Pomphouders in grensgebieden komen in actie

VENLO, 17 APRIL. Pomphouders in het Limburgse, Brabantse en Zeeuwsvlaamse grensgebied met Belgie bereiden acties voor tegen de verwachte accijnsverhoging per 1 juli met 25 cent per liter autobrandstof.

Volgens voorzitter G. van der Hart van het actiecomite Verontruste pomphouders in Limburg, die bezig is de pomphouders in het hele Belgisch-Nederlandse grensgebied te mobiliseren, zullen het 'harde acties' worden. Over de aard ervan wilde hij zich vanmorgen niet uitlaten.

De Bovag, waarbij de meeste pomphouders zijn aangesloten, verwacht na 1 juli een prijsverschil met Belgische benzine van 35 cent. De Belgische minister van economische zaken W. Claes heeft maandag laten weten de Nederlandse accijnsverhoging niet te zullen volgen. Belgische pomphouders hebben het voornemen de brandstofprijs met vijf cent te verlagen om de Nederlandse klanten nog verder tegemoet te komen.

Daardoor zou het prijsverschil op 40 cent kunnen uitkomen. (Is nu 6 cent voor een liter super).

Doordat de Nederlandse accijns op sigaretten per 1 juli eveneens met 50 cent omhoog zal gaan, verwachten de pomphouders, dat ze ook die bron van inkomsten aan de Belgen gaan verliezen. Volgens voorlopige schattingen van de Bovag zou in de Belgisch-Nederlandse grensstreek 150 miljoen liter autobrandstof minder bij Nederlandse pompen worden getankt, wat een inkomstenderving van 300 miljoen gulden zou betekenen. De Bovag verwacht ook dat de inkomstenderving tengevolge van het tanken door Nederlanders in het Duitse grensgebied niet zal veranderen, ook al zal Duitsland per 1 juli de accijns op autobrandstof eveneens verhogen met 23 tot 26 cent. “De bestaande verschillen worden daardoor niet opgeheven”, aldus een woordvoerder van de Bovag. In Duitsland is superbenzine nu 30 cent goedkoper.

Totnogtoe derven de Nederlandse pomphouders in het grensgebied met Duitsland naar opgave van de Bovag per jaar 1 miljard gulden aan inkomsten.

Volgens Van der Hart zou tengevolge van de accijnsverhoging 50 procent van de pomphouders in het Belgisch-Nederlandse grensgebied 'noodlijdend' worden. In Limburg, dat aan zowel Duitsland als Belgie grenst, zouden de gevolgen nog rampzaliger zijn, meent Van der Hart.

“De pomphouders zelf zullen minder gaan verdienen dan het personeel dat ze in dienst hebben.”

Van der Hart meent dat de Tweede Kamer zichzelf “ongeloofwaardig” maakt als ze nu zou instemmen met de voorgenomen accijnsverhoging van een kwartje. “Vorig jaar, toen er tien cent op een liter zou worden gezet, hebben we de Kamerleden op excursie meegenomen in het Nederlands-Duitse grensgebied en tengevolge daarvan ging die accijnsverhoging toen niet door”, aldus Van der Hart.

De Bovag meent dat het beleid van de regering haaks staat op wat er in het regeerakkoord is vastgelegd. “Daarin werd uitgegaan van een evenwichtige ontwikkeling op het gebied van belastingen en accijnzen in de Europese gemeenschap. Het gaat bij de voorgenomen accijnsverhoging niet om de automobiliteit terug te brengen, maar om een ordinaire geldharkerij”, aldus de woordvoerder van de Bovag. De Bovag probeert doormiddel van folders, advertenties en het beleggen van bijeenkomsten de automobilisten in opstand te krijgen. “Die mensen worden belazerd waar ze bij staan. Dat moeten ze aan door hen gekozen volksvertegenwoordigers dan ook maar eens laten voelen”, aldus de Bovag.