Protest tegen salaris EG-ambtenaren

BRUSSEL, 17 APRIL. In de komende maanden tot het Nederlandse voorzitterschap begint (1 juli) dreigt een loonconflict in de Europese Gemeenschap. Dat blijkt uit de brieven van ambtenarenvakbonden die circuleren in de gebouwen van de Europese Commissie in Brussel en Luxemburg.

De Europese ministers van financien hebben problemen met een voorstel van de Europese Commissie om de nu bestaande methode voor de berekening van de salarissen van EG-ambtenaren te verlengen. Die salarissen liggen aanzienlijk (meer dan 50 procent) hoger dan de salarissen van de ambtenaren in de best betalende EG-lidstaat, Duitsland. En zelfs 200 procent hoger dan in de slechts betalende, Griekenland.

Vrijwel alle lidstaten van de EG vinden dat het tijd wordt de salarissen van EG-ambtenaren meer in lijn te brengen met de beloning van hun nationale collega's. Zo schreef de Duitse EG-ambassadeur aan de Europarlementariers dat er een “redelijke verhouding” zou moeten bestaan tussen het salarisniveau van Euro-ambtenaren en nationalen.

“Salarissen: gewelddadige agressie van de Raad”, schreeuwde begin deze maand een fel-geel pamflet van de verenigde ambtenarenvakbonden aan de prikborden. Of, een zestal weken daarvoor: “Een provocatie!”, naar aanleiding van de brief van de Duitse permanente vertegenwoordiger bij de EG aan de Duitse leden van het Europees Parlement.

Het moment voor het totstandbrengen van een redelijker verhouding tussen de salarissen van EG- en nationale ambtenaren biedt zich als het ware aan uit de voorgeschiedenis van de Europese ambtenarensalarissen: in 1980 is in verband met de toen heersende recessie besloten per 1 juli 1981 voor een periode van tien jaar een variabele 'crisisheffing' op de salarissen te leggen, die op het ogenblik vier procent bedraagt. Die periode loopt per 1 juli af en dus kunnen de Europese ambtenaren in theorie aanspraak maken op een loonsverhoging van eenzelfde percentage, plus de jaarlijkse trendverhoging - gebaseerd op de gemiddelde verhoging van ambtenarensalarissen in de lidstaten - van 7,6 procent. In totaal dus meer dan 11,6 procent.

Een aantal Europarlementariers wordt dat te gortig, vooral die van de PvdA. Ondanks het feit dat een rapport van de begrotingscommissie van het parlement het Commissie-voorstel voor continuering van de huidige salarisberekening gunstig beoordeelt, zal het Nederlandse lid van die commissie, Annemarie Goedmakers, morgen bij het debat over de ambtenarensalarissen dwarsliggen. Zij wil dat er een diepgaande studie zal worden gemaakt van de loonontwikkelingen van Europese en nationale ambtenaren. Als het parlement daarvoor niet is te vinden zal de PvdA-fractie zelf een - door haar betaalde - werkgroep opzetten om een dergelijke onderzoek uit te voeren. Doel moet zijn dat de salarissen van de ambtenaren op Europees en nationaal niveau meer parallel gaan lopen en niet, zoals nu het geval is, steeds verder uit elkaar groeien.

Vanuit een ander perspectief, namelijk dat van de instellingen, diende bovendien de Nederlandse PvdA-Europarlementarier Alman Metten vorige week een aantal schriftelijke vragen in bij de Europese Commissie waarin hij aanvoert dat het hoge salarisniveau van Europese ambtenaren een “ernstige rem” vormt voor eventuele uitbreiding van het aantal ambtenaren en een “ernstige belemmering voor de ontwikkeling van de EG in federale richting”. Want, zo vraagt Metten zich af “zijn er veel federale staten waar federale ambtenaren meer dan 50 procent meer verdienen dan vergelijkbare ambtenaren van deelstaten?” Of, zo voegt Metten er sarcastisch aan toe, “is de Commissie soms van mening dat zij met haar huidige personeelsbestand haar explosief groeiende taken voldoende aankan?”

Intussen dreigt ook tussen de lidstaten en de Europese Commissie polarisatie over de salariskwestie. De lidstaten vinden dat de crisisheffing moet worden gehandhaafd omdat de salarissen toch al - door alle emolumenten die Europese ambtenaren genieten - de pan uitrijzen. Tegelijkertijd groeit de sfeer van wantrouwen. Statistici van de Europese Commissie voeren cijfers aan waaruit moet blijken dat de Europese ambtenaren de afgelopen jaren juist steeds meer hebben moeten inleveren. Maar, zo zegt een Brusselse nationale ambtenaar, “die statistici praten niet zozeer over de statistiek, als wel over hun eigen salaris”.

Nederland hoopt intussen vurig dat de kwestie op de volgende Ecofin-raad, op 10 juni, zal worden opgelost. Want anders ziet het er naar uit dat deze hete aardappel op het Nederlandse voorzittersbord belandt. En de herinnering aan het Nederlandse voorzitterschap in 1981 is nog niet verdwenen. Toen werd het EG-werk voortdurend belemmerd door stakingen van EG-ambtenaren en was de toenmalige minister van buitenlandse zaken Van der Klaauw de gebeten hond bij de 'Eurobureaucraten'.