu al telt de joodse nederzetting Ariel op de bezette Westelijke Jordaanoever tienduizend inwoners, en de straten worden steeds langer.

De stad, slechts veertig kilometer ten oosten van Tel Aviv, groeit buiten de schijnwerpers van de publiciteit als kool. Israeliers die foto's zien van de koortsachtige bouwactiviteit, slaken kreten van verbazing. “Wordt er dat allemaal gebouwd? Daar wist ik niets van!”

De Israelische televisie laat immers vrijwel nooit beelden zien die de opwinding van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker over de kruipende annexatiepolitiek van de Likud-regering aanschouwelijk maken.

Om politieke redenen zijn de afgelopen twee jaar maar een paar nieuwe nederzettingen in bezet gebied verrezen. De laatste, Revava, werd deze week inderhaast door Gush Emoniem (het verbond der getrouwen) gesticht. De vestiging verrees volgens woordvoerders van de oppositiepartijen specifiek om de morgenavond in Jeruzalem beginnende derde ronde van de vredesmissie van James Baker te torpederen.

“Revava is een tijdbom in het vliegtuig van Baker”, zei Jossi Sarid, de welbespraakte parlementarier van de linkse Burgerrechtenpartij.

Revava trekt de aandacht, maar de werkelijke nederzettingenactiviteit uit zich niet in nieuwe joodse woonplaatsen in wat wellicht eens een Palestijnse staat zal worden. Die bestaat uit de uitbreiding van bestaande nederzettingen.

Zaterdagochtend vroeg is Ariel een slapende stad. De hoge kranen staan stil, de gele bulldozers rusten tot zondagochtend met spoed verder wordt gebouwd aan 600 nieuwe woningen, flats en villaatjes met fel rode daken, die in de steigers staan.

De fundamenten voor een nieuwe stadswijk, Nieuw Ariel, zijn al gelegd. Als dit bouwtempo om politieke of financiele redenen niet tot stilstand komt zal de bevolking van Ariel over een jaar of drie zijn verdubbeld.

De 'verdikking' van andere steden en kleinere nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever voltrekt zich in hetzelfde tempo als in Ariel.

Het aantal joodse bewoners van de Westelijke Jordaanoever zal daardoor begin 1994 van honderdduizend tot tweehonderdduizend zijn aangezwollen. De Israeliers op de Westelijke Jordaanoever zullen dan vier of vijf afgevaardigden naar de Knesset, het parlement, sturen.

Zij zullen hun steentje bijdragen om een politieke oplossing te blokkeren die ruimte maakt voor de nationale aspiraties van de Palestijnen.

Ariel Sharon, de onvermoeibare minister van bouwnijverheid, is de motor van het bouwbeleid in bezet gebied. Van zijn begroting is ruim twintig procent uitgetrokken om op deze wijze “de stichting van een Palestijnse staat te voorkomen”. Sharon heeft nog een ander, egoistischer oogmerk: als meester van het bouwbeleid en van de vette bouwkas zet hij in bezet gebied ook pionnen uit om opvolger te worden van Yitzhak Shamir als Likud-partijleider en premier.

Pag. 4:

De bouw in bezet gebied wordt door de ambitieuze Sharon voorts uitgelegd als een doelmatige omsingelingsstrategie van de intifadah, de Palestijnse volksopstand. Hoe meer joden zich in bezet gebied vestigen des te duidelijker moet het voor de Palestijnen zijn dat hun opstand tot niets leidt en dat zij geen andere keus hebben dan zich bij een Israelisch vredesdictaat neer te leggen.

Sharon en consorten kunnen met cijfers aantonen dat steeds meer Israeliers hun angst overwinnen en zich in bezet gebied vestigen. De weg die van Kfar Kassem, een Israelisch-Arabisch dorp ten oosten van Tel Aviv, door enkele Palestijnse dorpen naar Ariel voert, is zwaar beveiligd sedert Moshe Arens minister van defensie is. Om de paar kilometer waken Israelische militairen vanuit hooggelegen posities langs de weg, soms op daken in de Palestijnse dorpen, over het verkeer van en naar Ariel. Door dit machtsvertoon is het aantal incidenten langs deze weg - Derech Hachaim, de levensweg - sterk afgenomen. Ook de aanleg van snelwegen om Palestijnse dorpen heen op de Westelijke Jordaanoever heeft de joodse bewoners een gevoel van betrekkelijke veiligheid gegeven, hoewel zij vaak met het wapen op schoot door bezet gebied rijden.

De grote bouwactiviteit op de Westelijke Jordaanoever en op de hoogvlakte van Golan duidt erop dat het ministerie van bouwnijverheid ervan uitgaat dat de te bouwen huizen en appartementen ook zullen worden bevolkt. In Ariel is op dit moment in ieder geval geen woning vrij. Volgens woordvoerders van Gush Emoniem kunnen ook zij de vraag niet aan.

De woningnood in Israel, met als gevolg daarvan uitzonderlijk hoge koopprijzen en dito huren van appartementen, brengen veel Israeliers in de verleiding zich te vestigen in de kleine steden en nederzettingen in bezet gebied waar de woningen binnen hun bereik liggen dankzij staatssubsidies en gunstige hypotheken.

De Israelische autoriteiten spreken tegenover James Baker de waarheid als zij zeggen dat de binnenstromende Sovjet-joden niet met opzet naar bezet gebied worden gedirigeerd. Nieuwe immigranten uit de Sovjet-Unie, voor wie de woningnood een obsessie is, zoeken er echter volgens de wet van vraag en aanbod een betaalbaar onderkomen. Volgens Israelische woordvoerders vestigt zich slechts een procent van de immigranten in bezet gebied en dan bij voorkeur in de stedelijke nederzettingen nabij Jeruzalem en niet te ver van Tel Aviv.

Hoogstwaarschijnlijk is dit cijfer wat aan de lage kant en ligt het dichter bij de drie procent. In Katsrin bij voorbeeld, de 'hoofdstad'

op de Golan, komt reeds acht procent van de bevolking uit de Sovjet-Unie.

James Baker omschrijft de Israelische nederzettingenpolitiek als een “obstakel op de vredesweg”. Zijn sterkste tegenspeler, Israels premier Shamir, houdt echter koppig vol dat er geen enkel verband bestaat tussen vrede en joodse aanwezigheid in de bezette gebieden.

“Ik zeg tegen de Amerikanen, niet alleen nu, dat het stichten van nederzettingen voor het vredesproces irrelevant is”, stelt hij vast in een vandaag gepubliceerd vraaggesprek met Al-Hamishmar. “Als er in Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) nog twintig of vijfentwintig joden bij komen, zal dat niets uitmaken wat een vredesverdrag tussen ons en de Arabieren betreft.”

Met een dramatisch stijgende werkloosheid en aanhoudende immigratie uit de Sovjet-Unie zal Israel uiteindelijk volgens Israelische commentatoren toch een keuze moeten maken tussen behoud van de bezette gebieden en de opvang van de massa-immigratie uit de Sovjet-Unie. Het land is te arm en wordt te zwaar belast door de hoge defensieuitgaven om beide vlaggen gelijktijdig in top te houden.

Op de achtergrond van de vredesmissie van James Baker staat de Amerikaanse bereidheid om de dollarkraan voor de opvang van de Sovjet-immigranten te openen (bankgaranties), indien Israel de nederzettingendrang bevriest, zoals Menahem Begin deed ten tijde van het vredesoverleg met Egypte. Shamir heeft nog geen aanwijzing gegeven in de schoenen van zijn illustere voorganger te willen stappen.