Links in de leegte

Gisteren was het weer raak. De laatste jobstijding was niet meer dan een opinie-onderzoek van het bureau Inter-View, gepubliceerd door de VARA. Volgens deze enquete zou de PvdA achttien zetels verliezen als er nu Kamerverkiezingen waren gehouden. Voor Kok zouden er 31 zetels overblijven, terwijl Van Mierlo (D66) er 32 zou halen.

Ook zonder dit soort spookberichten weet de Partij van de Arbeid dat er iets aan de hand is. De verkiezingen voor de Provinciale Staten van een maand geleden waren desastreus genoeg. De Partij, die jaren ijverde om weer mee te kunnen regeren, had toen bedacht dat zij zonder het symbool van 'De Roos in de Vuist' wilde voortleven. Zij drukte voor de Statenverkiezingen in de krant een aardbeienpunt met de steunkleur Rood af, trakteerde elke Nederlander in de begeleidende tekst op “eerlijk delen in de groei van de welvaart”, en verloor nog meer stemmen dan verwacht.

Vooraanstaande partijleden als Bart Tromp en Wim Meijer wezen sindsdien op de noodzaak tot uiterst fundamentele herbezinning, Kamerlid Erik Jurgens zag het einde naderen. Was het een geval van ongelukkige presentatie, die Eerste Kamerleden en Provinciale Statenleden hun gewaardeerde bijbaan kostte? Of was het verlies onderdeel van een onstuitbaar functieverlies: Het verdampen van de sociaal-democratie in Nederland en Europa?

Het is onbekend of verlossende antwoorden zullen komen van de commissie die onder leiding van burgemeester Van Kemenade van Eindhoven aan een herziening van de partijdemocratie werkt. De interne cultuur moet opener worden en politieke functionarissen selecteren die niet alleen goed liggen in hun afdeling maar ook het land mee kunnen besturen. Zoveel is wel zeker.

Sommigen hopen dat de bont geschakeerde wijzen in de commissie en passant ook het politieke erfgoed van de partij even in een nieuw jasje zullen steken. Van Kemenade c.s. ontvangen interessante solo-filosofen uit eigen kring, maar of zij kunnen aandragen waar collega's in Duitsland, Spanje, Frankrijk en Groot-Brittannie al jaren naar zoeken, is de vraag. Neil Kinnock presenteerde gisteren zijn zoveelste 'Better Way Forward for the 1990's'.

Gelukkig voor de Partij van de Arbeid dat zij ook nog over een paar oudgedienden beschikt die in tijden van electorale verslagenheid herinneren aan bijna net zo moeilijke perioden van vroeger, aan de geruststellende tijdsduur tot de volgende verkiezingen en de betrekkelijk korte lijst met succesjes die nodig zijn om weer boven Jan te komen.

Mensen als aanstaand Eerste Kamerlid J.Th.J. van den Berg (oud-directeur van de PvdA's Wiardi Beckman-stichting en hoogleraar Nederlandse politiek en parlementaire geschiedenis in Leiden) en commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, S. Patijn, wijzen met enige hardnekkigheid op het nut van rustig blijven. De regering met de PvdA moet gewoon regeren, zo mogelijk een beetje samenhangend.

SER-kroonlid en hoogleraar openbare financien V. Halberstadt stak gister in deze krant de loftrompet voor de bewindsman Kok, en raadde hem aan de overheidsfinancien te saneren. Om vervolgens het ziekteverzuim en de overmatige arbeidsongeschiktheid aan te pakken.

Hij zal het ongetwijfeld gedetailleerder hebben gezegd, maar het leek op een advies aan Odysseus om zich niks van dat nare mens aan te trekken en gewoon zijn reis af te maken.

Nadat de bom bij de Statenverkiezingen was ingeslagen gaf politiek leider Kok een maand geleden toe dat er sprake was van een nederlaag.

Daarna liet hij lang niets van zich horen. Intern overlegde hij druk met partijvoorzitter Sint en fractievoorzitter Woltgens, maar pas een week geleden daalde de partijleider af in de beslotenheid van de PvdA-Kamerfractie. Om te luisteren. En te getuigen.

Ook dat laatste, want er is een nieuwe lijn getrokken, hoe schuchter ook. (Politici zeggen zelf altijd dat hun lijn dezelfde is als die van gisteren, want koersveranderingen vinden zij zelden iets om trots op te zijn, dus het zal nu ook wel gaan om de betere uitleg van waar de Partij altijd al voor stond. Let daar maar niet op.) Zaterdag koos Kok een congres van de Rooie Vrouwen om de kansel te beklimmen met zijn nieuwe getuigenis.

De boodschap doet op het eerste gezicht denken aan de aanzetten die Kok en Woltgens in het najaar gaven. Scherper letten op mensen die ten onrechte een uitkering genieten, en zo. Dat kwam hen toen, half smalend, op het etiket nieuwflinks te staan. Maar nu is er meer. De trojka Kok, Woltgens en Sint heeft gekozen voor werk boven geld. Zij hameren op ieders recht op werk. Of dat uitmondt in een plicht om te werken, moet blijken.

Het verrassende is dat nu 'De individualisering van de samenleving' ten volle wordt erkend - nadat Thatcher is afgezet en meer dan tien jaar nadat de VVD daar een nooit helemaal tot wasdom gekomen thema van maakte. Als die individuele ontplooiing en dus ieders kans om te werken en zelf te verdienen wordt belemmerd door uitkeringsniveaus en -regels, dan moeten die belemmeringen worden weggenomen. Met recht een begin van echt nieuw links.

Kok zei het zaterdag versluierd, maar zijn rede kan het begin zijn van een weg uit het moeras. Wie werk echt belangrijker vindt dan dogma's als minimumloon, diverse koppelingen en aardbeienpunten voor iedereen, die kan met frisse moed de verstarringen te lijf die het voor velen in Nederland onmogelijk of oninteressant maakt om te werken.

De crisis in de Partij van de Arbeid is niet uniek. De hele Internationale heeft meer dan een tik van het Oosteuropees echec meegekregen. Dat wil niet zeggen dat het liberalisme heeft gewonnen.

Liberalen weten ook niet hoe je de auto en het bos redt, asielzoekers netjes behandelt en een eind maakt aan de diefstal van achthonderdduizend fietsen per jaar. Christendemocraten zijn, althans hier, gewend te kijken alsof zij het wel weten.

Waar de politieke race in feite om gaat is: wie ziet als eerste kans het effectief beheer van de bestaande sociale markteconomie een zodanige morele lading te geven dat het meer stemmen oplevert de problemen bij hun naam te noemen dan beloften te blijven doen die niets, c.q. onverschilligheid opleveren. Daarin schuilt de nieuwe kans voor een sociaal-democratische partij die afstand weet te nemen van de vertrouwde Pavlov-reacties ter verdediging van de uitkerings- en ATV-staat van het type 'belt u volgende week maar eens terug'.

Omdat in Nederland de liberalen en de christendemocraten bijna even verweven zijn met het door subsidies en overleg omzwachtelde semi-collectieve bestel, is de leegte bij hen bijna even groot.

Alleen, wie het betere verkiest boven het bestaande heeft het altijd ietsje moeilijker.