De Volharding blijft wars van truttigheid

Concert: Orkest De Volharding o.l.v. Willem van Manen. Programma: stukken van Jan Bus en Paul Termos (premieres), Louis Andriessen, Guus Janssen en Willem van Manen. Gehoord: 16-4 Felix Meritis, Amsterdam. Nog te horen: 17-4 Felix Meritis, 18-4 Laag Theater Delft.

AMSTERDAM - Bijna 20 jaar na de oprichting is Orkest De Volharding nog steeds alternatief. Niet met de connotatie die er in de jaren zeventig aan dat begrip kleefde: een 'links' orkest is De Volharding allang niet meer.

Maar muzikaal gezien heeft het orkest weten te volharden. Anti-romantisch en wars van truttigheid staan de musici nog altijd shoulder to shoulder op de bres voor een onalledaagse muziekpraktijk.

Het repertoire wordt speciaal voor het orkest geschreven, en nagenoeg onder de ogen van de componisten ingestudeerd. Die praktijk resulteert in een grote samenhang, tussen orkest en componisten en tussen de composities onderling.

Want hoe gevarieerd de stukken van De Volharding ook mogen klinken, ze hebben een ding gemeen: ze gaan over muzikale structuren en niets dan dat. Er wordt niets uitgebeeld of geillustreerd en als de luisteraar zich bij deze of gene compositie iets mocht voorstellen dankt hij dat louter aan zijn eigen fantasie. Wie per se ruisende bergbeken of wenende wilgen wil horen, kan zijn heil maar beter elders zoeken.

Aan De Volharding-traditie van krachtig en heldhaftig muziekwerk werden gisteren twee nieuwe stukken toegevoegd: Sur Place van Jan Bus, onlangs prijswinnaar op het Weense compositieconcours 'Mozart 1991' en Linea Recta van Paul Termos, al vijftien jaar actief als componist.

Sur Place begon heel overzichtelijk met de tegenstelling tussen langliggende akkoorden en staccato-accenten. Gaandeweg steeg de toonhoogte van de akkoorden en werden de staccato-figuren langer en ingewikkelder. Tegen het eind werd het geluidsbeeld voller en gevarieerder en kreeg men het beeld van een ping-pong-zaal met niet een maar tien tafels. Hier vindt een lange volley plaats, daar valt een gemeen dropshot vlak over het net, weer elders zeilt er een bal onbedoeld de hanebalken in. Oren en ogen schoten tekort, het ging allemaal razend snel.

Linea Recta van Paul Termos werd gedomineerd door twee trio's. Twee baritons plus een tenor blaften bars in het begin, twee sopraansaxofoons plus een dwarsfluit voorzagen de rest van het stuk van onrustige morseseinen. Onder de bitse interventies door liep de hoofdlijn: een chromatische toonladder met hier en daar een merkwaardige versiering in de vorm van een opgewekte jachthoorn of een trompet. Het einde liet een fraaie bewerking van Thelonious Monks Mysterioso horen, ook al chromatiek. Het was allemaal wat veel in een kort tijdsbestek en daarom was het goed dat er ook nog wat bekends was te horen.

Louis Andriessens On Jimmy Yancey uit 1973 werd bekwaam uitgevoerd, zijn Hymne to the memory of Darius Milhaud uit 1974 nog beter. Woeha van Guus Janssen (1984) herbergt volgens de componist tien verschillende blaftempi. Van fortissimo tot pianissimo, dat wel, want de tijd dat De Volharding alleen maar keihard kon spelen is voorgoed voorbij.