DAVID LEAN 1908 - 1991; Smaakvol en behaagziek

Hoewel de voorbereidingen al ver gevorderd waren, moest het laatste spektakelstuk van de gisteren op 83-jarige leeftijd in Londen overleden David Lean enkele maanden geleden afgeblazen worden.

De verzekeraars hadden nog zo gewaarschuwd, want wie zou Lean hebben kunnen vervangen als regisseur van de verfilming van Joseph Conrads Nostromo? Nu was Lean in de loop van zijn lange carriere steeds langzamer en zorgvuldiger gaan werken, tussen Ryan's Daughter (1970) en A Passage to India, zijn laatste film, zat een periode van veertien jaar. Oog voor detail, zorgvuldigheid en grandeur waren kenmerken van zijn stijl, terwijl velen hem juist een gebrek aan persoonlijkheid in de vormgeving verweten.

Lean werd geboren in een streng Engels Quaker-gezin en had in zijn jeugd nooit een film gezien. Zijn inspiratie was dan ook niet cinefiel, hij was eerder een briljante boekhouder van mensen, culturen en landschappen.

Men kan stellen dat Lean ook als regisseur de conscientieuze en creatieve benadering heeft bewaard van zijn eerste stiel: de montage, die in het Engels met meer precisie 'editing' genoemd wordt.

Opgeklommen van boodschappenjongen en clapper boy, tekende hij in de jaren dertig al voor de montage van films als Pygmalion en Powell & Pressburgers One of Our Aircraft Is Missing. Hij debuteerde in 1942 als regisseur met In Which We Serve, gecoregisseerd door Noel Coward.

Diens fijne ironie en lichte geexalteerdheid zouden ook Leans volgende drie films kenmerken, alle gebaseerd op werk van de auteur Coward.

De beste was natuurlijk in 1945 Brief Encounter, een evergreen over de vergooide kans op de grote liefde in een morsige stationsrestauratie.

Net toen Lean een reputatie verworven had als grootmeester van intieme drama's, bewees hij het tegendeel met twee grootscheepse en nog steeds onovertroffen Dickens-verfilmingen, Great Expectations en Oliver Twist. Maar de ware overgang tussen binnenkamerdrama en de spectaculaire epische stijl, waar Lean zijn grootste roem aan zou danken, vormde de psychologische oorlogsfilm, gesitueerd in een krijgsgevangenkamp in Birma, The Bridge on the River Kwai (1957).

Regisseur Lean won zelf een van de zeven Oscars en zou vanaf dat moment de regisseur bij uitstek worden voor verfilmingen van exotische blockbusters met een literaire smaak en romantiek, avontuur en spanning voor een miljoenenpubliek. Lawrence of Arabia (1962) en Doctor Zhivago zijn nog steeds meeslepende bioscoopervaringen.

Bij een recente restauratie van de oorspronkelijke, door de Hollywoodstudio versneden versie van Lawrence of Arabia bleek die film niet alleen de magische inspiratiebron voor latere coryfeeen als Steven Spielberg, George Lucas en Martin Scorsese, maar ook een zeer intelligente visie op de figuur van de Britse avonturier T.E. Lawrence en op de paradoxale koloniale politiek van Engeland in het Midden-Oosten. Natuurlijk waren de fans van Boris Pasternak minder tevreden over wat Lean met de roman Dr. Zhivago gedaan had, maar de romantische benadering van de gebeurtenissen in Rusland voor en na de revolutie staat wel degelijk garant voor 'the stuff that dreams are made of'.

Bij A Passage to India won het respect voor Leans vakmanschap en vermogen om acteurs te inspireren het meestal weer van teleurstelling over eventuele ontrouw aan de geest van E.M. Forster. Leans onderwerpen mogen dan naar literatuur smaken, zijn benadering was smaakvol en behaagziek: een gruwel voor literaire en cinematografische puristen, maar balsem op de ziel voor de bioscoopganger.

    • Hans Beerekamp