Sovjet-wetenschapper spreekt bewering over doden Tsjernobyl tegen

PARIJS, 17 april - Een prominente Sovjet-geleerde heeft gisteren tegengesproken dat de kernramp in Tsjernobyl het leven heeft gekost aan zeven- tot tienduizend mensen, zoals enkele dagen geleden is beweerd door de wetenschappelijke directeur verantwoordelijk voor het besmette gebied rond de Oekraiense kerncentrale.

Leonid Ilyn, directeur van het Moskouse Instituut voor Biofysica, sprak die bewering tegen tijdens een internationaal symposium, dat dezer dagen in Parijs wordt gewijd aan de ramp van Tsjernobyl en de gevolgen ervan. Ilyn hield staande dat als gevolg van hoge radioactieve besmetting of verbrandingen in totaal 28 mensen om het leven zijn gekomen. Drie maanden geleden, aldus Ilyn, is in Kiev nog iemand overleden die betrokken is geweest bij “het beperken van de schade”.

Vladimir Tsjernoesenko, wetenschappelijk directeur van het gebied rond Tsjernobyl, zei het afgelopen weekeinde dat sinds de ramp, vijf jaar geleden, tussen de zeven- en tienduizend mensen zijn gestorven aan de gevolgen van de ramp. Het zou daarbij vooral gaan om mijnwerkers en militairen die na de brand in de kernreactor zijn ingeschakeld bij het schoonmaken van het radioactief besmette gebied.

Andere geleerden die deelnemen aan het symposium in Parijs hebben twijfels geuit aan de beweringen van Tsjernoesenko. Volgens hen is het moeilijk duidelijke conclusies te trekken uit studies over de gezondheidstoestand van de bevolking. Sovjet-deelnemers aan het symposium hebben gezegd dat er weliswaar in de radioactief besmette streken een verhoging te zien is van het aantal gevallen van bloedziekten, ziekten aan de luchtwegen en kwaadaardige gezwellen, maar dat er geen verband is aangetoond tussen die stijging en de ramp met de kerncentrale. Dat verband is overigens wel aangetoond inzake de geconstateerde stijging van “psychologische stress en angst” bij de 300.000 mensen die na de ramp uit het besmette gebied zijn geevacueerd en die elders zijn ondergebracht. (AFP)