'Koerdische vluchtelingen naar familie'

DEN HAAG, 17 april - Koerdische vluchtelingen die familieleden in Nederland hebben zouden zich tijdelijk bij hun familie moeten kunnen voegen. Zolang terugkeer naar het eigen woongebied niet mogelijk is of uitzicht op een internationale oplossing van het vluchtelingenprobleem niet in zicht is, zouden zij hier moeten kunnen blijven.

Dat schrijft de Raad van Kerken aan minister Van den Broek (buitenlandse zaken) en staatssecretaris Kosto (justitie). Hoe een en ander concreet zou moeten worden ingevuld, kon men van de kant van de Raad van Kerken niet zeggen. “Het is slechts een suggestie, wij zijn er niet voor om concrete oplossingen aan te dragen.”

Een woordvoerster van het ministerie van buitenlandse zaken kon geen commentaar geven omdat de brief daar nog niet was gearriveerd.

De brief volgt op het onderhoud dat een delegatie van de Raad van Kerken begin april heeft gehad met de secretaris- generaal van het ministerie van buitenlandse zaken. Tijdens dat onderhoud uitte de delegatie haar grote zorgen over de omstandigheden waarin talloze Koerdische vluchtelingen zich bevinden.

In de brief zegt de secretaris van de Raad van Kerken, ds. W.R. van der Zee, dat de Raad er van overtuigd is dat de Nederlandse regering van haar kant druk uitoefent op de regering van Turkije om de belemmeringen die een goede hulpverlening in de weg staan, op te heffen.