Warm afscheid van een bescheiden danser

Gezelschap: Scapino Ballet Rotterdam. Nieuwe Balletten. Chanson Russe. Choreografie: Nils Christe; muziek: Igor Stravinsky; decor en kostuums: Keso Dekker. Parts. Choreografie: Ed Wubbe; muziek: Johann Sebastian Bach; kostuums: Pamela Homoet. Pa Norrbotten. Choregrafie: Mats Ek; muziek: volksmuziek; decor en kostuums: Karin Ek. Robin 91. Choreografie: Ed Wubbe; muziek: Nitzlerebb; decor en muziek: Pamela Homoet. Gezien 16-4, Stadsschouwburg Amsterdam.

Aan het eind van het veel te lange programma met drie voor Amsterdam nieuwe balletten en de reprise van Keso Dekkers Next, had het Scapino Ballet Rotterdam nog een extraatje in petto. Een door Ed Wubbe speciaal gemaakte solo voor Robin Woolmer die daarmee na twintig jaar bij het gezelschap te hebben gedanst, zijn carriere officieel beeindigde. Woolmer heeft in die periode zeventig rollen in zeventig verschillende produkties vertolkt en zich in vele daarvan solistisch gemanifesteerd als een uiterst vakkundig danskunstenaar met een subliem gevoel voor timing, karaktertekening, nuancering en beweging.

Bovendien heeft hij een ontwapenende onderkoelde humor. Die kwaliteiten heeft Ed Wubbe goed weten samen te vatten in Robin 91, een onpretentieus vlot werkje waarin Woolmer bovendien zijn talent om met rekwisieten te werken in dit geval een bal, hoed, wandelstok en sigaret volledig kon uitbuiten. Het werd een waardig en warm afscheid van een bescheiden danser die de extra aandacht meer dan verdiende.

De nieuwe werken van beide huischoreografen van Scapino, Nils Christe en Ed Wubbe, zijn vooral op pure beweging gericht. Christe gebruikte voor zijn Chanson Russe vier van de acht vertolkingen die violiste Vera Beths en pianist Reinbert de Leeuw van Stravinsky's gelijknamige compositie op de plaat zette en creeerde daar vier trio's voor.

Telkens een man met twee vrouwen. Het choreografisch raamwerk is voor de vier onderdelen steeds hetzelfde.

Ze verschillen in kostumering, schoeisel, sfeer en kleine beweging-details. Zo zien we achtereenvolgens strakke tricots en blote voeten, lange jurken en hoge hakken, korte rokjes en gympjes en weer strakke tricots en spitzen. Een interessant idee dat niet optimaal uit de verf kwam omdat de beoogde karakterisering te schetsmatig bleef zowel in beweging als in de onderlinge relatie tussen de man en de vrouwen.

Ed Wubbe maakte zijn nieuweling Parts op delen uit Bachs Partita voor viool. Het zijn vier duetten gedanst door twee verschillende paren met in het midden een trio. De dansers gekleed in onflatteuze massief-makende glanzend zwarte pakjes, zijn steeds gevangen in een lichtcirkel en dat benadrukt hun geisoleerdheid. De mannen fungeren hoofdzakelijk als ondersteuners van de vrouwen, die een overvloed aan zeer complexe en grillige mouvementen uitvoeren die het uiterste aan flexibiliteit in ledematen en wervelkolom vragen.

Hoewel er een flinke dosis drama gesuggereerd wordt, blijft onduidelijk waar die emoties vandaan komen of naar toe gaan. Het meest imponerende werk in het programma was voor mij Mats Eks Pa Norrbotten, geinspireerd op het leven in Norrbotten, een streek hoog in het noorden van Zweden. Het werk was hier in 1987 tijdens het Holland Dance Festival, door Eks eigen gezelschap, het Kullberg Ballet, uitgevoerd. De volstrekt eigen bewegingstaal die Ek hanteert met de hoekige armen, de diep-gebogen knieen en de onverwachte rompwendingen, heeft de sterke zeggingskracht en hij creeert een wonderlijke wereld waarin onbeholpenheid en raffinement verrassend samenkomen. De Scapino-dansers voerden het werk zeer overtuigend uit. De dansers waren overigens de hele avond goed op dreef.