Verloren zoon Haitink ouderwets goed

Concert: Staatskapelle Dresden o.l.v. Bernard Haitink. Programma: W.A. Mozart: Haffnersymfonie KV 385; A. Bruckner: Zevende symfonie. Gehoord: 16-4 Concertgebouw Amsterdam.

Tussen Bernard Haitink en Amsterdam is alles weer goed. Haitink leidde gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw nog wel niet het Concertgebouworkest, maar de eveneens fantastisch spelende Staatskapelle Dresden. Het met langdurige ovaties begroete concert bleek weergaloos. Het historisch belang ervan was, dat het vanuit de zaal al bijna leek alsof alles weer bij het oude is.

Toch zal Haitink pas in februari 1993 voor het eerst als gastdirigent voor zijn oude orkest staan. Voordien leidt Haitink eind '92 zeven concerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waarvan er drie in Amsterdam worden gegeven. En op 29 mei dit jaar is Haitink alweer terug in Amsterdam met The London Philharmonic Orchestra dat hij jarenlang leidde, voor een Zevende symfonie van Mahler.

Burgemeester Van Thijn was gisteravond aanwezig om namens de stad officieel blijk te geven van de vreugde over het toekomstig herstel van de banden met de dirigent die hij bij zijn afscheid “een van onze grote zonen” noemde. En voor het eerst hoorde en zag Riccardo Chailly zijn voorganger werken op de plaats waar deze meer dan vijfentwintig jaar stond. Vanaf het balkon gunde Chailly hem een hartelijk applaus.

Na afloop ontmoetten Haitink en Chailly elkaar eindelijk in de Amsterdamse dirigentenkamer.

Het door een duidelijk zeer tevreden en opgeluchte Haitink gedirigeerde concert overtrof met een na de pauze ongelooflijk intens gespeelde Zevende symfonie van Bruckner zelfs de hoogstgespannen verwachtingen. En voor de pauze bleek voor vaste bezoekers van het Concertgebouworkest Mozarts Haffnersymfonie al even verrassend.

Het contrast met de door Nikolaus Harnoncourt altijd zo scherp geaccentueerde dramatiek kon nauwelijks groter. De versie van Haitink en de Staatskapelle Dresden is er een die stoelt op een oude en degelijke traditie. De klank is altijd mild, warm en vol maar toch ook verfijnd en helder en niet poezelig, dankzij de perfecte balans en precisie binnen de strijkerssectie, die hier sterk de overhand had op de blazers en de pauken.

Haitink gaf een strakke en monumentale opening aan Bruckners Zevende symfonie en liet die daarna meer dan tachtig minuten lang uitwaaieren in een weldadig breed geschakeerd spectrum van steeds wisselende klankkleuren, tempi, accelerandi en crescendi. Elke passage werd prachtig opgebouwd en immer - ook in de delen met zeer trage tempi - met vastgehouden spanning afgerond. De onmiddellijk op de kleinste aanwijzing reagerende Staatskapelle speelde met een glanzend diepe sonore klank, gedragen door voortreffelijke hoorns en Wagnertuba's.

Het slot van het eerste deel kreeg na een onwerkelijk mooie klanktransformatie een ongelooflijk lang en enerverend slot. De grote climax in het tweede deel was van ontzagwekkende dimensies, het scherzo kreeg een zinderende energie en vitaliteit en het slotdeel straalde van een vervoerende tevredenheid.

Bernard Haitink toonde zich hier - uit het hoofd dirigerend - moeiteloos een superieur dirigent van wereldklasse, met enorm gezag gebaseerd op een rijke ervaring, en bovendien nog in topvorm. De inspirerende kracht van zijn persoonlijke aanwezigheid lijkt nog steeds toe te nemen, het muzikale effect van een flikkering van zijn stokje of van zijn trillend gebalde linkervuist is uniek.