Kempenzoon Walter Meeuws slaagt nog niet als trainer; De onbegrepen voetbalintellectueel

GENT, 17 april - Ook zijn derde trainersopdracht in vier jaar tijd heeft Walter Meeuws (39) niet tot een goed einde gebracht. De ex-Ajacied, die 46 keer het shirt van de Rode Duivels droeg, werd vorige week ontslagen bij de Belgische eerste-klasseclub Sint Truiden, waar hij een nieuwe poging waagde na zijn voortijdig afgebroken carriere als bondscoach. In maart 1988 stelde toenmalig tweedeklasser Lierse SK de fiere Kempenzoon als adjunct van Guy Thys ter beschikking van de Belgische voetbalbond, een vriendelijke geste om Meeuws een week later het eerste ontslag uit zijn nog prille trainersbestaan te besparen.

Wat gaat er fout dat deze ervaren en beschaafde voetbalman niet wordt geaccepteerd? Zelf spreekt Walter Meeuws over de “omstandigheden waardoor het er nog niet uitkwam, terwijl iedereen nochtans kan constateren dat het erin zit”. In de trieste dagen na zijn afdanking door de voetbalbond, toen een hele natie zich verlekkerde op een WK die onder zijn technische leiding werd afgedwongen maar waarvan de apotheose hem door de bondsbonzen niet werd gegund, vermoedde Meeuws luidop dat zijn uiterlijke verschijning (“Teveel gel in het haar”) sommigen irriteerde en dat hij niet de juiste journalisten tutoyeerde.

Hij dacht toen aan de populaire tv-commentator Rik De Saedeleer, die Meeuws tijdens de schamelijke vertoning tegen het 'onoverwinnelijke'

Groothertogdom Luxemburg voor miljoenen kijkers genadeloos afmaakte. “Het speelt in mijn nadeel dat ik op vrije dagen niet in Knokke-Heist ga fietsen”, doelde Meeuws op de mondaine stad waar De Saedeleer met Guy Thys en andere voetbalvrienden een gezellige oude dag slijt.

Waarom is Walter Meeuws, deze intellectueel onder de voetballers, een onbegrepen mens? Toen hij als nog jonge twintiger het voetbal bij Beerschot combineerde met een baan als onderwijzer van sociale probleemgevallen scheidde Meeuws zulke boeiende teksten af dat hij in de media meteen het predikaat 'voetbalintellectueel' verwierf. Meeuws schaarde zich als enige Rode Duivel achter een symbolische aktie tegen het regime in El Salvador, een van de Belgische tegenstanders op de Mondial van 1982 in Spanje, en was ook in Nederland omwille van zijn verbale capaciteiten al lang een bekendheid voordat hij er de Ajax-kleuren kwam verdedigen.

In Amsterdam verkreeg hij sportief asiel na zijn Belgische schorsing wegens betrokkenheid in het omkoopschandaal ('Een vriendenfeest') tussen zijn club Standard Luik en Waterschei. Toen hij zijn aktieve spelersloopbaan afsloot bij KV Mechelen bleek het verblijf in het noorden Meeuws te hebben verrijkt met een jargon dat enigszins op de Vlaamse lachspieren werkte. Hij had het plots over 'het spelletje' en ontvouwde later als bondscoach zijn innoverende plannen met “alternerende en controlerende centrumverdedigers”. Ook zijn pleidooi voor ongedwongen, aanvallend (maar o zo on-Belgisch) voetbal werd niet altijd door spraakmakende resultaten onderbouwd.

En dan maakte de om zijn oratorische talenten alom geprezen nieuwlichter blijkbaar ook fouten in zijn communicatie met de buitenwereld. Snel heette het in de media dat Meeuws zich hautain gedroeg en in een van de talrijke reportages over deze controversiele bondscoach deed voormalig recordinternationaal Paul Van Himst een publieke oproep, “opdat Walter Meeuws weer spoedig gewoon zichzelf moge worden”. Het mocht niet baten. Onder druk van de media (maar vooral ook van de sponsors die deze heisa vanuit pr-technisch standpunt nauwelijks waardeerden) werd Meeuws er door de voetbalbond uitgewerkt.

Toen hij zich enkele maanden later opnieuw meldde als trainer van een provincieclub bij uitstek als Sint-Truiden hoopte iedereen het beste.

Maar men vreesde voor het ergste. Negen maanden hield Walter Meeuws het er vol en al die tijd hamerde hij op een versnelde professionalisering van deze bruisende club, waarvan het volkse karakter ook de gesprekken in de bestuurskamer kleurde. Het geld ontbrak om aan 's meesters hoge eisen te voldoen en Meeuws mocht uiteindelijk opstappen voor hij de kans kreeg de eer aan zichzelf te houden. “Zijn kritische opstelling vrat aan het zelfvertrouwen van de spelers, die er niet klaar voor waren”, oordeelt zijn opvolger Odillon Polleunis. “Meeuws pakte de zaken te bruusk aan, maar hij beantwoordt volledig aan het profiel van een goed clubmanager”, zegt aanvoerder Wilfried Sleurs, die door Polleunis weer uit de verdomhoek werd gehaald waar Meeuws een aantal ongewenste creaturen uit zijn spelerskern naartoe stuurde.

“Maar ik wanhoop niet ooit een werkgever te vinden waar ik kan werken met mensen die de groeimogelijkheden van hun club maximaal benutten en zodoende te bewijzen dat ik toch een goede trainer ben”, sprak Meeuws tijdens een inderhaast bijeengeroepen persconferentie na zijn ontslag bij Sint Truiden. Alweer een innovatie voor de Belgische voetbalwereld en alleszins een initiatief dat clubbestuurders zal afschrikken om met Meeuws in zee te gaan. Misschien kan hij in Nederland terecht, maar daar volstaat het dan weer niet een intellectueel te zijn. Een heus trainersdiploma is bovendien een vereiste in Nederland. En Walter Meeuws bezit alleen een getuigschrift van de Belgische voetbalbond die zijn laureaat zo ongunstig bejegende.