SVR: Aanpak ziekteverzuim begint 'tussen de oren'

ZOETERMEER, 17 APRIL. Jammer, maar geen ramp. Aldus oordeelt voorzitter prof. mr. W.J.P.M. Fase van de Sociale Verzekeringsraad over het verdeelde advies dat het kabinet morgen krijgt over vermindering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

“Laat niet het beeld ontstaan dat werkgevers en werknemers verdeeld zijn over de noodzaak het hoge ziekteverzuim en het grote beroep op arbeidsongeschiktsheidsregelingen in te dammen. In grote lijnen zijn ze het er juist over eens dat er in ons stelsel van sociale zekerheid financiele prikkels moeten worden aangebracht om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid terug te dringen. Ze verschillen alleen van mening over de concrete uitwerking van enkele maatregelen, maar dat zijn eigenlijk details”, zegt Fase.

De overlegeconomie - waarop het binnenland kritiek heeft vanwege corporatistische inertie, maar waarop het buitenland volgens de nieuwe werkgeversvoorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan zo jaloers is - heeft geen muis gebaard, meent Fase. “Integendeel. Ik denk dat het voor het eerst is dat werkgevers en werknemers een acuut sociaal vraagstuk aanpakken via volumebeleid”, zegt hij in jargon dat net zo onuitroeibaar lijkt als het euvel zelf.

De 25 leden (acht werkgevers, acht werknemers, negen onafhankelijke deskundigen onder wie de voorzitter) van de Sociale Verzekeringsraad buigen zich morgen over het 96 pagina's tellende advies over het voorontwerp van de Wet terugdringing arbeidsongeschiktheidsvolume, afkomstig van staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken). Doel is het jaarlijkse aantal van 6,2 miljoen ziekmeldingen te verlagen en de onstuimige groei van het aantal arbeidsongeschikten (momenteel 885.000) te keren.

Het draait bij de 'financiele prikkels' vooral om twee maatregelen. De arbeidsongeschiktsheidswetten (WAO en AAW) worden opgetuigd met het zogenoemde bonus-malus-systeem, wat erop neerkomt dat werkgevers een beloning (bonus) krijgen als ze een arbeidsongeschikte in dienst nemen en een boete (malus) als een werknemer arbeidsongeschikt wordt. (De kabinetsplannen voorzien in een bonus van zes maanden bruto-salaris van de betrokken werknemer en een malus die tussen de twee en de zes maanden bruto-salaris komt te liggen.) En de Ziektewet wordt zo aangepast, dat bedrijven met een hoog ziekteverzuim meer premie moeten betalen dan bedrijven met minder zieke werknemers. Het huidige 'omslagstelsel' kent deze premiedifferentiatie maar in beperkte mate.

De boetes schieten hun doel voorbij als ze door werkgevers alleen worden opgevat als “een brok sociale kosten”, zegt Fase. “Dan heb je niets opgelost. Nee, ze moeten echt prikkelen om er actief tegenaan te gaan. Het verzuim moet in de bedrijven bespreekbaar worden gemaakt, het management moet ermee aan de gang, voor werknemers die langer dan drie maanden ziek zijn moeten terugkeerplannen worden gemaakt, enzovoorts.”

Terugdringing van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid begint volgens hem “tussen de oren” van werkgevers en werknemers. “Dat wordt niet uitgemaakt in de Tweede Kamer en ook niet in Den Haag. Dat wordt uitgemaakt op de werkvloer. Je bereikt niets door de minister-president rond te sturen met levertraan. Het moet echt uit de bedrijven zelf komen.” Vanzelfsprekend in combinatie met een verandering van de informele keuringscultuur, hoe ongrijpbaar die ook is.

Met enige ergernis heeft Fase kennis genomen van de uitlatingen van CDA-fractieleider Brinkman, die afgelopen weekeinde een krachtiger overheidsoptreden bepleitte omdat het ook zou voorkomen dat mensen met “een zekere aanstellerij” in de WAO of de AAW belanden. “Het gaat niet aan”, vindt Fase, “arbeidsongeschikten zo te stigmatiseren en hen een schuldgevoel aan te praten, terwijl ze geen schuld hebben maar slachtoffer zijn. Het is niet erg beschaafd van ons allemaal, dat we het zo erg uit de hand hebben laten lopen. Die groep is al die jaren gewoon vergeten.”

Fase predikt behoedzaamheid en geduld. Het is nog geen half jaar geleden dat kabinet en sociale partners in het Najaarsoverleg overeenstemming bereikten over de koers. De wettelijke maatregelen die daaruit voortsproten verkeren in het prilste stadium. “Laten we nu eerst eens kijken hoe dit uitpakt en laat men nu niet meteen roepen dat het sneller moet. Het is toch flauwekul om de zaak eerst achttien jaar op zijn beloop te laten en dan na een paar maanden in de Tussenbalans opeens grote bedragen in te boeken die op de sociale zekerheid zouden kunnen worden bespaard.”

Het kabinet heeft de Sociaal Economische Raad gevraagd welke verdergaande ingrepen “de aanzuigende werking” van de bestaande regelingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid kunnen afremmen.

Gedacht wordt aan bijstelling van de uitkeringsduur (bijvoorbeeld door introductie van wachtdagen) en de uitkeringshoogte. Fase is niet gerust op de uitkomst, die medio dit jaar wordt verwacht. “Als het SER-advies maar geen alibi wordt om het volumebeleid verder maar te laten voor wat het is.”

De SVR-voorzitter is er allerminst van overtuigd dat “echt draconische maatregelen” nodig zijn. “Je kunt dat wel doen, maar daar verander je de maatschappelijke werkelijkheid niet mee. Het zou vooral een papieren operatie zijn, want dan heb je wel mensen overgeheveld van de WAO of de AAW naar de werkloosheidswet of de bijstandswet, maar wat schiet je daar mee op? Bovendien verdwijnen ze dan uit het gezichtsveld, waardoor het voor bedrijven en instellingen nog moeilijker wordt om ze aan aangepast werk te helpen.”

Hier zit volgens Fase “de crux” van de aanpak. “De enige echte oplossing is het aanbieden van passende arbeid. We zijn veel te lang uitgegaan van: eens afgekeurd, altijd afgekeurd. De kosten van die hoge arbeidsuitstoot kunnen we ons alleen veroorloven door een hoge arbeidsproduktiviteit in combinatie met een zeer bescheiden loonkostenontwikkeling, maar dat is een heel fragiel evenwicht. Het zou zowel om economische als sociale redenen veel beter zijn meer mensen aan passend werk te helpen. Dat is ook goed voor de arbeidsmarkt en het verstevigt het draagvlak onder onze sociale zekerheid.”

Maar ook als het lukt veel 'passend werk' te scheppen, dan nog zullen arbeidsongeschikten in de statistieken blijven figureren.

Herinschakeling heft immers de arbeidsongeschiktheid niet op. Daarom waarschuwt Fase voor “het misverstand” dat het succes van het beleid valt af te meten aan de reductie van het aantal arbeidsongeschikten.

“De politiek heeft de neiging een ijkpunt te zoeken in het aantal arbeidsongeschikten, maar het zou veel correcter zijn ook te kijken naar de instroom, de uitstroom, de gemiddelde verblijfsduur, het aantal uitkeringsjaren en dergelijke. Een beoordeling van het beleid aan de hand van een cijfer doet geen recht aan de complexiteit van dezw kwestie.”