De nood is hoog

DE HULPVERLENING aan de Koerdische vluchtelingen komt op gang. Er is reden voor opluchting dat aan hun ongelukkig lot iets wordt gedaan.

In het noorden van Irak worden een aantal kampen ingericht waar voorziening in de eerste nood, anders dan op de berghellingen van Oost-Turkije, mogelijk wordt. De beloofde aanwezigheid van Amerikaanse, Britse en Franse militairen, zowel in de kampen als op de toegangswegen, moet het Iraakse leger op afstand houden. Aan de toenemende sterfte onder althans de Koerdische vluchtelingen kan hopelijk een einde worden gemaakt.

Met openlijke tegenzin heeft president Bush zich de afgelopen dagen door Britten en Fransen laten overtuigen dat de Verenigde Staten zich niet langer aan de tragedie konden onttrekken. Het voornemen om na de overwinning op Saddam Hussein de directe Amerikaanse betrokkenheid in het Midden-Oosten zo snel mogelijk ongedaan te maken, is hiermee opgegeven. Weliswaar zullen de troepen in het zuiden naar huis gaan, maar in het noorden neemt Washington toch een nieuwe verplichting op de schouders waarvan de consequenties op zijn best vaag mogen worden genoemd.

HET IS DE bedoeling van de drie initiatiefnemers spoedig plaats te maken voor eenheden van de Verenigde Naties. Daarbij kunnen zij zich beroepen op resolutie 688 van de Veiligheidsraad van 5 april jongstleden. In die resolutie werd van Irak geeist de vervolging van vluchtelingen te beeindigen (de Koerden werden bij naam genoemd), de rechten van alle Iraakse burgers te respecteren en onmiddellijke toegang te verlenen aan internationale organisaties ten behoeve van alle hulpbehoevenden. De positie van de drie landen zal waarschijnlijk zijn dat Bagdad aan deze eisen van de Raad niet tegemoet is gekomen.

Toch schuilt in de internationale context de eerste moeilijkheid voor het project. De twee andere permanente leden van de Veiligheidsraad, de Sovjet-Unie en China, zullen zich voor een voldongen feit geplaatst voelen. Zelfs als zij al bereid zouden zijn aan resolutie 688 een verdergaande opdracht aan de VN te verbinden, zij zullen er weinig waardering voor kunnen opbrengen dat de drie Westelijke mogendheden op eigen gelegenheid al een beslissende stap doen. Er zal dus, met verwijzing naar de acute menselijke nood, het een en ander moeten worden uitgelegd.

Wezenlijker is het risico dat zich in het Koerdengebied een nieuwe internationale impasse aandient. Het project zal slechts tijdelijk zijn indien met de machthebbers in Bagdad een duurzaam vergelijk kan worden bereikt over de status van de Koerden in Irak. Blijft dat onmogelijk dan heeft de wereld er een chronisch vluchtelingenprobleem bij aan de rand van een burgeroorlog. De kampen zouden zich kunnen ontwikkelen tot vrijplaatsen voor guerrillastrijders. Als dat gebeurt, zullen de beschermers van de kampen waarschijnlijk in de strijd worden betrokken.

HOE GROOT het dilemma langzamerhand is geworden, blijkt uit het bijkans wanhopige aanbod dat Bush gisteren deed om desnoods Saddam Hussein zelf aan een vrijplaats voor het leven te helpen. De presidentiele offerte moet de weg openen naar een oplossing. Dat zij in schril contrast staat met het Europese voornemen om Saddam Husseins handelingen aan de beoordeling van een internationaal tribunaal te onderwerpen, mag geen belemmering zijn. Als de nood hoog is, bepaalt improvisatie het beleid.