De tweede partij

ER WAS GISTEREN in de twaalf provinciehuizen tijdens de installatie van de nieuwe Staten heel wat leed te bespeuren, behalve bij de PvdA, de grote verliezer van de verkiezingen van 6 maart.

Een derde van de kiezers kwijtraken en toch de schade bij de verdeling van de gedeputeerden beperkt houden, is geen slecht resultaat.

Althans, voor de beroepspolitici van die partij. Want voor de kiezer is het maar moeilijk te volgen, zo niet onbegrijpelijk. Temeer daar D66, de grote winnaar van de Statenverkiezingen, die winst in de verste verte niet vertaald heeft zien worden in gedeputeerdenzetels.

Het paradoxale resultaat van de onderhandelingen tussen de partijen in de provincies is dat in een tijd waarin fundamenteel politieke verschillen nog maar met een vergrootglas zijn waar te nemen, de traditioneel minst 'politieke' colleges, die van Gedeputeerde Staten, nu plotseling zeer politiek zijn samengesteld. Als dat het resultaat zou zijn geweest van serieuze programmatische onderhandelingen, was dat nog wel te verdedigen geweest. Maar getuige de berichten uit de provinciesteden was er eerder sprake van het tegendeel. Er waren in de meeste gevallen programmatisch niet zo veel verschillen. Het voornaamste obstakel was dat de drie grote partijen CDA, PvdA, VVD, die gewend waren de buit onder elkaar te verdelen, werden geconfronteerd met een vierde partij, D66, die met een verwijzing naar de verkiezingsuitslag ook een aandeel in de macht opeiste.

DE KARIGE beloning van D66 is dan ook zeker niet alleen de PvdA aan te rekenen. Wat dat betreft heeft PvdA-voorzitter Sint gelijk met haar verweer dat de PvdA op Groningen na in geen enkele provincie als grootste partij uit de bus is gekomen en dus ook nergens de college-onderhandelingen heeft kunnen dicteren. In de colleges waarin D66 nu geen zitting heeft, is dat met de volle verantwoordelijkheid van de andere partijen gebeurd. D66 besloot in een beperkt aantal gevallen zelf om niet tot een college van gedeputeerden toe te treden.

Dan valt de andere partijen niets te verwijten. Maar in nogal wat gevallen is D66 buiten de collegevorming gehouden met het onzinnige argument dat de partij bestuurlijke ervaring ontbeerde.

Als dat de houding van de andere partijen is, die trouwens vorig jaar ook al bij de collegevorming in een aantal gemeenten viel waar te nemen, valt er voor D66 niet veel anders te doen dan gelaten te wachten op een nieuw signaal van de kiezer. In de jongste peilingen staat D66 nu als tweede partij te boek. En de politici van de andere partijen zich maar verbaasd afvragen waar die winst toch vandaan komt.