Kamerleden gewogen

Wasmachines, condooms, autoradio's en zelfs belastinggidsen worden onderling kritisch vergeleken. De consument kan aan de hand van de gepubliceerde resultaten zijn keuze bepalen. Het effect van dergelijke onderzoeken ebt overigens al vrij snel weer weg. Kleur en vormgeving van het gewenste artikel winnen het als argument al vrij snel van de plusjes en minnetjes van de Consumentengids.

Voor politici ontbreekt de consumententest, al spelen kleur en vormgeving bij het politieke consumentengedrag vaak ook een belangrijke rol. De overtuiging van de klant dat de merken moeiteloos onderling inwisselbaar zijn en allemaal meer beloven dan ze waar kunnen maken, zou voor het politieke produkt wel eens de nekslag kunnen zijn.

Het is al met al aardig eens tot een vergelijking te komen van het politieke handwerk dat onze volksvertegenwoordigers afleveren. De aandacht gaat niet naar de Tussenbalans of een ander spectaculair onderwerp. We kijken naar een beperkt, erg technisch wetsvoorstel in de fiscale sfeer: de reparatie van een lek in de vermogensbelasting.

Door een legale truc kunnen miljonairs steeds rijker worden zonder een cent inkomsten- of vermogensbelasting te betalen.

Wat is de situatie? In de vermogensbelasting staat een artikel dat bepaalt dat men aan inkomsten- en vermogensbelasting samen, maximaal tachtig procent van zijn inkomen kwijt is. Iemand met een inkomen van 10.000 gulden hoeft dus nooit meer dan 8.000 gulden aan belasting te betalen, zelfs al zou hij directeur-grootaandeelhouder zijn van een bedrijf dat tien miljoen gulden waard is. Zo iemand kan gemakkelijk bepalen dat hij geen salaris van zijn bedrijf krijgt. Met een (renteloze) lening van twee ton kun je ook goed rondkomen. Deze 'belastingvrijdom' is in 1964 tegen de zin van de regering, in de wet gekomen door een amendement van het KVP-Kamerlid Lucas. Hij is velen natuurlijk een doorn in het oog. Het oneigenlijk gebruik ervan kost de schatkist inmiddels dertig miljoen gulden per jaar. Maar toen de regeling er eenmaal was, wilde geen regering - links of rechts - er meer vanaf. Men vreesde dat de vermogende Nederlanders - gepikeerd door het vervallen van de 'vrijstelling' - met vermogen en al naar het buitenland zouden vertrekken. De regeling kwam herhaaldelijk in het parlement ter discussie, ondermeer in 1987. Toen werd via een lek in de Rotterdamse belastinginspectie bekend dat ook minister-president Lubbers van de anti-cumulatieregel gebruik maakte. Het kostte de toenmalige staatssecretaris van financien, mr. H.E. Koning enige uitleg om de Kamer duidelijk te maken dat de premier simpelweg de wet toepaste zoals zij bedoeld was.

Omdat een onbedoeld gebruik van de regeling vooral voorkomt bij directeuren-eigenaren van bedrijven, stelde staatssecretaris Van Amelsvoort vorig jaar een wetsreparatie voor die juist deze groep treft. Als zij geen normale zakelijke inkomsten uit hun bedrijf krijgen, mogen ze voortaan niet zonder meer de 80-procentsregel toepassen. Eerst wordt net gedaan alsof zij een procent van de waarde van het bedrijf als inkomen hebben genoten. In het eerder gegeven voorbeeld betekent dit dat de directeur een inkomen van 100.000 gulden wordt toegedicht, waarover hij het maximum van 80.000 gulden (is tachtig procent) aan belasting moet betalen. Om de pijn wat te verzachten, wil Van Amelsvoort van 80 naar 75 procent teruggaan.

Zoals dat bij de behandeling van wetsvoorstellen gebruikelijk is, beginnen de Kamerleden met het opstellen van vragen aan de regering over punten die hun niet duidelijk zijn; het zogenaamde voorlopig verslag. Daarin geven ze vaak meteen wat schoten voor de boeg om de regering een indruk te geven hoe ze later over het voorstel zullen stemmen. In dit geval hebben de Kamerfracties daarvoor vier maanden de tijd gehad. In die periode liet ook de fiscale wetenschap zich niet onbetuigd. Vele deskundigen gaven hun mening in het toonaangevende vakblad: het Weekblad voor fiscaal recht. Ook de werkgeversorganisaties en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) gaven hun mening.

De grootste bijdrage (zeven bladzijden) aan het voorlopig verslag leverde de VVD, bij monde van mr. Koning. Hij komt tot zijn vragen na een gedegen historische analyse van het probleem. Van de publicerende wetenschappers hecht Koning vooral waarde aan het oordeel van de Tilburgse hoogleraar Geppaart. Meer dan zijn collega's komt Koning tot een politiek oordeel: de reparatie is best, maar de totale besparing van dertig miljoen gulden moet ten gunste komen van de vermogenden.

Het CDA wil deze weg ook een stukje bewandelen; D66 roert dit onderwerp niet aan en de PvdA wil de terugstroom naar de vermogenden tot tien miljoen gulden beperkt houden. De PvdA-bijdrage kwam van prof. dr. W.A. Vermeend, die zijn inspiratie ondermeer put uit de bijdragen van de werkgevers en de belastingadviseur-hoogleraar Blokland, die net als Vermeend in Groningen doceert. Vermeend komt met een aan het VNO ontleend voorbeeld waarbij het wetsvoorstel onredelijk hard uitpakt (overkill).

De creativiteitsprijs komt toe aan D66. Woordvoerder drs. G. Ybema ontdekte dat ook het reparatievoorstel lek is. Hij wil de mening van de regering over zijn vondst horen. D66 is voorts de enige partij die naast prof. Geppaart ook de Raad van State en de NOB ten tonele voert.

De invalshoek van CDA woordvoerder mr. Th. Vreugdenhil is vooral een internationale. De ons omringende landen blijken fiscaal hoogst aantrekkelijke vluchthavens voor wie een miljoen of wat aan vermogen heeft.

Ook Vreugdenhil leunt zwaar op de publikaties in het WFR. De angst voor kapitaalvlucht zit er bij hem goed in. Ook in het verleden heeft Vreugdenhil zich het lot van de vermogende belastingbetaler aangetrokken. Vermeend en Ybema blijken zich daarnaast zorgen te maken over de inventiviteit van onze miljonairs om ook de gerepareerde regeling nog te omzeilen. Van alle Kamerfracties kan worden gezegd dat ze ieder vanuit hun eigen invalshoek serieus met het wetsvoorstel aan de slag zijn geweest. In hun vragen kan men terugvinden welke kritiek de wetenschap en in mindere mate de fiscale praktijk op het wetsvoorstel hebben geuit.

    • Aertjan Grotenhuis