Blydenstein-Willink ruziet met fiscus

AMSTERDAM, 17 APRIL. Blydenstein-Willink ligt met de fiscus in de clinch over een bedrag van bijna 5,4 miljoen gulden. De Enschedese textielfabrikant meent eigenlijk nog geen belasting te hoeven betalen omdat hij nogal wat verliezen uit het verleden te compenseren heeft.

Directeur J.W. Schaberg zei gisteren in een toelichting op het jaarverslag over 1990 dat de onderneming niettemin heeft gekozen voor een behoudende opstelling, en de vordering ten laste van het resultaat heeft gebracht. Dat drukte de nettowinst met 39 procent, tot 8,4 miljoen gulden. Toch noemt Blydenstein-Willink 1990 een van de meest succesvolle jaren in zijn geschiedenis.

De claim van het bedrijf betreft de miljoenenverliezen die het in 1989 leed bij de liquidatie van dochterbedrijf BW USA. Deze Amerikaanse houdstermaatschappij was opgezadeld met de schuldenlast van Blydensteins ruineuze poging een positie in high-tech textiel te verwerven door enkele jaren eerder het bedrijf Judkins te kopen. Deze ernstige vergissing kwam Blydenstein-Willink in 1987 op een verlies van 18,3 miljoen gulden te staan.

Schaberg, in 1988 binnengehaald om de onderneming van de ondergang te redden, selecteerde levensvatbare activiteiten en kapte rigoureus andere werkterreinen van Blydenstein-Willink. De liquidatie van BW USA was daarvan onderdeel.

Tot en met 1989 had Blydenstein-Willink voldoende Nederlandse fiscaal compensabele verliezen om (sinds 1986) geen belasting te hoeven betalen, maar vorig jaar waren die op. Pogingen om de Amerikaanse verliezen fiscaal te verrekenen strandden vervolgens op tegenwerking uit 'Den Haag', aldus Schaberg. Daar was namelijk net een wet aangenomen die constructies wil voorkomen waarbij Nederlandse bedrijven verliezen op investeringen in het buitenland afwentelen op 'tussenholdings' die ze vervolgens liquideren. In het verleden werd zo optimaal gebruikt van mogelijkheden tot fiscale compensatie.

Schaberg noemt Blydenstein-Willink nu slachtoffer van deze reparatiewetgeving. “Bij ons is geen sprake van een truc of constructie. Wij hebben echte verliezen geleden, en ernstige ook”.

De onderneming is echter niet van plan actief achter het gemiste fiscale voordeel aan te gaan. “Dat kost handenvol geld”, zegt Schaberg. Liever wacht het bedrijf een eventueel arrest van de Hoge Raad af. Volgens zijn fiscale en juridische adviseurs zouden meer ondernemingen over vergelijkbare problemen met de fiscus debatteren.

Schaberg blikte gisteren niet alleen terug op een bevredigend 1990, maar ook op zijn periode als statutair directeur. Hoewel zijn vierjarig contract hem tot 1 april 1992 aan de textielonderneming bindt, stapt hij eind deze maand al op. “De ontwikkeling van het bedrijf ging sneller dan ieder zich had durven dromen. Ik ben meer iemand voor het ruwe werk. Blydenstein-Willink heeft nu nauwgezet en creatief operationeel management nodig”, aldus Schaberg, die commissaris wordt. Zijn opvolger is directeur operations F. van Ettinger, die vorig jaar met enkele collega's het belang van Schaberg van 30 procent in Blydenstein kocht.

Wat Schaberg, die ook al kapitaal en faam als saneerder verwierf met de investeringsmaatschappij Wolters Schaberg, hierna gaat doen, zegt hij nog niet te weten. “Ik heb zo links en rechts eens gekeken, wat dobbertjes uitgelegd, maar er wordt niet hard in gebeten. Ze weten nog niet allemaal dat ik vrij ben”, zo solliciteert hij openlijk. “Ik zou graag bij een goed bedrijf terechtkomen dat er tijdelijk wat zwakker uitziet, zoals BW.”

Schaberg noemt de eliminatie van 'bedrijfsvreemde activiteiten' zijn belangrijkste verdienste bij Blydenstein-Willink. De onderneming heeft nu in feite nog drie hoofdactiviteiten. Dat zijn Lakatex (ontwerper en producent van uiterst modieuze bedrukte gordijn- en meubelstoffen), Verosol (dat modieuze, geplisseerde textieljaloezieen verkoopt) en BW Industrial Products (filamentweverij en metalliseren van textielweefsel, vooral ten behoeve van Verosol).

Verantwoordelijk was Schaberg ook voor de reductie van het personeelsbestand van de holding: van zeventig naar tien man. “Dat leverde een grote besparing op kosten op, en bovendien kon zo de aanwezige kennis in de werkmaatschappijen worden gemobiliseerd.”

De directeur bracht de langlopende schulden daarnaast terug van 53 miljoen in 1987 naar 30 miljoen gulden. Verder investeerde hij in modernisering van produktieapparaat en logistieke organisatie, vorig jaar 12,4 miljoen gulden, het dubbele van de afschrijvingen.

De winst van 1990 kwam vooral uit Lakatex, dat 50 procent omzetgroei realiseerde, en uit Verosol, dat door hogere verkoopprijzen en efficienter produceren het bedrijfsresultaat verdubbelde. Industrial Products leed verlies, mede door lagere dollarkoersen, daling van de afzet in de Verenigde Staten en produktieverstoringen door verbouwingen. Schaberg wilde zich evenwel niet beklagen over de 14 procent lagere dollarkoers in 1990, die de waarde van de deelnemingen ook nog eens met anderhalf miljoen terugbracht. “Daar mekkeren we niet over. Als het meezit, schrijven we dat ook op ons eigen conto.”

Uitbreiding van het bedrijf zoekt Blydenstein-Willink niet langer door diversificatie. Dat is een vies woord geworden, zo maakte Schaberg gisteren duidelijk. Wildvreemde terreinen worden vermeden.

Zag Blydenstein voor zijn komst de traditionele textiel nog als een 'kaskoe', die uitgemolken werd om voet te krijgen op markten voor volledig nieuwe high tech-stoffen, nu zoekt de onderneming haar expansiemogelijkheden het dichter bij huis. Textiel blijft de basis, maar het relatieve belang van marktkennis en distributie is sterk toegenomen. Schaberg: “Weven en spinnen zorgen niet voor toegevoegde waarde. Iedereen kan de machines daarvoor kopen. Maar onze kennis van design en marketing is niet te kopieren. Daar ligt onze voorsprong, dat moet je uitbouwen.”

In het 'mission statement' dat Schaberg voor de onderneming achterlaat - “een soort persoonlijk testament” - is het woord textiel niet eens meer te vinden. “Wij produceren en leveren hoogwaardige raambekledingsprodukten in internationale markten”, zo luidt het nu.

Een voorbeeld van marktgericht denken is de onderneming die onlangs is opgezet met het Japanse Nichibei, Verosol-Nichinei Europe. Met de metalen zonweringsprodukten uit Japan verbreedt Blydenstein zijn assortiment raambekleding. Als de markt geen raambekleding meer van textiel wil maar van metaal, dan is dat nu te aanvaarden, aldus Schaberg.

“Deze samenwerking heeft een geweldig potentieel”, aldus Van Ettinger. “Ons segment beslaat nog geen 2 procent van een 5 miljard gulden grote markt in raambekleding. Met Nichibei kunnen we groeien in de resterende 98 procent.”