Nol de Ruiter klaagt over te korte voorbereiding met Olympisch elftal

UTRECHT, 17 april - Het Nederlands Olympisch voetbalelftal doet al jarenlang pogingen serieus te worden genomen maar gisteravond ontsnapte het tegen Finland pas in de laatste minuut aan een nieuw lachsalvo van de critici. Door de 1-0 overwinning hield Nederland de kansen op plaatsing voor Barcelona '92 in eigen hand. Of een Olympisch avontuur wel aan te bevelen valt, is op grond van sportieve en organisatorische problemen echter discutabel.

Zoals het voormalige Jong Oranje zich gisteren presenteerde behoeft op een mondiaal evenement hooguit in negatief opzicht iets schokkkends te worden verwacht. Het partijtje tegen de internationaal nauwelijks aansprekende Finnen had vooral een tragi-komisch karakter. De duizend toeschouwers bleven het 'Hup Holland' weliswaar tot het einde scanderen maar dat kwam vooral omdat het grotendeels van enige voetbalkennis gespeende schooljeugd betrof. Voor hen werd de illusie van het onverslaanbare Oranje door een doelpunt van Arthur Numan vlak voor tijd in stand gehouden.

Bondscoach Nol de Ruiter deed na afloop evenwel geen enkele moeite de sportieve armoede van zijn team te camoufleren. “Dit leek nergens op.

Er was alleen werklust maar voetbalintelligentie heb ik niet kunnen ontdekken'', omschreef hij het bijna collectief falen van de ploeg, waarin alleen doelman Edwin Zoetebier en middenvelder Arthur Numan een voldoende scoorden. De rest maakte met veelvuldig balverlies en het grossieren in gemiste kansen duidelijk dat onder de huidige lichting Nederlandse topvoetballers een stel 'eeuwige talenten' zitten.

Het is tekenend voor de Nederlandse benadering dat men zich voornamelijk focust op het nationale A-team, beseft De Ruiter. De werknemer van de KNVB maakte tot en met het WK van vorig jaar als assistent-trainer van het 'grote' Oranje de professionele aanpak mee.

In zijn huidige functie moet De Ruiter zich met beperktere middelen tevreden stellen. “Ik heb er geen moeite mee met wat mindere spelers te werken, al bestaat er het gevaar dat je ze gaat vergelijken met de echte talenten. Wat ik wel een probleem vind, is dat ik voortdurend moet roeien met veel te korte riemen. Hier krijg ik mijn spelers na een weekeinde met competitievoetbal tot mijn beschikking en heb ik een dag voor de voorbereiding”, verklaart De Ruiter, die bovendien regelmatig in onzekerheid verkeert over het arsenaal waaruit hij kan putten “terwijl bijvoorbeeld Portugal al bijna drie jaar lang vrijwel hetzelfde team op de been brengt.”

Gisteren kon de coach een beroep doen op Frank de Boer. De Ajacied kwam inmiddels in vier A-interlands uit maar werd voor de wedstrijd tegen Finland door bondscoach Rinus Michels gepasseerd. Hij behoort tot het selecte groepje spelers (Roy, Vink, Richard Witschge en Ronald de Boer) die de stap naar het A-elftal al hebben gemaakt maar gezien hun jeugdige leeftijd (geboren op of na 1 augustus 1969 is de Olympische eis) ook nog in aanmerking komen voor een optreden op Olympisch voetbaltoernooi, dat van 25 juli tot 8 augustus 1992 wordt gehouden.

Of De Ruiter daadwerkelijk een beroep kan doen op deze spelers is twijfelachtig omdat in de zomer van 1992 ook nog eens het Europees kampioenschap in Zweden wordt afgewerkt. Ajax-trainer Leo Beenhakker laat er geen twijfel over bestaan dat deelname aan beide evenementen voor zowel spelers als clubs pure roofbouw betekent. “Ik verwacht niet dat sommige Ajacieden de EK en de Olympische Spelen afwerken waarna ze zo stuk zitten dat ze tegen Kerstmis eindelijk weer eens voor Ajax uit kunnen komen”, plaatst Beenhakker zijn vraagtekens.

Daarnaast moet De Ruiter afwachten of de al met het A-elftal verwende spelers een Olympisch optreden nog wel zien zitten. Hoewel kwalificatie nog allerminst zeker is - Nederland dient zich bij winst in de EK-groep nog te ontdoen van een andere kwartfinalist alvorens een Olympisch ticket kan worden opgehaald - liet Frank de Boer er gisteren geen twijfel over bestaan waar zijn voorkeur naar uitgaat.

Afgelopen maandag nog overtuigde De Ruiter de linksback in een persoonlijk gesprek van het belang van het Olympisch ideaal. “Maar ik zie het toch als een tijdelijke stap terug. De Olympische Spelen zijn mooi maar het EK is natuurlijk pas echt het grote werk”, aldus De Boer.