Meubelplaten in de kleur van fruitdruifje

DIEZ, 17 APRIL. Vermalen en vervolgens persen, heet en koud. Deze eenvoudige machinale handelingen worden toegepast om gebruikte kartonnen drankverpakkingen om te zetten in platen hardboard voor uiteenlopende bestemmingen. Het gebeurt in Diez, een stadje in Duitsland, waar ruim een half jaar geleden een proeffabriek voor deze vorm van hergebruik werd gesticht. Initiatiefnemer was Tetra Pak, multinational van Zweedse oorsprong met vestigingen in 112 landen en een jaaromzet van circa 60 miljard geplastificeerde 'drinkpakken' voor melk, melkprodukten en vruchtensappen.

Baudoin de Sellier, bij Tetra Pak verantwoordelijk voor recyling, geeft hoog op over de in Diez gevolgde techniek. De vier tot achttien millimeter dikke platen, die de kleurschakeringen van appelsientje, fruitdruifje en passievrucht-nectar vertonen, zijn niet alleen vochtbestendig, maar bezitten ook isolerende en akoestische kwaliteiten. “Een waardige tegenhanger van spaanplaat, maar dan zonder het schadelijke formaldehyde. Goed voor schrijf- en tekentafels, tuinstoelen en standmateriaal. Men kan er trouwens ook zijn zolder mee betimmeren.” De meubelindustrie schijnt al belangstelling voor dit halffabrikaat te hebben; er zijn althans besprekingen gaande met meubelgigant Ikea.

De 'pilot plant' in Diez - waar Tetra Pak 2,7 miljoen gulden in stak - past in het Duitsland van 1991. De verpakkingsindustrie staat er voor een geweldige opgave, die voortkomt uit vergevorderde plannen van milieuminister Topfer om de nog altijd wassende afvalstroom in te dammen. Via een landelijk inzamelsysteem moet een groot deel van het wegwerpgoed na scheiding voor hergebruik beschikbaar komen. In Topfers visie is het bedrijfsleven verantwoordelijk voor zowel inzameling als verwerking.

In Nederland staat iets soortgelijks te gebeuren. Binnenkort sluiten industrie en minister Alders van VROM een convenant, dat twee hoofddoelstellingen kent: in het jaar 2000 moet de hoeveelheid verpakkingsafval met tien procent zijn verminderd ten opzichte van 1986 en moet 60 procent worden hergebruikt. Die afspraak dwingt het bedrijfsleven tot recycling, terwijl ook de milieubeweging een stimulerende rol speelt.

Ruim een jaar geleden begon de Vereniging Milieudefensie te Amsterdam haar campagne 'Weiger wegwerp', onder meer gericht tegen de kartonnen drinkpakken, waarvan er in Nederland jaarlijks zo'n twee miljard omgaan. “Pak de fles, fles het pak”, was de leus. Dat heeft de industrie zich aangetrokken, zoals daar in Dietz nadrukkelijk blijkt.

“Zonder de actie van Milieudefensie had deze proeffabriek er niet gestaan; dit was onze reactie op hun campagne”, zegt P. Meulblok, woordvoerder van Tetra Pak Nederland, dat ongeveer de helft van de vaderlandse markt bedient.

Behalve Tetra Pak (met hoofdkantoor in Nieuwegein en een fabriek in Moerdijk) telt Nederland nog drie leveranciers van kartonnen drinkpakken: PKL-Combiblock (Enschede), Elopak (Terneuzen) en Sealpak (Nijmegen). Samen nemen ze sinds vorige maand deel aan een bescheiden inzamelingsproject in Breda bij 1.100 gezinnen, verdeeld over laag- en hoogbouw. Gevraagd wordt de gebruikte pakken om te spoelen en met ander, nog bruikbaar afval, onder meer textiel en kunststoffen, in een specials minicontainer te stoppen. De containers gaan naar een particuliere scheidingsinstallatie in Rucphen, waarna de afgezonderde pakken hun reis vervolgen, al is nog niet duidelijk in welke richting.

A. van Sprang, manager milieuzaken bij Tetra Pak, ziet twee mogelijkheden: verwerking tot hardboardplaten in de proefinstallatie te Diez of hergebruik door de papierfabriek van Buhrmann-Tetterode in Doetinchem. “We meenden voorzichtig te moeten beginnen” zegt hij, “omdat we huiverig zijn voor het batterij-syndroom” - een uitspraak die verwijst naar de frustratie van menigeen die zijn batterijen (klein chemisch afval) nauwgezet inlevert, maar ontdekt dat ze toch weer op de grote hoop belanden.

Binnenkort hoopt men de inzamelingsproef uit te breiden met 11.000 huishoudens in de Friese gemeente Lemsterland. De bedoeling is dat daar de VAM uit Wijster wordt ingeschakald om de verschillende waardevolle fracties, onder meer die drinkpakken, van elkaar te scheiden en in de kringloop terug te brengen. Weer anders gaat het in Tilburg, waar de consument zijn lege pakken in centrale containers kwijt kan.

“Maar laten we de zaak niet overdrijven”, meent Van Sprang. “Een leeg literpak weegt 28 gram. Dat betekent voor heel Nederland hooguit 50.000 ton afval per jaar en dat is maar 0,7 procent van de complete huishoudelijke-afvalstroom.”

Kartonnen drankverpakkingen zijn er globaal in twee soorten: met en zonder aluminium binnenlaagje. De eerste soort is bedoeld voor vruchtensappen, waarbij de aluminiumfolie een conserverende werking heeft; de tweede soort is voor dagverse produkten als melk, yoghurt, vla, enzovoort. Een pak met aluminiumfolie bestaat in feite uit vijf laagjes, van buiten naar binnen: polyethyleen, karton, polyethyleen, aluminium en nog eens polyethyleen. De laatste drie vormen een zogenoemd laminaat, wat betekent dat verschillende materialen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

Althans, onlosmakelijk voor mensenhanden. Er zijn systemen in ontwikkeling die aluminium en polyethyleen van elkaar scheiden langs chemische dan wel biologische weg, opdat beide materialen als grondstof in het produktieproces kunnen terugkeren. Men spreekt van delamineren. De Nederlandse onderzoeksorganisatie TNO is vergevorderd met de biologische variant. Aan de technische hogeschool van Aken wordt het chemische procede op laboratoriumschaal beproefd.

En volgens de chemicus prof. Th. Mang, verbonden aan de hogeschool in Aken, met succes: “We zijn in staat bijna zuiver polyethyleen en aluminium terug te winnen, al kan de kwaliteit nog beter.” Er zijn plannen om samen met de Duitse elektriciteitsmaatschappij RWE nabij Keulen een proeffabriek te stichten. Mang noemt onder andere DSM, de grootste kunststofproducent van Nederland, als sterk geinteresseerde toekomstige klant.

Het hoofdbestanddeel van de drinkpakken - karton - vindt inmiddels aftrek bij de Duitse papierfabriek Strepp in Kreuzau aan de Roer. Daar worden de papiervezels in een warm-waterbad uit het pak losgeweekt en vermengd met de gangbare grondstof voor de fabricage van onder meer toiletpapier, keukenrollen en onderleggers. Dat gebeurt in wisselende verhoudingen, afhankelijk van de eisen die men aan het eindprodukt stelt. In het algemeen geldt: hoe witter dat eindprodukt, hoe minder kartons zijn bijgemengd. Het kwaliteitsverschil bedraagt gemiddeld tien procent.

Directeur K. Strepp: “Nu betrekken wij ons materiaal nog in hoofdzaak van de verpakkingsindustrie, wat zij te veel produceerden. Maar straks, als Topfers decreet in werking treedt, moet het natuurlijk van de consument komen.”