Gevelsteen

Wie de troosteloze Multatulistraat in Den Haag kent weet hoe beledigend het voor een schrijver kan uitpakken wanneer de gemeenschap hem wil blijven gedenken. Sommigen hebben geluk, zoals de journalist Eduard Elias die als Flaneur een elegant beeldje heeft op het Lange Voorhout.

Voor Simon Carmiggelt, die in Den Haag is geboren en daar als journalist heeft gewerkt totdat hij naar Amsterdam ging om er beroemd te worden, zit er geen standbeeld meer in nu dat al in de hoofdstad staat. Hij moet het 'in de residentie van zijn jeugd' doen met een naar hem genoemd (humanistisch) bejaardentehuis. En in de straat waar hij heeft gewoond, het Westeinde, staat een wijkcentrum dat de Kronkel heet.

Morgen krijgt hij nu ook zijn gevelsteen, die door zijn zoon Frank onthuld zal worden. De steen is aangebracht op de plaats waar tot voor kort zijn geboortehuis stond aan de Loosduinsekade 206. Dit is afgebroken en de steen met 'hier stond...' is ingemetseld in de nieuwbouw.

Toen dertig jaar geleden de journalist Ewout Janse voor zijn boekje Den Haag is zo gek nog niet op zoek ging naar de sporen van Carmiggelt in Den Haag mocht hij niet over geluk klagen. In de bovenwoning waar de meester van de miniatuur geboren was trof hij een gepensioneerd ingenieur aan met het hoogst denkbare Carmiggelt-gehalte: “De oude man, kaal, gebogen, gekleed in borstrok en onderbroek met daarover een wollen kamerjas, ziet hem aan door een bril waarin op de plaats van het linkerglas een loep is gemonteerd, gelijk horlogeherstellers bij het precisiewerk gebruiken. Hij laat het psalmgezang verstommen.” De man bleek alles van God te weten. Van ene Carmiggelt had hij nooit gehoord.