Vijfjarig duel tussen vliegtuigbouwers naar climax

ROTTERDAM, 17 APRIL. Het is wel een opwindende epische tweekamp genoemd of, meer prozaisch, de strijd om het laatste grote militaire contract van deze eeuw.

Feit is dat het Amerikaanse Pentagon waarschijnlijk eind deze maand de uitslag bekend zal maken van een vijfjarig duel tussen de vliegtuigbouwers Lockheed en Northrop en hun respectieve aanhang.

Inzet: de bouw in de komende twintig jaar van 750 Advanced Tactical Fighters (ATF) voor de Amerikaanse luchtmacht. Deze toestellen zullen de F-15 straaljagers (en in feite ook de F-16's) vanaf 1996 moeten opvolgen. En daar komen waarschijnlijk nog enkele honderden bestellingen van buitenlandse luchtmachten bij.

De ATF gaat circa zestig miljoen dollar per stuk kosten en aan de hele onderneming hangt een prijskaartje van 75 a 100 miljard dollar.

Northrop en zijn voornaamste partner McDonnell Douglas spendeerden de afgelopen jaren een miljard dollar aan de ontwikkeling van hun prototype, de YF-23. Lockheed gaf met hulp van zijn voornaamste partners Boeing en General Dynamics eenzelfde bedrag uit voor de bouw van de concurrerende YF-23. Aan de ontwikkeling van beide zeer geavanceerde toestellen namen meer dan vijfduizend ingenieurs, computerdeskundigen en andere technici deel.

De afgelopen zomer werden beide afgebouwde ATF's overgebracht naar Edwards Air Force Base in Palmdale (Californie). En vanuit een en dezelfde hangar, slechts gescheiden door een stalen wand, begonnen testpiloten en technici toen onder de ogen van kritische luchtmachtgeneraals met hun zenuwslopende en uitputtende testprogramma's. Van zeer nabij konden de ontwerpers zo de vorderingen en tegenslagen van de tegenstander verwensen en verwelkomen.

De definitieve keuze die het Pentagon over luttele weken maakt, zal van grote invloed zijn op de verdere toekomst van 's werelds meest gerenommeerde vliegtuigbouwers. Zowel Northrop als Lockheed en hun aanhang hebben de AFF-order nodig om hun voortbestaan te verzekeren, maar Northrop nog het meest. Het bedrijf boekte vorig jaar een omzet van 5,5 miljard dollar en haalde een nettowinst van 210 miljoen dollar. Meer dan de helft van de omzet komt van de produktie van de B-2 bommenwerpers die 865 miljoen dollar per stuk kosten en desondanks niet bovenmatig presteren. Het bezuinigingsgezinde Pentagon halveerde vorig jaar het B-2 programma tot 75 toestellen en het Congres gaf tot dusverre slechts toestemming voor de bouw van vijftien exemplaren. Als het daarbij blijft, kan Northrop de helft van zijn totale jaaromzet verliezen.

Het grotere Lockheed, dat vorig jaar een omzet behaalde van tien miljard dollar en een winst van 335 miljoen, deelt meer risico's met zijn partners Boeing en General Dynamics en geldt als minder kwetsbaar. “Een eventueel verlies van de ATF-order zou ons bedrijf niet breken”, verzekerde Lockheed-president Daniel Tellep onlangs.

Vast staat dat de deskundigen van beide partijen tijdens de ontwikkeling van hun prototypen ongekende technische barrieres moesten overwinnen. Want de eisen die de luchtmachtgeneraals aan de nieuwe Advanced Tactical Fighter stelden, waren uiterst scherp en soms ook tegenstrijdig. Zo moest het toestel niet alleen zeer snel en wendbaar worden maar ook een hoge mate van 'stealth' - ongrijpbaarheid voor de vijandelijke radar - bezitten. Een uitdagend recept want zaken die een grote wendbaarheid garanderen, zoals grote hozizontale en verticale stabilisatoren, verstaan zich slecht met 'stealth'. Dat zijn immers belangrijke bronnen van radar-echo's. Lockheed lostte dat probleem onder meer op door zijn YF-22 manoeuvreerbare motoruitlaatpijpen te geven.

Om kruissnelheden van meer dan 'mach 1' (de snelheid van het geluid) te bereiken, zetten conventionele toestellen hun naverbranders aan waarmee ze echter hun posities aan de vijandelijke radar prijsgeven.

Dus moesten de YF-22 en 23 met nieuwe en zeer krachtige motoren worden uitgerust die de toestellen in staat stellen over lange afstanden met een snelheid van mach 1,5 te vliegen zonder gebruik van de naverbrander. Verder dienden beide prototypen te worden uitgerust met krachtige en complexe computers om de hypergevoelige vluchtcontrolesystemen te leiden en de piloten te helpen bij het afvuren van een imposant arsenaal 'slimme' raketten. Die worden, ter bevordering van de 'stealth', in de buiken van de toestellen bewaard en pas op het kritische moment naar buiten gekeerd.

De computerisering van Lockheeds YF-22 werd goeddeels verzorgd door Boeing en driehonderd deskundigen van dat bedrijf ploeterden een half jaar lang twaalf uur per etmaal om de computersystemen te perfectioneren en op elkaar af te stemmen. Gedurende die periode hing bijna dagelijks een grote Boeing-757 in de lucht boven Seattle om de apparatuur te testen.

Northrop probeerde op zijn beurt te imponeren met de onthulling dat zijn YF-23 voor een ongekend hoog percentage van vijftig uit samengestelde plastics bestaat (tegen 35 procent voor Lockheeds YF-22). Met alle voordelen van dien voor gewicht en bereik van het vliegtuig.

Tijdens de enerverende tweekamp die vanaf vorig jaar augustus op Edwards Air Force Base in Californie ontbrandde, deden zich soms adembenemende incidenten voor. Zo moest testvlieger Paul Metz met zijn YF-23 een noodlanding maken toen een achtergebleven stuk rubber in een brandstofleiding de spanning in een tank tot explosieve hoogte opdreef. Ook werd het staartstuk van Northrops paradepaard beschadigd toen tijdens een storm een aluminiumplaat vanaf het hangardak omlaag zeilde. Lockheeds YF-22 kampte op zijn beurt met een nukkig landingsgestel terwijl testvlieger Dave Ferguson tijdens een vlucht werd opgeschrikt door een uitvallende motor.

Toch wisten beide partijen - zoals voorgeschreven door het Pentagon - de eerste fase van hun testprogramma op 31 december jongstleden af te sluiten. Met spaning wordt nu het grote besluit afgewacht. Dat het zal eind april of op z'n laatst begin mei zal worden genomen staat vast.

Maar dan nog dreigt er voor Northrop en Lockheed een barriere die zij zelf niet kunnen nemen omdat die politiek van aard is. Het Congres buigt zich namelijk weldra over de mogelijkheid om het leven van de huidige F-15 en F-16-jagers met een jaar of vier te rekken. Veel hangt daarbij af van de vraag of de Sovjet-Unie dit jaar met een nieuwe generatie MIG-jagers komen. Gooien de Russen voor het moment de handdoek in de ring, dan is het goed mogelijk dat de Amerikaanse volksvertegenwoordigers de produktie van Northrops YF-23 of Lockheeds YF-22 met een jaar of vier zullen uitstellen tot het jaar 2000.