Irak vraagt VN handelsembargo te verlichten

NEW YORK- BAGDAD, 17 april - Irak heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gevraagd het handelsembargo gedeeltelijk op te heffen zodat het olie kan verkopen en levensmiddelen kopen.

“We hebben dit nodig om zaken te kopen als tarwe, rijst, kaas, melk en andere eerste levensbehoeften”, zei de Iraakse VN-ambassadeur, Abdul Amir al-Anbari, Hij richtte eerder deze week een schriftelijk verzoek hiertoe aan de Oostenrijkse VN-ambassadeur die de sanctiecommissie van de Veiligheidsraad voorzit. “De situatie op het gebied van levensmiddelen en eerste levensbehoeften in Irak is op dit moment kritiek. Zij gaat de hulpbronnen van de Iraakse regering en de internationale humanitaire organisaties te boven”, aldus Al-Anbari.

VN-resolutie 687, die voorziet in een permanent staakt-het-vuren in de oorlog in het Golfgebied, geeft de Veiligheidsraad de bevoegdheid het embargo gedeeltelijk op te heffen als Irak geld nodig heeft om essentiele civiele behoeften te bevredigen. In principe echter blijft het embargo, dat werd ingesteld na de Iraakse invasie van Koeweit, van kracht totdat Iraks massa-vernietigingswapens zijn ontmanteld en een mechanisme voor herstelbetalingen is gevonden. Irak moet morgen overigens een lijst van deze wapens bij de VN hebben ingediend, dit als eerste stap op deze weg.

Er was niet onmiddellijk een officiele reactie op het Iraakse verzoek. Maar Westerse diplomaten hebben laten doorschemeren dat de behandeling van de Koerdische vluchtelingen van invloed zal zijn op een besluit van de Veiligheidsraad. Wat dat betreft zal ongetwijfeld de Iraakse reactie worden meegewogen op het Amerikaans-Frans-Britse besluit om op Iraaks grondgebied vluchtelingenkampen in te stellen onder bescherming van geallieerde troepen.

De Iraakse premier, Sadoun Hammadi, heeft het afgelopen weekeinde in een vraaggesprek voor de televisie gezegd dat zijn land een nieuwe bladzij wil opslaan en zaken wil doen met de buitenwereld. “We hebben de VN-resolutie (687) geaccepteerd (..) en we zijn nu gereed voor de toekomst”, zei Hammadi. “Wij zijn bereid de bladzij om te slaan en dat wat is gebeurd als deel van het verleden te beschouwen.”

Diverse Westerse leiders hebben onderstreept dat er geen internationaal eerherstel voor Irak kan zijn zolang president Saddam Hussein aan de macht is. Maar in antwoord daarop onderstreepte Hammadi dat het niemand aangaat wie Irak leidt. Voorts wees hij erop dat Irak altijd een constructieve politiek heeft gevoerd ten aanzien van de olieprijzen en van 1980 tot 1988 oorlog heeft gevoerd tegen Iran om de expansie van de islamitische revolutie te verhinderen. (Reuter, AP)